Bij een full service autobedrijf, inclusief schadeherstel, een occasionverkoop van dik vierhonderd auto’s per jaar, twaalf werkplaatsmedewerkers en een eigenaar die tachtig uur in de week werkt, denk je niet in eerste instantie aan een bedrijf waar rust heerst. Toch is dat de basis voor het succes van Auto Centrum Dalen (ACD) in het Drentse Dalen.

asm_2019-07_pag45-47_001Ronnie Schepers is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in zijn bedrijf aanwezig. Hij ziet alles en wil dan ook graag zelf bepalen hoe het er in zijn bedrijf aan toe gaat. Garageformules zijn voor hem geen optie: “Er zitten vaak bedrijven bij waarmee ik niet in één adem genoemd wil worden.” Ook voor zijn schadeafdeling ziet hij de meerwaarde niet van een aansluiting bij een keten, of een stichting als Schadegarant. “Je moet een inleg neertellen, voor bepaalde tarieven werken en vervolgens zie ik al die bedrijven failliet gaan. Een bumperhoekje spuiten voor tachtig euro? Gaan we niet doen. We spuiten de hele bumper, want we willen wel kwaliteit leveren. En we hebben werk zat.”

Gestuurd

Fier op zijn onafhankelijkheid wil niet zeggen dat Ronnie Schepers geen verzekeringswerk doet. “Het zijn allemaal gestuurde schades. Als iemand hier komt en vraagt: ‘Wat kost een bumper spuiten?’, dan ben ik te duur. Gaan we niet doen. Univé is een hele grote verzekeraar hier in de omgeving. Daar staan wij hoog in aanzien, met als gevolg dat wel 60 procent van de werkplaats gevuld wordt door Univé.” asm_2019-07_pag45-47_006En wanneer een vaste klant bij een andere verzekeraar te horen krijgt dat hij een strafkorting moet betalen als hij zijn auto toch naar ACD wil brengen? “Dan nemen we dat voor lief. Als de schade groot genoeg is, dan kan het ook wel uit. En als de schade te klein is, maar het is een vaste klant, dan pak ik die schade alsnog. In de buffer kan dat. Met de leenauto’s werkt het net zo. Bij een servicebeurt geven we die gratis mee, onder voorwaarde van vol mee, vol terug. Bij het schadebedrijf wordt de leenauto doorberekend. Op die manier kunnen we de vloot kostendekkend houden.”

Inkoop

Bovendien moet ACD elke maand aan zestien medewerkers een salaris uitbetalen. “Zeker, maar in principe draaien alle bedrijfsonderdelen onafhankelijk van elkaar goed. En natuurlijk maak je op een occasionverkoop meer marge dan op een setje banden. Als de inkoop goed is, dan kan niets daar tegenop.” Met een kleine dertig leenauto’s biedt ACD zijn klanten de ruimte om bijvoorbeeld onderdelen in Duitsland in te kopen. “Een auto hoeft dan niet dezelfde dag klaar te zijn. Ook dat geeft rust in de tent. Het geeft mij de gelegenheid om bijvoorbeeld een onderdeel veel goedkoper uit Duitsland te laten komen. Ik heb ook geen vaste onderdelenleverancier, maar wel een jongen in het magazijn die alleen maar bezig is met het bestellen van onderdelen. Die kijkt in alle vijvers wat de prijzen zijn en dus halen we onderdelen bij Koskamp, maar ook bij Veam, bij Dabeko en in Duitsland. Als ik bijvoorbeeld in Duitsland een aandrijfas koop voor zestig euro die in Nederland vijfhonderd kost, neem ik 30 procent marge in plaats van 15 procent. De klant is dan toch goedkoper uit en ik hou meer over. Dat is de truc. Inkoop is de kracht van verkoop, net als bij de occasionverkoop. Het is simpel: als je marge kunt genereren, is elke onderneming succesvol.”

Uitbesteden

Hoe belangrijk ook voor de marge, toch is occasionverkoop voor Ronnie Schepers maar bijzaak. “We zitten nu, halverwege het jaar, al op 220 verkochte occasions. Dus voor heel 2019 verwacht ik uit te komen op 400, 450 stuks. Toch kan ik er maar een uur per dag mee bezig zijn.” Veel aan de occasionhandel heeft ACD namelijk uitbesteed. “We zitten dicht bij Duitsland, dus daar halen we veel auto’s vandaan. Dat laten we doen door iemand die dat voor nog een paar bedrijven uit de buurt doet. Die vertrouw ik dat helemaal toe. We kopen in Duitsland alleen in op zoekopdracht. Zo’n Audi SQ5 bijvoorbeeld, die buiten staat, die ga je in Nederland ook niet vinden, met de opties die de klant vaak wil. Dan is het even speuren op internet en als we iets gevonden hebben, gaat hij hem halen. Hij keurt de auto helemaal, checkt de kilometerstanden, controleert op eventuele schade, alles wordt gecontroleerd, dus ik koop risicovrij. En als de auto hem niet bevalt, laat hij hem staan. Dan kost het brandstof en tijd, jammer, maar alles wat opgehaald wordt, is dubbel gecheckt. Hij regelt ook het kenteken bij de RDW. Het enige wat wij hoeven te doen is rijklaar maken en afleveren.”

Diesel

Geheel tegen de trend in verkoopt ACD nog geregeld een diesel occasion. “Zonder diesel zou ik dit jaar niet verder komen dan vijftig auto’s. Let wel: de verkoper bepaalt. Een vader komt bijvoorbeeld voor zijn dochter een auto uitzoeken. Hij wil een benzine, maar dan gaan we even zitten, we bespreken de wensen en hij gaat anderhalf uur later met een diesel naar huis. In Duitsland hebben diesels het afgelopen jaar behoorlijke klappen gehad. Ze mochten het centrum niet meer in, maar dan praten we over steden waar de meeste van mijn klanten nog nooit geweest zijn en ook niet zullen komen. Het milieu, dat is allemaal leuk en aardig, maar wanneer iemand met een drie jaar jongere diesel per jaar ook nog eens vijfhonderd euro goedkoper uit is, is de keuze snel gemaakt.”

Lage verwachtingen

Voor elektrisch heeft Ronnie Schepers op de korte termijn lage verwachtingen. “Een occasionmarkt voor die auto’s is er nog niet. Nieuw zijn ze voor de meeste mensen te duur, dus dat duurt nog wel een jaar of tien voordat de elektrische auto doorbreekt. Tot die tijd gaat een diesel uit 2013 gewoon vol gas door! Dat is de praktijk. Dat zien Bovag, RAI Vereniging en ANWB ook. Ze willen iedereen wel graag in een elektrische auto hebben, maar het kan gewoon nog niet. Neem nou een hybride Volvo V60, die ik als inruiler binnen heb gekregen. Is uit 2016, met vijftigduizend kilometer is dat toch een kandidaat om in Nederland te verkopen? Valt bovendien nog in de gunstige bijtelling… Gaat nu naar Portugal. Daar hebben ze vanuit de overheid een hele goede ondersteuning. In Nederland zit hij hoger in de wegenbelasting voor particulier gebruik. De klant is niet gek. Die wil best een paar kilometer elektrisch rijden, maar niet als dat zijn portemonnee hard treft. Dus ik ben blij met die diesels. Het zal heus wel een keer veranderen, maar niet dit jaar en ook niet volgend jaar.”

Personeel

Zelf werkt hij misschien tachtig uur in de week, maar dat verlangt Ronnie Schepers zeker niet van iedereen in het bedrijf. Vanwege de ontspannen sfeer heeft ACD juist een grote aantrekkingskracht op monteurs uit de omgeving. De groei van negen naar twaalf werkplaatsmedewerkers dit jaar bleek dan ook niet zo heel moeilijk te realiseren. “De markt is krap. Wie wil er nog automonteur worden? Toen ik op de lts zat, waren er twee klassen met meer dan dertig leerlingen. Tien jaar later was de hele afdeling autotechniek dicht. Nu heb je de ellende ervan. De jongens die nu bij ons aan komen lopen, zitten op een plek waar ze het niet naar hun zin hebben. Ze willen een gezellig bedrijf, ruimdenkend en dat is onze mazzel.”  

‘Als je marge kunt genereren, is elk bedrijf succesvol.’

  Dat de werkplaats ondanks twaalf medewerkers voor de komende drie, vier weken vol staat, heeft volgens Ronnie Schepers alles te maken met de kwaliteit van de moderne auto. “Ze worden niet beter. Volkswagen heeft de laatste zes, zeven jaar enorme problemen gehad met motoren, turbo’s en meer. Volvo en Ford zijn nu aan de beurt. Ik heb wel zes Volvo’s staan met een gescheurd motorblok. Dat is echt een klus van twee dagen, dus moet je de klant ook voorbereiden op een factuur van vijf-, zesduizend euro. De een kan dat betalen, de ander moet in termijnen betalen, of kan het niet betalen en moet de auto inruilen. Linksom of rechtsom lukt het allemaal wel, maar het is niet meer kleine beurt, grote beurt, airco bijvullen en rijden maar. Het is continu volle bak. Veel werkplaatsen nemen dat werk ook niet aan. Wij hebben gelukkig twee ict’ers lopen die elke storing eruithalen. We zeggen niet gauw nee, alles kan. Een distributieriem voor deze Ferrari 360? Drie en een half uur, dan is hij klaar.”

ADAS

En mocht het eens niet lukken, bijvoorbeeld omdat software nog niet voor het universele kanaal beschikbaar is, dan is het contact met dealers goed. “Even zo goed komen de dealers bij ons als ze wat hebben. Ik zie ons ook niet als concurrenten, maar als collega’s. Kalibreren van ADAS bijvoorbeeld, ik denk niet dat er een dealer is binnen een straal van zestig kilometer die daar de apparatuur voor heeft. Wij wel. Dan kopen we zo’n machine, doen er vijfhonderd euro bij en krijgen daarvoor een instructie in het eigen bedrijf. Drie monteurs staan erbij, krijgen een-op-een instructie, werkt ook veel beter dan een klasje.”
Deel dit artikel op​
Laatste nieuws
4 april 2025
Samenwerking Atlante, Electra, Fastned en IONITY
4 april 2025
Rob Kranenbarg vervangt Ton Hermus bij Omnia CCS
4 april 2025
Autobedrijf zonder fratsen
3 april 2025
Europese Commissie beboet fabrikanten wegens recyclingkartel
3 april 2025
VOYAH breidt dealernetwerk uit met Wassink Autogroep
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
Meest bekeken berichten
Recente reacties