Schaalvoordeel is een beetje een retrobegrip. Maar het klinkt zo mooi. Vooral in het Engels: economies of scale, tegen lagere kosten per eenheid producten fabriceren door meer volume te draaien.

Dit is en was natuurlijk van belang om concurrerend te blijven, waarbij lagere kosten moeten leiden tot een lagere consumentenprijs en/of hogere marge voor de producent of (onderdelen)distributeur. Het is de vraag of je het daar anno 2015 mee gaat redden.

Dat denken in schaalvoordelen is een beetje old school en herinnert aan de klassieke industrie: massaproductie, efficiency-denken, een aanbodgedreven markt (de beruchte volumepush), sterk naar binnen gekeerd, terwijl effectiviteit, de klant en structurele verandering buiten beeld blijven.

Begrijp me goed: we moeten vooral efficiënt en slim blijven werken, maar er zijn grenzen. Schaalvoordeel is terug van weggeweest. In leasing is schaal interessant, hoewel niet zaligmakend en vertaalt het zich in inkoopmacht, een grote en efficiënte backoffice en dekking voor verdere investeringen. In de onderdelenbusiness (denk aan LKQ-Sator en Parts Point-Brezan-AD Benelux) is schaalgrootte de sleutel tot inkoopvoordeel, optimale warehousing, logistiek en een dicht netwerk. Dan de merkdealers. Het heeft even geduurd bij een aantal merken, maar de sanering is gaande. Terug met het aantal vestigingen is het adagium. Het lijkt een goede, althans logische gedachte: minder, maar wel groter.

Maar ik heb een paar kritische kanttekeningen. We zijn schaalgrootte eigenlijk aan het bouwen in de activiteiten van gisteren, de vorige eeuw. Het is niet vanzelfsprekend dat daarmee een basis ontstaat voor meer business, betere klantbediening en grotere effectiviteit. Kostenreductie en schaalvergroting lossen maar ten dele het probleem op. Maar het geeft zo’n vertrouwd gevoel van ‘lekker bezig zijn’ binnen de muren van het eigen bedrijf, want buiten is het guur.

Leidt die schaalgrootte echt tot langdurig voordeel? Dat wordt vaak niet benoemd, omdat men geen idee heeft wat je moet doen om dat voordeel te realiseren. Daar sturen we dus niet op, terwijl we blijven roepen dat schaalvergroting, fusie of overname veel heeft gebracht. Nog erger is dat we de sluipende toename in kosten niet zien, laat staan de negatieve impact op snelheid, besluitvaardigheid, innovatiekracht en de klantrelatie.

Dan nog: er zijn wel veel managers (dus kosten), maar bij velen is de gereedschapskist leeg en ontbreken de kennis en vaardigheden. Om een beetje in de sfeer te blijven: economies of scope (het combineren van eenzelfde proces van activiteiten die voorheen gescheiden plaatsvond) of economies of speed, gewoon razendsnel opereren met productie, levering, aanpassing en vernieuwing.

Kortom: juist bij managers is vakmanschap vereist. In termen van onze mooie autobranche: zorg voor een flinke kar vol goed gereedschap, passend bij de job, hou een doel voor ogen, doe de dingen goed (efficiënt) en doe de goede dingen (effectief). Een groot(s)e en synergetische periode ligt voor u.

Deel dit artikel op​

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
2 april 2025
NexDrive en 50five maken laadoplossingen toegankelijk
2 april 2025
Autobedrijf Jan Greijmans verder als TOP Merkspecialist in Mazda
2 april 2025
Een robuuste strategie
1 april 2025
Registraties nieuwe auto’s dalen met 10 procent in eerste kwartaal 2025
1 april 2025
Accupakket als zwaard van Damocles
Meest bekeken berichten
Recente reacties