Tijdens het overleven op het Covid-19-strijdtoneel zijn ondernemers en managers in de autobranche niet direct bezig met investeringsplannen. Toch is het verstandig de blik op het post-coronatijdperk te houden, want de wereld staat weliswaar in brand, maar niet stil.

‘Business as usual, met andere inhoud’

Het coronavirus heeft het verdienmodel voor 2020 van vrijwel alle ondernemers in de autobranche aangetast. Dit jaar positief afsluiten wordt nog een hele uitdaging. Veel uitgestelde kosten zullen ondanks overheidssteun op de liquiditeitspositie drukken. Ook al kun je een beroep doen op arbeidstijdverkorting en stel je het betalen van belastingen uit, de rekening komt een keer en dan heb je reserves nodig. Hoe lang het gaat duren voordat alle verloren omzet en marge zijn ingehaald, valt niet te voorspellen. Wie geen vet op de botten heeft, zal door de economische gevolgen van de coronacrisis extra hard geraakt worden.

Aftersales als basis

In de nieuwe anderhalvemetereconomie zullen ondernemers en managers in het autobedrijf moeten leren omgaan met de complexiteit ervan. Gezien de ervaringen van de afgelopen weken in de open gebleven werkplaatsen, is dat goed gelukt. De vraagstukken van voor de crisis zijn echter niet weg, hooguit even geparkeerd. De problematiek om gemotiveerde medewerkers te vinden, ze middels trainingen up-to-date houden en het afstemmen van de investeringen op het werkaanbod blijven ook na crisistijd een structurele taak van het aftersalesmanagement.

Ondanks deze hectische tijden blijven ondernemers geïnteresseerd in de toekomst van hun werkplaats, simpelweg omdat de aftersales de basis is voor hun verdienmodel. Dealers die nu geconfronteerd worden met een halvering van hun corebusiness, de autoverkoop, maar hun werkplaatsactiviteiten op orde hebben, blijven in de race. Voor universele autobedrijven is de aftersales sowieso de hoofdactiviteit, net als voor bandenspecialisten, autoserviceketens en schadeherstelbedrijven.

Investeren

In de aftersales zijn de werkplaatsinvesteringen een continu aandachtspunt, hetzij ter uitbreiding of vervanging, voor de apk, of om aan te haken bij de zich langzaam ontwikkelende EV-markt. Actueel zijn deze investeringen ook ten aanzien van de noodzakelijke kalibratiesystemen voor ADAS. Verder vraagt de deeltjesteller over één à twee jaar om een deel van het budget, net als wellicht een nieuwe koplamptester voor de nieuwe generatie led-koplampen.

De eerste weken na de op 15 maart 2020 door de overheid ingezette ‘intelligente lockdown’ viel de gemiddelde werkplaatsomzet, in tegenstelling tot de autoverkoop, nog mee. Een licht neerwaartse spiraal werd deels gecompenseerd door een gestegen gemiddelde factuurgrootte. Schadeherstellers en merkdealers werden als eerste in hun werkplaatsomzet geraakt. Met name de schadeherstelbedrijven vingen de eerste klappen op. Het universele autobedrijf ontsprong de dans. Verder bleek dat een proactief beleid zijn vruchten afwerpt. Actief je klanten benaderen en niet op je handen blijven zitten, hebben gewerkt. Het is een open deur die onder druk van de coronacrisis open bleef.

Het gevolg van de op RIVM-advies genomen maatregelen is dat trainingen zijn doorgeschoven, personeel sneller thuisblijft en investeringen deels uitgesteld worden. Dat laatste wordt ook bevestigd door onze werkplaatsenquête (zie pagina 38-42). Logisch zegt u, want kassa en bankrekening van het autobedrijf raken leeg. Bedrijven gaan in de overlevingsmodus en houden de hand op de knip. De meest actuele vraag is: wordt het ooit weer business as usual, en zo ja, wanneer? En ja, het wordt ooit weer business as usual, alleen zal de invulling van de aftersales anders zijn en dat heeft maar ten dele met Covid-19 te maken. Structurele veranderingen worden namelijk door de technologie en maatschappelijke trends bepaald. Dus al is het actuele financiële leed nog zo groot, vergeet niet naar de (aftersales)mogelijkheden van morgen te kijken. Investeer in uw toekomst in plaats van op uw handen te blijven zitten. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Je moet er het lef en de toegang tot voldoende euro’s voor hebben.

Digitaal

De crisis overleven is één, je stip op de horizon bepalen, is nog iets anders. Het blijft echter nodig een blik op die nabije toekomst te houden, niet in de laatste plaats om het niveau en de noodzakelijkheid van de benodigde investeringen, maar ook om de kwaliteit van je aftersalestoekomst te bepalen. Wie stil blijft staan, zal klanten mislopen, en dat voor langere tijd, ben ik bang. Investeren in een connected of digitale werkplaats is een must, maar klinkt als een ver-van-mijn-bed-show, omdat direct wordt gedacht aan de datastromen uit de connected car. De digitale werkplaats houdt meer in dan omgaan met data uit de auto. Het gaat naast de behandeling van klantinformatie om het digitaliseren van de bedrijfsprocessen, van het klantencontact tot controles en diagnoses, om de werkplaatsmedewerkers met hun iPad de extra aandachtspunten aan te kunnen reiken. Zelfs de apk en het bijvullen van de olie en andere vloeistoffen worden digitaal het garagemanagementsysteem ‘ingeschoten’. Zo is de receptionist verzekerd van de juiste data om de factuur te kunnen maken, onderdelen te bestellen en magazijnopdrachten te maken. Anderzijds zal hij de informatie gebruiken om de klant te informeren en zodoende eventueel aanvullend werk verkocht te krijgen.

Het digitaal vastleggen van gevolgde procedures door het autobedrijf zal, zeker als merkcertificering naast de schadesector ook voor de universele werkplaats een factor van belang gaat worden, een must zijn. Bij werkplaatsinvesteringen denken we veelal eerst aan hefbruggen, remmenbanken, bandenserviceapparatuur, aircomachines, gereedschappen en diagnoseapparatuur, maar steeds vaker zien we dat er ook in een professioneel data- en/of wifi-netwerk wordt geïnvesteerd, in eerste instantie door dealers, maar ook door universele autobedrijven om naast pass-thru via een interface/diagnoseapparaat ook andere software-updates te kunnen doen. Deze netwerken worden een noodzakelijk en zelfs onmisbare investering, nu door digitalisering, werkplaatsprocessen, de connected car en de output van werkplaatsapparatuur geïntegreerd worden, gesteld dat de ondernemer bereid is onderdeel te worden van de ‘nieuwe wereld’, de digitale maatschappij. Voorgaande klinkt allemaal heel eenvoudig, maar het zal naast het investeren in hard- en software ook inhouden dat er geïnvesteerd moet worden in de medewerkers.

Elektrisch

Richten we de blik op elektrische voertuigen, dan blijkt dat de coronacrisis vooral de autoverkopen flink heeft geraakt, waardoor de groei van het aandeel EV’s wordt afgeremd. Ook hier geldt dat de wereld niet stilstaat. Investeringen in EV zijn langzamerhand gemeengoed. Natuurlijk, de hybrides komen al langer in de werkplaats, dus er is best al wat expertise rond hoogspanning opgebouwd, maar de volledig elektrische auto met een batterijpakket komt voor steeds meer autobedrijven in beeld.

Zeker dealernetwerken zijn druk zich aan te sluiten bij de elektrificatie van de mobiliteit, maar ook het universele kanaal zet stappen. Kijk bijvoorbeeld naar Edge Mobility van Innovam/Autoniveau, of de EV-transitie bij Profile Car & Tyreservice. Kennis opdoen is daarbij een eerste vereiste. Diverse werkplaatsconcepten omarmen daarnaast de laadpaal om zich richting klant als een EV-kennispunt te profileren. James, Vakgarage, Bosch Car Service, Autocrew, Carprof en Autovakmeester zijn hier allemaal druk mee. Een laadpaal bij het bedrijf geeft de klant al het idee dat elektrisch rijden serieus wordt genomen, nog afgezien van de service die je daarmee aan je klanten biedt, al dan niet met een commerciële insteek.

Natuurlijk is een door volledig elektrische auto’s gedomineerd wagenpark nog ver weg, maar de kans dat er een je werkplaats aandoet, wordt met de dag groter. Dat betekent dat in eerste instantie de werkplaatsmedewerkers gecertificeerd moeten zijn om aan dergelijke auto’s te werken. Tenslotte worden zij met hoogspanning geconfronteerd. Daarnaast is speciaalgereedschap nodig en soms kiezen dealers zelfs voor een aparte aircomachine die dedicated is voor de EV’s. Dan is er nog een diagnoseapparaat nodig voor het analyseren van de batterijmodules en dito oplaadsystemen. De gemiddelde EV is door het batterijpakket relatief zwaar, al blijft-ie onder de 3500 kilogram.

Bij het moeten demonteren van zo’n batterijpakket of een aandrijflijn/elektromotor is het evenwicht van de auto op een tweekolommer een punt van aandacht. Je loopt eerder het risico dat een auto bij een demontage uit balans raakt. Zeker bij de premiummerken wordt bij werkzaamheden aan een EV de voorkeur gegeven aan een vierkolommer of een stempelhefbrug met rijbanen, al kun je voor een Renault ZOE of een Nissan Leaf met een tweekolommer goed uit de voeten.
In de praktijk kwamen we ook een BMWi3 op een schaar met korte rijbanen tegen die prima demontabel was.

Emoties

Equipment wordt niet altijd even rationeel aangekocht. Emoties en/of voorkeuren kunnen bij de keuze een rol spelen. De keuze voor een bepaald type hefbrug heeft bijvoorbeeld vaak met een persoonlijke voorkeur te maken. Diverse hefbruggenleveranciers zien overigens wel dat er al vaker voor hefbruggen met een zwaarder hefvermogen wordt gekozen, met het oog op hybrides en EV’s. In plaats van 2,5 tot 3,5 tons komen nu ook vaker 4 en 5 tons hefbruggen in beeld.

Bij het demonteren van een batterijpakket of de elektromotoren is een verrijdbaar hefplatform vaak noodzakelijk. Die kan tegelijkertijd als mobiele werkbank functioneren. Vergeet ook niet de aparte reparatieruimte voor batterijen. Alleen al door het brandgevaar moeten hier de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden.

Het zal ook niet lang meer duren of ADAS-kalibratie wordt onderdeel van de apk. ADAS-kalibratiesystemen zijn dan ook een hot item. Het is bij iedere investering goed om te kijken of je voor zo’n investering ook het juiste werkaanbod hebt. Bij een te laag werkaanbod kan samenwerking met collega’s een (investerings)optie zijn.

Afhankelijkheid

De waarde van de aftermarket is een aftersalesvijver, voortkomend uit de noodzaak tot reparatie, schadeherstel, bandenvervanging en onderhoud (deels aangestuurd door de apk) van een rijdend wagenpark. In ons land is die aftersalesvijver gevuld met bijna 10 miljoen personen- en bestelauto’s, goed voor onder meer 7 miljoen apk’s en 8 tot 9 miljoen te vervangen banden, nog afgezien van reparaties, onderhoud en schadeherstel. Wat er met tientallen en honderden euro’s uw kassa binnenkomt, gaat er in een investeringsronde met duizenden euro’s weer uit. Dus het is zaak goed na te denken en uw stip op de horizon te bepalen als u de investeringsbeslissing neemt. De gemiddelde factuurgrootte in de werkplaats ligt op 250 tot 300 euro. Gemiddeld komt een kenteken 2,1 tot 2,8 keer per jaar in de werkplaats. Uit de RAI-Bovag Aftersalesmonitor blijkt dat er 16 à 17 miljoen werkplaatsbezoeken per jaar worden afgelegd. Dat maakt een totale aftersalesvijver van rond de negen miljard euro.

Deel dit artikel op​

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
2 april 2025
NexDrive en 50five maken laadoplossingen toegankelijk
2 april 2025
Autobedrijf Jan Greijmans verder als TOP Merkspecialist in Mazda
2 april 2025
Een robuuste strategie
1 april 2025
Registraties nieuwe auto’s dalen met 10 procent in eerste kwartaal 2025
1 april 2025
Accupakket als zwaard van Damocles
Meest bekeken berichten
Recente reacties