Met een marktdekking van bijna honderd procent is de bandeninzameling onder regie van RecyBEM een groot succes, vindt bestuursvoorzitter Kees van Oostenrijk. En gezien de lopende innovaties omtrent herwinning van grondstoffen is de rek nog niet uit.
Voor iedere autoband, nieuw of gebruikt, die een producent of importeur als eerste op de Nederlandse markt brengt, zamelen RecyBEM-gecertificeerde bedrijven een gebruikt exemplaar in. Over een periode van vijftien jaar – het officiële startschot van de organisatie viel op 1 april 2004 – leidt dat tot indrukwekkende getallen. Bestuurder Kees van Oostenrijk speelt de complimenten direct door naar ‘de markt’, waar concurrenten destijds consensus wisten te bereiken over het systeem. Vandaar zijn hulde, met terugwerkende kracht, voor Apollo-Vredestein, Continental/Pon, Goodyear, Pirelli en Michelin. “Zij sloegen de handen ineen, zonder daarbij de grote distributeurs Van den Ban en Inter-Sprint te vergeten.”Excessen
Het was in die startperiode een nogal gemengd gezelschap, waar soms wat extra aandacht nodig was inzake wet- en regelgeving. Wie als inzamelaar of herverwerker wilde meedoen, moest voldoen aan ISO-certificeringen en aanvullende voorwaarden. “Iedereen had aanvankelijk de neiging om het op zijn eigen manier te doen en een beetje naar de waarheid toe te praten.” Ook klonk de vrees dat het inzamelsysteem te duur zou worden. Dat Nederland het putje van Europa zou worden voor gebruikte banden, een dumpmarkt. “Ik begreep die scepsis, maar ben van nature nogal pragmatisch ingesteld. Je moet gewoon goed organiseren en zorgen dat je draagvlak hebt. Dat lukt alleen als je iedereen aan tafel hebt. En dus niet, zoals in Frankrijk, alleen de fabrikanten. Betrek je de kleine en middelgrote spelers er niet bij, dan bestaat het gevaar dat zij free riders worden. Er gaat venijn ontstaan tussen bedrijven die wel en niet meedoen.”
In oktober 2016 zette een reportage van tv-programma Zembla, gewijd aan rubbergranulaat op kunstgrasvelden en de mogelijk kankerverwekkende impact, alle seinen bij RecyBEM op rood. Niet dat er volgens Van Oostenrijk feitelijk iets mis was (en is) met het product, maar de maatschap- pelijke onrust was groot. “Terwijl we destijds bij de invoering, samen met VACO, een zorgdocument in het leven hebben geroepen voor gebruik en onderhoud van rubbergranulaat. We hebben bloedwaarden laten meten, voor en na de training, voor en na de wedstrijd, bij hogere en lagere amateurelftallen, als eerste in de wereld. Toch was na die uitzending Nederland in rep en roer.” ‘Granugate’ vormde een bestuurlijke uitdaging van de buitencategorie. RecyBEM schakelde een bureau in op het gebied van crisiscommunicatie. Daaruit volgde de lijn om te focussen op de inhoud, weg te blijven van de emotie. “Ik denk dat we volgend jaar wat toepassing betreft terug zijn op het punt van vóór alle media-aandacht. Omdat rubbergranulaat als product zó sterk is – in gebruik, speltechnische kwaliteit, levensduur en kosten van onderhoud. Bovendien is het hergebruikt materiaal, afkomstig uit een proces dat weinig energie verbruikt. Ieder korreltje synthetisch rubber dat je produceert gaat ten koste van rubbergranulaat – en daarmee van de circulaire waarde.”

‘Granugate’ vormde een bestuurlijke uitdaging van de buitencategorie.
Dekkingsgraad
Gevraagd naar de belangrijkste verworvenheid in vijftien jaar RecyBEM noemt Van Oostenrijk de hoge dekkingsgraad. Die is nagenoeg honderd procent, met dank aan de tienduizend stakeholders – producenten, distributeurs, autobedrijven, inzamelaars, verwerkers. Er draait een volwassen logistiek systeem, zowel in de automotive vervangingsmarkt als via de gemeentelijke depots. “Ik weet zeker dat nog geen twee procent van de gebruikte banden tussen de wal en het schip valt. De deelnemers hebben de discipline getoond om het systeem op een goede manier uit te voeren. Met name de inzamelaars en herverwerkers hebben een professionaliseringsslag gemaakt. Ze zijn in staat om als vakmensen ingezamelde banden te keuren op hergebruik. En hebben ook nog de handelsgeest en het gevoel voor banden of je die nog kunt verkopen.” Gingen ‘occasionbanden’ tien tot vijftien jaar geleden vooral naar Afrika en Zuid-Amerika, tegenwoordig blijven er steeds meer in Europa. Als gevolg van migratie en van wegvallende binnengrenzen is van lieverlee weer een markt ontstaan, ditmaal voor nieuwe Europeanen die het financieel wat minder breed hebben. En die ook een cultuur meebrengen op het vlak van hergebruik van personenwagenbanden.‘Op het gebied van hergebruik blaast Nederland zijn partijtje prima mee.’
Hergebruik
