De absorptieratio, oftewel de mate waarin aftersales de totale kosten van het dealerbedrijf dekt, is in de eerste helft van dit jaar gestegen van 73,1 (zelfde periode 2015) naar 83,9 procent. Maar in de gemiddelde dealerwerkplaats staan marge en resultaat onder druk, zo blijkt uit de nieuwste Bovag Branche Barometer.
Het aantal gefactureerde uren per fulltime-monteur lag in het eerste halfjaar marginaal onder dat in de eerste helft in 2015. “De druk op marge in verkopen en de werkplaats blijft toenemen”, zegt Bert de Kroon, voorzitter van Bovag Autodealers. Achterover leunen is er wat hem betreft dan ook niet bij.
Toch is die verleiding aanwezig, want het gemiddelde rendement van de autodealers steeg in het eerste half jaar van 2016 van 0,7 procent (H1 2015) naar 1,27 procent. Vooral aan de kostenkant werpt de schaalvergroting haar vruchten af. Over de eerste helft van 2016 zijn de algemene kosten gedaald met bijna een procentpunt ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ze bedragen nu 4,9 procent van de totale omzet. Ook uit de daling van huisvestingskosten – van 2,2 naar 1,9 procent – blijkt volgens Bovag dat schaalvergroting onder de Nederlandse dealers een positief effect heeft op het rendement. Die ontwikkeling is tevens terug te zien in het gestegen aantal verkochte nieuwe auto’s per vestiging, terwijl de markt in z’n geheel dit jaar juist daalt.
Marges onder druk
Het resultaat op de afdeling Verkoop houdt er echter geen gelijke tred mee, aangezien de marges nog immer onder druk staan. De brutowinst per fulltime-verkoper pakte in de eerste helft dit jaar dan ook ruim zes procent lager uit dan een jaar eerder. “Bovendien moeten we er rekening mee houden dat in de tweede helft van dit jaar de loonkosten stijgen”, aldus De Kroon. Niettemin stelt Bovag dat de naald op de spreekwoordelijke barometer is verschoven van ‘regenachtig’ richting ‘verandering’.