TNO presenteerde afgelopen donderdag een in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu geïnitieerd rapport van TNO met als werktitel; “De marktpotentie voor tripple A-banden in Nederland”. Vooraf aan de bijeenkomst was er van de nodige stakeholders uit de branche al wat kritiek geweest. Dat zette de discussie op scherp.
Bandenfabrikanten als Michelin, Goodyear-Dunlop, Continental en Apollo, maar ook brancheorganisaties als RAI Vereniging, Vaco en VNA gingen echter in positieve zin met vertegenwoordigers van TNO, het RDW, Rijkswaterstaat en zelfs wegenbouwers om de tafel om het antwoord op een meer genuanceerde vraag te zoeken: “Hoe krijg je de Nederlandse automobilist aan de beste band voor zijn voertuig.” . Want dat de kwaliteit van een band positief bijdraagt aan het milieu en de verkeersveiligheid staat natuurlijk niet ter discussie.
De beste band is, zo bleek, zeker niet een band die op alle drie de huidige labelwaarden de hoogste score haalt. Een A voor grip op nat wegdek, een A voor een lagere rolweerstand en dito brandstofverbruik en een beste score bij het aantal geproduceerde decibels (samen dan een triple A band vormend), zegt eigenlijk niks over de algehele kwaliteit van de band onder een bepaald voertuig.
Calculaties
Op een droog wegdek wil je ook een optimaal functionerende band. Sterker nog, uit diverse studies blijkt dat de meeste aanrijdingen (70 procent) op een droog wegdek plaatsvinden. Dus hoe relevant is het vasthouden aan een A-score bij grip op een nat wegdek? Misschien is het wel zo dat een band – sowieso een compromis van wel 30-50 variabelen – met een B- en C-label een betere gecombineerde prestatie van rijveiligheid en milieu oplevert. TNO rekende desondanks voor dat een A-label band een ruim 500 miljoen lagere brandstofrekening per jaar oplevert voor autorijdend Nederland. En dat een bijna zelfde bedrag jaarlijks is te besparen op de kosten door minder ongevallen en milieuschade (overlast van rijgeluid). Juist die calculaties waren voor veel stakeholders nog niet overtuigend.
Geen succes
Het is voor de bandenindustrie en -branche geen nieuws dat het bandenlabel geen succes is geworden. Tot nu toe tenminste. Een laag bandenbewustzijn bij de consument en weinig voordeel voor de bandenretailer. Het bandenlabel is voor de industrie belangrijk omdat het de slechte merken – lees vooral de Aziatische banden – van de merkt te weren. Nog een paar jaar en dan zijn het vooral de B- en C-labels die de onderkant van de bandenmarkt vormen. Nu zijn dat nog de E- en de F-labels. Maar
Ondertussen wil het Ministerie eigenlijk al naar een snellere acceptatie van ‘de betere band’. Er zal een vervolg aan de discussie van donderdag worden gegeven. Eén ding is zeker, als het bandenbewustzijn bij de consument en de zakelijke rijder niet omhoog gaat, dan blijft het een weg van lange adem om de autobezitter aan de beste banden te krijgen.