Autoholdings pakken niet alleen een steeds groter volumedeel van de markt, maar gaan ook steeds beter renderen. Met hulp van de fiscus is 2015 bij de meeste dealerholdings als zeer goed jaar de boeken in gegaan. Zo blijkt uit de laatste editie van de Aumacon Dealerholding Top-100.
Volgens deze laatste editie dreigt er een kloof te ontstaan tussen grote en kleine dealers. Dat wordt zichtbaar bij de ontwikkeling van het gezamenlijke marktaandeel van de grootste dealerholdings. Toen Aumacon dit in 2004 voor het eerst in kaart bracht was de Top-50 goed voor 33,5 procent van de totale autoverkoop; vorig jaar kwamen de vijftig grootste dealers uit op een aandeel van 55,2 procent. Ieder jaar pakt de Top-50 er één tot twee procent marktaandeel erbij.
Al jaren doen grote autobedrijven het beter dan de kleiner; dat was ook in 2015 weer zo. Even voor de goede orde: de rendementen van de dealerholdings zijn concerncijfers, dus inclusief bijkomende activiteiten, zoals leasing en schadeherstel. In 2012 noteerde de vijftig grootste dealerholdings gemiddeld een rendement van 0,98 procent, gevolgd door 1,10 procent in 2013 en 0,99 procent in 2014. Het voorlopige cijfer voor 2015 staat op 1,72 procent. Met de kanttekening dat nog niet alle holdings hun cijfers hadden gepubliceerd bij de sluiting van het onderzoek.
Groei en snoei
Ondanks hun grotere omvang lijken holdings per saldo toch beter in staat om zich aan de grillige marktomstandigheden aan te passen. Ze groeien en snoeien tegelijkertijd. Ook de ontwikkelingen van nevenactiviteiten (leasing en schadeherstel) lijken cruciaal; dat is immers de mogelijkheid om meer omzet te ontwikkelen.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de dealersector inflexibel is geworden door de vastgoedbelangen die men tegelijkertijd heeft. In goede tijden zijn nieuwe panden gebouwd. Dealerbedrijven worden ondanks slechte rendementen toch maar opengehouden, omdat er geen alternatieve aanwending is. De gewenste afbouw van het aantal vestigingen is daardoor sterk afgeremd.