Zijn jeugdwens om beroepsvlieger te worden bij de Luchtmacht ging in rook op. Vele jaren later wist Wendy Thijssen zijn droom toch deels te realiseren. Wendy is vlieger bij de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht.
We staan op de militaire vliegbasis Gilze-Rijen. Aan de grond staan in perfecte staat verkerende historische vliegtuigen die elk moment kunnen opstijgen, terwijl een AT-16 ‘Harvard’ ronkend over ons heen scheert. Dit is de plek waar Wendy ‘Mike’ Thijssen grijnst en glimlacht van oor tot oor. Hij vertelt waarom hij hier zo graag is: “Ik werkte zo’n 18 jaar geleden bij Toplease, het huidige Alphabet. Ieder jaar, op de langste dag van het jaar, nodigden wij onze grootste klanten uit, hier op de basis. Ik was accountmanager en dus ook mijn klanten kwamen hier.”
Het was zijn eerste kennismaking met deze bijzondere wereld. “Ik had al wel iets met vliegtuigen, ja. Mijn vader heeft ooit de vliegopleiding binnen de Luchtmacht gedaan, dus ik heb het van huis uit meegekregen. Voordat ik de HTS ging doen was ik goedgekeurd om jachtvlieger te worden bij de Luchtmacht. Ik scheurde met voetballen echter mijn kruisbanden af en toen was het einde oefening: ik werd niet in de opleiding opgenomen. Daar stond ik dan, 19 jaar oud en zonder Plan B.”
Militaire carrière
Door de klantendagen ging het kriebelen. “Ik wilde de Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht graag helpen met het generen en organiseren van evenementen en dus werd ik er lid. Toen werd gezegd: Dan moet je ook maar je vliegopleiding halen hier. Zo gezegd, zo gedaan; na vijftig uur had ik mijn militaire vliegopleiding en mijn internationaal vliegbrevet, dat was in 2004. Mannen die jaren F16 gevlogen hebben zijn hier vlieginstructeur. Geloof me, zij kennen echt het klappen van de zweep. Zodra zij aangeven dat je klaar bent met de interne opleiding, komt er een extern iemand die jouw examen afneemt.”
De stichting is 50 jaar geleden opgericht door Luchtmachtpiloten die hun militaire carrière hadden beëindigd. “Zij wilden wel graag blijven vliegen en zagen dat de toestellen werden verkocht. Dus besloten ze die vliegtuigen van de Luchtmacht zelf aan te kopen en te onderhouden. Maar ja, dan heb je nog een vliegveld nodig. Waarop de Luchtmacht aangaf: dat kan bij ons op Gilze-Rijen.”
Zo is het in de loop der jaren uitgegroeid tot deze stichting met zo’n 250 leden. “Daarvan vliegen er circa vijftig actief. De vloot omvat zestien verschillende historische toestellen. Wij zijn volledig selfsupporting, hebben onze eigen opleidingen, een eigen onderhoudsteam en natuurlijk is alles gecertificeerd. De afgelopen jaren zijn er heel veel mensen vanuit de Luchtmacht bij gekomen. Vliegers, maar ook techneuten. Vooral zij zijn hun carrière ooit begonnen met dit soort vliegtuigen. Zij kunnen relatief eenvoudig terugschakelen naar de techniek van toen, ook al heb je het over dertig à veertig jaar.”
Prins Bernhard
“Tijdens onze evenementen speel ik een gastheerrol en word ik ingedeeld om te vliegen. De stichting zorgt ervoor dat je tijdens evenementen uren kunt maken zonder dat je ze zelf hoeft te betalen. Wij genereren als stichting geld door onze capaciteiten te verhuren, onder andere aan het bedrijfsleven. Wij bieden ze de ruimte om met een groep gasten bijvoorbeeld presentaties te geven of introducties te doen in onze hangars, tussen de klassieke vliegtuigen! Daarna stappen ze in de toestellen en vliegen ze met ons mee. Dat is genieten hoor. Voor hen, maar ook voor ons.”
‘Na de oorlog schonk Eisenhouwer dit vliegtuig aan prins Bernhard’
In basis vliegen ze nooit alleen, er gaan altijd mensen mee. “Ook mensen van onze technische dienst, bijvoorbeeld. Zonder hen geen vliegtuigen in de lucht en zonder ons worden ze niet gedemonstreerd, dat is een mooie wisselwerking. Sommigen willen niet eens de lucht in hoor, dat komt ook voor: ‘laat mij maar lekker sleutelen’. De Piper Cub is ‘mijn’ toestel. Hierin heb ik mijn brevet ook gehaald. Ze noemen dit toestel in het jargon een tail dragger of een staartwielkist, dat zijn vliegtuigen met een achterwieltje. Moderne toestellen hebben hoofdzakelijk een neuswiel.”
In feite zijn alle toestellen bij de stichting bijzonder. “Als ik er twee uit mag lichten: de Spitfire van de Koninklijke Luchtmacht vliegt hier. Die is uniek, er is er slechts eentje van op het Europese vasteland! Ten tweede de Stinson L-5B ‘Sentinel’. In dit toestel liet generaal Eisenhouwer zich tijdens WOII door Europa vliegen. Na de oorlog schonk hij het toestel aan prins Bernhard, kijk maar, zijn logo staat voorop. Bernhard heeft er zelf nog veel op gevlogen. Toen hij dat niet meer kon, schonk hij het op zijn beurt aan ons. Wij hebben toegezegd dat we het vliegwaardig houden en dat doen we dus ook.”
Skilled based behaviour
“Vliegen in deze toestellen geeft een onbeschrijflijke kick. Hier lopen mannen die F16’s in Mali hebben gevlogen en bommen hebben afgegooid in Syrië. Zij stappen hier uit een Piper Cub en zeggen: dit is pas echt vliegen! Niks computergestuurde omgeving, alles is 60 jaar oud en heel primitief. Maar daarom o zo leuk. De spanning die ik persoonlijk voel is iedere keer voelbaar. Nog steeds. Een auto zet je langs de kant van de weg als het even niet gaat, maar bij een vliegtuig gaat dat even wat minder makkelijk. Je moet je heel goed voorbereiden; je doet je walk around, motorchecks en je controleert het toestel op specifieke punten.”
Het gaat om veel details waar je op moet letten. “Er gaan geen weken voorbij of ik oefen mijn noodlandingsprocedures, dat hoort er gewoon bij. Er kan altijd iets misgaan. Je moet op de toppen van je awareness zijn. Die spanning vind ik eigenlijk best heel lekker. Zodra ik oplijn op de baan en ik zie de horizon, dan valt alle spanning weg. Alles wat ik geleerd heb. De ene hand op het gas, de andere op de stick. Dan moet je door en dan is de spanning gelijk weg. Skilled based behaviour hè, alles wat je geleerd hebt komt over je heen.”
In totaal heeft hij nu ongeveer 300 vlieguren gemaakt: “Dat is heel bescheiden. Op een Piper Cub – en die zijn er niet veel, een toestel uit de jaren ‘50 – is 300 uren weer behoorlijk veel. Het leuke is bovendien dat ik nog geregeld over mijn geboorteplaats Dorst heenvlieg en over Alphabet waar ik 13 jaar heb gewerkt. Door hen ben ik hier terecht gekomen. Als ik dat dan besef dan denk ik: ja, uiteindelijk is het cirkeltje toch mooi rond.”
BINNEN KANTOORUREN
Wendy Thijssen is eigenaar van Fleet Knowledge, een bedrijf dat vooral gespecialiseerd is in het verzorgen van opleidingen, trainingen en projectbegeleiding op het gebied van leasing. “Kennis hebben is macht, zegt men weleens. Maar kennis overdragen en delen met andere mensen is in mijn optiek het mooiste wat er is. Iedere zichzelf respecterende leasemaatschappij of autobedrijf vindt het een ‘must’ dat haar personeel de juiste kennis heeft om klanten en berijders correct te adviseren en te informeren. Of het nu gaat over de bijtelling, de inzet van elektrische auto’s of het afhandelen van reparatieaanvragen, een goed opleidingsniveau is van groot belang. Voor deze kennis is Fleet Knowledge een trouwe partner van de meeste leasemaatschappijen en autobedrijven.”