De handelsbalans voor de auto-industrie van de Europese Unie (EU) bevindt zich op een kritiek punt, met de mogelijkheid om in 2024 voor het eerst een netto-importeur van auto-onderdelen te worden. Dat stelt CLEPA, koepelorganisatie van toeleveranciers in de automotive.
Ondanks aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) verplaatst de productie van innovatieve autotechnologieën zich steeds meer van de EU naar het buitenland. In 2023 verdedigde de toeleveringsindustrie van de EU met succes haar status als wereldleider in de export van conventionele auto-onderdelen, met een export van ongeveer 56 miljard euro en een handelsoverschot van 26,7 miljard euro.
Deze dominante positie wordt echter bedreigd door de toenemende invoer van batterijen en halfgeleiders. Wanneer deze technologieën worden meegerekend, daalt het handelsoverschot van de EU van 5,7 miljard euro in 2022 tot 3,1 miljard euro in 2023, een scherp contrast met het overschot van 20,9 miljard euro in 2021.
EU-bedrijven blijven de wereldwijde investeringen in O&O en productiefaciliteiten voor de auto-industrie domineren. Toeleveranciers uit de EU worden daarbij op de voet gevolgd door bedrijven met een hoofdkantoor in de VS en hebben een aanzienlijke voorsprong op Japanse en Chinese concurrenten.
Investeringen in de productie verschuiven echter steeds meer naar het buitenland, waarbij de VS het beter doen dan de EU wat betreft investeringen in fabrieken voor de productie van batterijen en halfgeleiders. Als de huidige trends doorzetten, kan de EU dit jaar een netto-importeur van auto-onderdelen worden. Deze situatie onderstreept de dringende noodzaak voor de EU om haar concurrentievermogen te versterken en ervoor te zorgen dat Europese innovaties voornamelijk in de EU worden geproduceerd.