Hooguit 7 minuten kost het Gerben Burger om van zijn garagebedrijf in Naaldwijk naar het KNRM-station in Ter Heijde te spoeden. Sneller is – als je het tenminste veilig wilt doen – simpelweg niet mogelijk. “Op het moment dat ik een melding krijg wil ik maar één ding: zo snel mogelijk dat water op om mogelijk een mensenleven te redden.”
Heel soms wint de adrenaline het van het verstand, geeft Burger eerlijk toe. “Het is een gevoel dat iedere KNRM’er zal herkennen.” Acht jaar geleden begon hij zijn vrijwillige loopbaan bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Ze hebben lang aan de sympathieke garagehouder getrokken en uiteindelijk ging hij overstag. Hij wilde graag iets terugdoen voor de maatschappij. “Ik vond het bovendien een interessante wereld en ik had álles te leren. In tegenstelling tot veel KNRM-collega’s had ik totaal geen nautische achtergrond. Van motoren, daar wist ik alles van. In het begin ging ik dan ook vooral mee als ballast, haha. Inmiddels ben ik best aardig bij hoor”, grapt Burger. Eerlijk gezegd voelde ik me best wel bezwaard want daar kwam ik, als plaatsvervangend schipper, terwijl er jongens zijn die hier al veel langer rondlopen.”
Surfdrama
Burger vervolgt: “Maar goed, je hebt al met al best wel wat capaciteiten nodig. Sowieso alle diploma’s, maar ik leer makkelijk, dat scheelt. Daarnaast dien je een bepaald natuurlijk overwicht te hebben. De schipper is de eindbaas op het station en als hij er niet is dan ben ik verantwoordelijk. Wie er ook meegaat op de boot, brandweer of politie, ik bepaal op het water wat er gebeurt en anders varen we niet uit. Ooit was er een agent die zijn handboeien en wapen niet wilde afdoen. Meenemen mocht wel, voorin, maar het moest gewoon af. Wat denk je dat er gebeurt als zo iemand te water raakt? Die gaat echt als een dieplood richting de zeebodem.”
Er zijn heus mannen die technisch een betere schipper zijn dan hijzelf, erkent ook Burger. “Die hebben de papieren alleen niet. En de wetgeving op zee is strikt”, verklaart hij. “Bovendien ben je verantwoordelijk voor vijf à zes man aan boord en die wil je graag heelhuids terugbrengen. Ook is je stressbestendigheid van groot belang, ik moest best wel wat tests afleggen om te kijken hoe ik in elkaar zit. Kijk, als jij in een stressvolle situatie zelf in paniek raakt dan is dat een no go.”
‘Ik wilde graag iets terugdoen voor de maatschappij’
Een toenmalige schipper zei ooit tegen hem: ‘ga maar eens een middag bovenaan een duin zitten en kijken hoe die zee in elkaar zit, waar je een mui kunt ontdekken, waar een zandbank ligt.’ “Dat wist ik namelijk echt niet. Na een jaar of vier à vijf dacht ik: nu begin ik het aardig te begrijpen allemaal. Maar uitgeleerd ben je nooit. Je komt altijd situaties tegen in de praktijk die anders uitpakten dan je had geoefend.”
Zoekacties die slagen, daar doen ze het allemaal voor. “Maar goed, het blijft ontzettend moeilijk, soms is het echt zoeken naar een speld in een hooiberg. Soms zie je ineens wat, maar dan blijkt het een zeehond te zijn. Ik zeg altijd: het is mooi om KNRM’er te zijn, maar je maakt ook nare dingen mee, zoals het recente surfdrama op Scheveningen met die vijf jonge surfers die zijn omgekomen. Dat komt bij iedereen keihard binnen. Zeker toen de familieleden bij ons in het station afscheid kwamen nemen van de gevonden lichamen.”
Commitment
Gemiddeld moet Burger een keer of tien per jaar zijn gereedschap laten vallen om op zee in actie te komen. “Het kan voorkomen dat we soms weken of maanden niks hebben, maar je moet wel gemotiveerd blijven oefenen voor het geval dat. Wéér datzelfde kunstje op zaterdagochtend. Maar ja, en dat je zie aan pas geleden – een meisje van 19 werd in no time gered. Die reddingsactie verliep onwijs gesmeerd en dan weet je meteen waar je het allemaal voor doet.”
Het mooie is volgens Burger dat iedereen een gigantisch commitment heeft. “Hart en ziel voor de KNRM, het voelt alsof we familie zijn van elkaar. Zeker, ik vind het zonder meer een verrijking van mijn leven. We zijn een private stichting dus alle middelen komen van giften en schenkingen. Een mooi waargebeurd verhaal gaat over een oude dame die een boot wilde schenken. Of ze dan zelf de naam mocht bepalen? Jazeker, dat mocht. Ze zei dat ze dan alleen wel een probleem had omdat ze de naam niet wist. Wat bleek, in WOII had Scheveningen een convenant gesloten met de Duitsers dat de KNRM mocht blijven opereren; het redden van mensen. Op een nacht is een KNRM-boot in het geheim volgeladen met vooral joden en vervolgens naar Engeland gevaren. Die oude dame zat als jong meisje, als vluchteling dus, op die boot. Toen hebben wij in onze archieven de naam van dat bewuste schip opgezocht en zo schonk zij de boot met die belangrijke naam. Prachtig toch?”