Volkswagen-topman Matthias Müller betwijfelt of het zinvol is te blijven investeren in dieseltechniek. De kosten en moeite om te voldoen aan toekomstige Europese CO2-eisen zijn wellicht te hoog, zeker bezien in het licht van de steeds betere prijs-prestatie-verhouding van elektrische aandrijving.
“Tegen deze achtergrond dringt zich de vraag op of wij op een bepaald moment nog veel geld moeten steken in de verdere ontwikkeling van diesels”, aldus Müller in een interview met het Duitse Handelsblatt. De toekomst van de diesel in eigen land zal volgens hem “in een dialoog met de politiek” worden bepaald.
Een definitieve streep zet Müller niet door de diesel, laat staan dat hij een concrete termijn noemt. Maar het feit alleen al dat hij zich publiekelijk hardop de vraag stelt over nut en noodzaak is op de thuismarkt reden voor ongerustheid. Tienduizenden banen zijn afhankelijk van deze vorm van aandrijving. Van alle nieuwe personenauto’s is in Duitsland 46 procent een diesel.
Een woordvoerder van toeleverancier Bosch zegt de twijfel van Müller niet te zien als een voorbode van een naderend einde. De diesel is volgens Bosch wat emissieresultaten betreft al aanzienlijk verbeterd en zou voldoende ruimte bieden om nog schoner te worden. Sterker nog: de diesel is volgens Bosch onmisbaar om te voldoen aan EU-milieudoelstellingen.
In de nasleep van de softwaremanipulatie, om goed te scoren bij emissietests, heeft Volkswagen in de VS alle dieselmodellen uit de handel genomen. Met klanten en overheden is de fabrikant verwikkeld in een (financiële) compensatieregeling. Of er op de Amerikaanse markt ooit nog VW-diesels verkocht gaan worden is onduidelijk. Vorige week werd bekend dat het concern een inhaalslag gaat leveren op het gebied van elektrische mobiliteit. Binnen tien jaar moet een kwart van alle voertuigen die de fabrikant levert volledig elektrisch rijden.