We zien een P0016-foutcode verschijnen en de omschrijving, gecombineerd met de aanwezige kennis zorgt voor de snelle vervanging van de nokkenassensor. Foutcode wissen, klaar. Controle met een PicoScope laat echter zien dat dat niet waar is.
Genoemd voorbeeld komt ter sprake tijdens de nieuwe Toepassingstraining PicoScope die AA-Equipment Support in Helmond organiseert. Het is tekenend voor de te snelle conclusies die een mens geneigd is te nemen, zeker als de symptomen ogenschijnlijk snel herkend worden. In dit specifieke voorbeeld blijkt het inderdaad niet om die nokkenassensor te gaan. Het signaal daarvan wordt vergeleken met dat uit de beschikbare database, een bibliotheek vol signaalbeelden. De twee komen overeen, zijn domweg identiek en dus functioneert de sensor gewoon. Verder onderzoeken, luidt het devies. Een beetje friemelen aan de kabelboom die leidt naar de sensor laat een verontrust beeld zien op de PicoScope-grafiek. Reparatie aan de kabelboom lost het probleem definitief op.
‘De kwaliteit van diagnose stellen maakt de monteur’
Je zou kunnen beargumenteren dat een goede automotive oscilloscoop behoort tot de onmisbare uitrusting van een autotechnicus. Hebben, gebruiken en het maximale halen uit zijn daarentegen drie compleet verschillende begrippen. De nieuwe Toepassingstraining PicoScope is dan ook bedoeld om gebruikers te helpen meer uit het instrument te kunnen halen. Opvallend ten tijde van corona is wel dat het hier een praktijktraining betreft in een klaslokaal, niet online dus. De groepsgrootte is beperkt en er zijn coronaspecifieke maatregelen van toepassing.
Bob van Driessche is technisch specialist bij AA-Equipment Support en hij begint met het uitleggen van de beschikbare hardware van Pico. Er zijn scoopversies met 2-, 4- of 8-kanalen, die laatste is een automotive first aldus de leverancier. De Pico Advanced Kit komt met een keur aan kabels om vrijwel alle elektrische en elektronische componenten en circuits in elk modern voertuig te kunnen meten en testen. Denk dan aan de ontsteking (primair en secondair), aan injectoren en brandstofpompen, start- en laadcircuits, batterijen, dynamo’s en startmotoren, elektronische gasklepbediening en CAN-bus, LIN-bus en FlexRay.
Actieve hulp
De nieuwste typen van de PicoScope hebben een Pico BNC+-aansluiting. Dat biedt actieve hulp met aansluiten, een automatische voorinstelling door de scoop en de mogelijkheid weerstanden te meten in elektrische circuits. De stroomtang is dan door de scoop aangedreven, wat batterijen overbodig maakt. Denk echter niet dat Pico als fabrikant zich beperkt tot oscilloscopen. Er zijn ook sets gericht op drukmeting of op NVH: noise, vibration and harshness. In gewonemensentaal: piepjes, rammeltjes en kraakjes. Meten aan een hoogvoltagesysteem van een hybride of volledig elektrische auto? Pico heeft er de tools voor en het komt allemaal in meer of mindere mate aan bod in de training.
Gedurende de training passeren verschillende gangbare scenario’s de revue. Het begint allemaal toepasselijk met testen rondom de accu: starten en laden. We krijgen volledig inzage in de gezondheid van de accu: dit exemplaar in de Alfa is gezond maar moet worden bijgeladen. De vervolgstap is de compressietest. De Alfa betreft een V6 en drie van de zes cilinders scoren honderd procent van de beschikbare compressie, de overige drie tussen 95 en 98 procent.
We keren even terug naar het voorbeeld uit het intro van dit artikel. Op het dashboard brandt ‘check engine’, de foutcodelezer hoort van de EOBD-poort de foutcode P0016. Een multimeter volstaat toch om het nokkenassensorsignaal te controleren? Van Driessche erkent dat de toegankelijkheid van zo’n sensor doorgaans prima is en je dus gebruik kunt maken van meetnaalden: “Break-out leads zijn echter aan te bevelen.” Voor deze test moet de motor wel draaien. “Na aansluiten zien we een resultaat van rond de 5,7 V. Bij onze sensor is het een 12 V sensor die aan en uitschakelt. De multimeter laat een gemiddelde meting zien en zo kan je dus op het verkeerde been gezet worden door te denken dat je hier met een 5 Volt systeem te maken hebt.” Net als bij de multimeter sluiten we de PicoScope aan met break-out leads, starten de motor en starten de meting. Het scherm toont direct een typisch Hall-signaal met scherp afgetekende blokken. De uitlaatsensor haalt net 4 V en geen 12 V, zoals de inlaatsensor wel laat zien. “Het aansluiten verschilt niet in procedure, maar bij de scope zie je het voltage afgezet tegen de tijd. Bij een multimeter een gemiddelde.”
Automotive focus
Ten opzichte van reguliere scopes is er een belangrijk onderscheid vermeldenswaardig en dat is de software. In het menu is een specifiek voor de automotive ingericht gedeelte opgenomen. Het biedt uitleg over de marktspecifieke metingen en hulp bij het optimaal instellen. “Dat gaat verder dan een passief hulpboek, het is bedoeld als leidraad tijdens het testproces. We adviseren als referentie de gegevens te gebruiken van de fabrikanten zodat je weet wat het correcte signaalbeeld moet zijn. PicoScope biedt een voorbeeldsignaal en is direct klaar om het signaal van de test te ontvangen. Via een buffer van de data kan worden teruggekeken naar de waarden tijdens de testprocedure.”
‘Meten is weten, gokken is dokken’
Dit is in feite geleid testen. “PicoScope kan zichzelf automatisch instellen, maar handmatig instellen blijft gewoon mogelijk. Handhaaf dan altijd de regel: voltage, tijd, trigger, probe.” Het instellen van voltage wijkt niet af van de bekende procedure bij de multimeter. Het spanningsbereik moet passen bij de meting, zo’n 20 V. “Een goede basisinstelling is 20 ms/div, of 200 ms/div. Vervolgens stabiliseer je het signaal op het scherm met de triggerfunctie. Die trigger kies je zelf en je geeft vervolgens aan of de richting stijgend of dalend moet zijn. Daarna selecteer je de spanningsdrempel. Essentieel is de selectie van de juiste probe.” In het voorbeeld is dat een stroomtang.
Samenvattend kun je dus in deze software met het specifieke automotive menu kiezen voor relevante instellingen. Met Auto set-up is er de mogelijkheid om de scoop zelf de optimale instellingen te laten selecteren. “Wat je ook doet, automatisch of toch handmatig instellen: met Home heb je altijd de standaard instellingen weer onder handbereik.”
Nu het signaal duidelijk op het scherm komt met de relevante metingen volgt analyse. Daarvoor staan een rits functies ter beschikking van de technicus. Linialen bijvoorbeeld, om het signaal of de tijd de meten. Elk kanaal heeft twee eigen linialen, die je bijvoorbeeld de bandbreedte kunnen tonen tussen het minimum en het maximum van een bloksignaal. Door in te zoomen kun je de details ontrafelen van het signaal die je eerst miste. Door notities toe te voegen en labels aan de kanalen houd je bij meerdere testen de uitkomsten overzichtelijk. Ten slotte is er de informatie over de signalen in het automotive menu.
De WPS500X druksensor
Van de vele, vele, accessoires pikken we er eentje uit. De WPS500X druksensor maakt van een inkomende druk een uitgaande spanning. Ideaal om compressie te meten, of de volume-efficiency van een cilinder. Kleptiming en -afdichting, maar ook de afdichting tussen cilinder en zuiger zijn zo inzichtelijk te krijgen. Bij diesels kun je de tegendruk in beeld brengen die het DPF oplevert, oftewel de mate van ‘vol zitten’. Als druksensor zijn de drukken in het olie-systeem, brandstofsysteem of het koelsysteem geen geheim meer.