De Voorthuizense Nico Klok is nogal van de bloemen, het liefst zo’n 50.000 stuks. Dit jaar zette hij met zijn bouwteam de 18e (!) professionele corsowagen in elkaar. “Alleen in oktober ben ik vrij. Daarom denk ik elk jaar in november: daar begint het gedonder weer…”
Nico’s buurman is de aanstichter van al dit ‘gedonder’. In 2001 vroeg hij of Nico zin had om mee te bouwen aan een corsowagen, gebaseerd op het thema Pinoccio. De corsowagenstoet is een jarenlange traditie in Voorthuizen. “Het begon allemaal in 1933 op initiatief van twee mannen die zich ten doel hadden gesteld om kinderen liefde voor bloemen en planten bij te brengen. Dat bouwen leek mij wel wat. Ik begon als complete leek en uiteindelijk werd ik degene die de lijntjes mag uitzetten. Ik ben niet per definitie erg handig, je leert al doende vooral veel. Je begint, doet en leert, zo werkt het een beetje. Van niets iets maken vind ik nog steeds het allerleukste.”
Maquette
“Zo’n kar mag niks kosten, dat is ook een beetje de sport,” aldus Nico. “We hergebruiken dus zoveel mogelijk. Neem alleen al het chassis, dat is van een Volvo 940 Station waar ik een H-frame omheen heb gelast zodat het al die duizenden kilo’s kan dragen. Die Volvo gaat nu al voor het zesde jaar mee. Kijk, je begint met een idee en dit jaar was het thema ‘Nederlands Trots’. Uit talloze ideeën kwam Nijntje van Dick Bruna naar boven. Dat stuur je naar de Floralia Vereniging en dan is het maar te hopen dat jouw idee niet al ingezonden is.”
Alle 50.000 stuks worden met de hand bevestigd. Stuk voor stuk met een spijkertje van 4 cm lang.
Dat was niet zo dus ze konden aan de slag. “Dat betekent in december/januari beginnen met het bouwen van een maquette en begin april begint dan echte werk. Eerst één avond in de week, maar dat worden er al heel snel twee totdat ‘ie in september helemaal klaar is. Vaak zijn we de nacht voor de twee ritten op de derde zaterdag van september nog aan het bloemensteken! Het gaat vooral om: bekijken wat je nodig hebt aan bouwmaterialen. Vervolgens bouwt iedereen iets en dat wordt samengevoegd tot de complete wagen.”
Perfectionistisch
Nico: “Het moeilijkste? Dat zijn de verhoudingen, zonder twijfel. De ogen hebben we bijvoorbeeld 15 cm hoger gehad en toen was het gewoon geen Nijntje. De ogen staan nu 102 cm uit elkaar en de mond zit 30 cm lager dan het hart van de ogen, zo moet het en anders niet. We moeten heel veel meten, proberen en kijken. We hebben een Nijntje-pop gekocht, er talloze foto’s van gemaakt en uitgewerkt in AutoCAD.
Is de kar eenmaal in de tempex gezet, dan kunnen de bloemen worden gestoken. “En ja, dat is nogal een werkje hoor, alle 50.000 stuks worden met de hand bevestigd. Stuk voor stuk met een spijkertje van 4 cm lang. De kop van hondje Snuffie was alleen al vier uur werk, alleen het maken ervan dus van tempex. Met die hele hond ben ik ruim drie avonden zoet geweest. Deze oortjes zijn het derde model, de andere waren niet goed. Dus: weggooien en opnieuw beginnen. Je moet hiervoor wel perfectionistisch zijn. Het zit ‘m echt in de details, het kan het verschil maken tussen de eerste plek of de tiende plek. Qua steekwerk scoren wij altijd heel erg hoog, altijd bovenaan. Dat maakt ook je kar, het is het aanzicht waar men naar kijkt. Dat moet gewoon superstrak zijn.”
Schouder aan schouder
Het werken aan de kar is een onderdeel van Nico’s leven geworden. “Alleen in oktober ben ik er niet mee bezig. Dat komt, we hebben een erg leuke groep bouwers. Ik krijg bovendien heel veel voldoening als je twee tochten rijdt door het dorp, ’s middags en ’s avonds, en iedereen vindt het mooi. Daar doen we het voor hè. Ik heb er een paar jaar helemaal onder gezeten, dan hoor en zie je dus helemaal niks, maar dat doe ik niet meer. De reacties van alle dorpsgenoten zijn goud waard.”
‘Vrijdagavond sta je schouder aan schouder en zijn er zo’n zestig mensen aan het werk’
En als je dan ook nog prijzen wint, dan is het extra leuk. “Voor de publieksprijs werden we derde, voor de verlichting tweede en voor de bouwprijs kregen wij ook de tweede prijs. Een ronde is een kilometer of drie lang en duurt anderhalf uur. Ik moet de hele weg remmen anders gaan we te snel! Welke bloemen we gebruiken? Alleen maar dahlia’s. Die kopen we centraal in met alle bouwteams in ons dorp. Donderdagmorgen voordat het corso begint kun je de bloemen komen halen.”
Op het tempex heeft Nico alle nummers geschreven, wat waar moet. “Dat is wel zo prettig voor de stekers. Het is hoe dan ook een sterk staaltje teamwork. We beginnen met een man of tien op die donderdagochtend, maar vrijdagavond sta je schouder aan schouder en zijn er zo’n zestig mensen aan het werk. In de wijk bouwen wij steevast een tent van een meter of achttien en daar gebeurt het allemaal. Of het verslavend is? Behoorlijk. Tijdens de prijsuitreiking onlangs hadden we het samen al over welk thema we volgend jaar gaan kiezen…”