Waardeer dit artikel: (2.5)

Cosmetisch of complex, een duivels dilemma

Geplaatst op: 17 maart 2017 14:53, door: Robert Klinkert
Naam:
Robert Klinkert
Korte bio:

Directeur / Eigenaar bij Rolin Automotive Support

Of je nu opereert als individuele schadehersteller of binnen een keten c.q. groep, specialisatie in merkherstel in plaats van schadetype is gezien de toenemende complexiteit van schadeherstel in de toekomst onvermijdelijk. Daar hoort ook een gedifferentieerd uurtarief bij op basis van type activiteit en complexiteit, in plaats van op basis van schadetype.

Bestaande calculatiesystemen maken het technisch mogelijk om een dergelijk gedifferentieerd uurtariefsysteem in te voeren. Grote uitdaging is overeenstemming te bereiken met alle belangrijke stakeholders over de invoering. Het is belangrijk dat herstellers goed inzicht hebben in de huidige kostprijs van schadeherstel. Dat is nodig om een juist uurtarief te kunnen aanbieden, dat voldoende basis biedt voor de continuïteit van het bedrijf.

Opdrachtdifferentiatie

‘Cosmetisch of complex, een duivels dilemma’ – zo luidde het thema van het eerste Bovag Schadeseminar op 8 maart jl. Onder andere Aegon kondigde onlangs aan actief te gaan sturen op basis van type schadeherstel (cosmetisch, complex zonder merkerkenning en complex met merkerkenning). En Schadegarant heeft een samenwerkingsmodel geïntroduceerd op basis van ‘opdrachtdifferentiatie’ (cosmetisch en niet-cosmetisch schadeherstel).

Beide opdrachtgevers wijken af van de keuze die Achmea eerder maakte om te sturen op basis van merkerkenning, via het loket van de dealer. Hiermee heeft Achmea geborgd dat alle voorkomende type schades altijd worden hersteld door gekwalificeerde medewerkers, volgens de richtlijnen van de fabrikant, met originele fabrieksonderdelen en de servicebeleving van het desbetreffende merk. Het is een sturingsmodel dat voor iedereen duidelijk is, zonder allerlei ingewikkelde sturing (controle) mechanismen. Dit staat uiteraard los van de vraag of iedereen het hiermee eens is.

Fraudegevoelig

Vooral de afwijkende sturingsprogramma’s van Aegon en Schadegarant, met eigen criteria en definities, hebben tot veel onduidelijkheid en discussie in de sector geleid. Deze discussie wordt versterkt door het feit dat Schadegarant op basis van opdrachtdifferentiatie herstellers heeft uitgenodigd om een gescheiden (tarief)voorstel in te dienen voor cosmetisch en niet-cosmetisch herstel - met de vermelding dat dit onderscheid in het bedrijf aantoonbare efficiency- en kostenvoordelen oplevert.

Daarmee is door Schadegarant het beeld gecreëerd dat voor cosmetisch schadeherstel een lager uurtarief wordt verwacht ten opzichte van het geldende uurtarief. Afgezien van de discussie over de definitie is het huidige aanbod van cosmetisch schadeherstel (nog) te gering voor een bestaand schadeherstelbedrijf om zich erin te specialiseren. Daarnaast levert een aparte (interne) procesinrichting voor cosmetisch herstel binnen een bestaand schadeherstelbedrijf bottom-line onvoldoende kostenreductie op om daarvoor een lager uurtarief te kunnen hanteren ten opzichte van het uurtarief dat nu wordt vergoed (en feitelijk te laag is ten opzichte van de huidige, gemiddelde kostprijs).

Bovendien zijn de sturingsmodellen van Aegon en Schadegarant complex, fraude- en servicegevoelig. Ook sluit een en ander niet aan op bestaande ontwikkelingen rondom merk-erkend schadeherstel. Dit gezien de technologische ontwikkelingen van de auto’s en het feit dat nagenoeg alle schadeherstellers zich kwalificeren voor Totaal Schadeherstel.

Tags: schadeherstel, schade, cosmetisch, complex, Rob Klinkert

Waardeer dit artikel: (2.5)
 

REACTIES

PLAATS EEN REACTIE

  • Naam (verplicht)

  • E-mailadres (verplicht)

UW REACTIE