De Europese koepelorganisatie van autofabrikanten – ACEA – heeft een rapport uitgebracht over de reductie van CO2-uitstoot tussen nu en 2030. In het ruim 75 pagina’s omvattende stuk geven meer dan vijftig stakeholders (overheid, bedrijfsleven, ngo’s) hun visie.
Het rapport belicht de positie van personenwagens en lichte bedrijfswagens in het CO2-vraagstuk. Als een van de grootste obstakels wordt het gebrek aan investeringen genoemd in nieuwe ontwikkelingen die de uitstoot kunnen beperken. EU-lidstaten moeten daarom meer energie en middelen steken in R&D op het gebied van alternatieve brandstoffen, accu’s met grotere capaciteit, brandstofcel alsmede nieuwe technieken voor biobrandstof en eco-driving.
Daarnaast bevelen de geraadpleegde partijen aan om te investeren in energieterugwinning, wegeninfrastructuur en netwerken voor het opladen van voertuigbatterijen. Daarenboven is er een breed gedragen noodzaak om langs fiscale weg en in de regelgeving ‘groene’ innovatie te stimuleren. Met als hoger doel te komen tot betere technieken, lagere kosten voor consumenten en een verbeterde toegankelijkheid tot CO2-reducerende middelen.
Belangrijke stap
Geen enkele organisatie, industrie of instelling kan de uitdagingen op dit vlak in zijn eentje aan, concluderen de opstellers van het rapport. De ACEA-leden hebben al een belangrijke stap gezet, vindt de koepel zelf. Een gemiddelde nieuwe auto die in 2021 op de weg verschijnt produceert 42 procent minder CO2 dan een nieuwe auto uit 2005. Toch kan alleen een brede, samenhangende aanpak leiden tot verdere stappen.
Het ACEA-rapport – ‘Joining forces to tackle the road transport CO2 challenge’ – bevat een voorwoord van milieuminister Sharon Dijksma. Zij refereert aan de sleutels van een waterstofauto die ze in januari kreeg overhandigd. Dijksma spreekt van “een bemoedigend rapport”, dat “het toekomstige potentieel van onder meer de connected car, infrastructuur en alternatieve brandstof toont.”