Vanaf medio 2011 worden wij in de aftersales geconfronteerd met teruglopende omzetten. Autobedrijven behalen geen of nauwelijks positief rendement. Door het teruglopend werkaanbod is de ondersteuning vanuit de aftersales op het bedrijfsrendement tanende.
Om het werkaanbod te stimuleren wordt er vanuit de bedrijven, importeur of overkoepelende organisatie sterk ingezet op marketing waarbij de vermarktte acties over het algemeen bestaan uit gratis, korting of meer voor minder. De effecten (kosten/baten) van al deze marketingacties zijn op de korte termijn gering. Bij een evaluatie van een dergelijke marketingactie kom je al snel tot de conclusie dat degenen die er gebruik van maken vaak al klant waren, terwijl het de doelstelling was en is om nieuwe klanten te verwerven.
We moeten vooral door blijven gaan met gerichte marketingacties, maar dit zal het rendement niet binnen afzienbare tijd positief beïnvloeden. Immers het effect van marketing wordt pas zichtbaar door continuïteit, de kracht van herhaling. Verder heeft het teruglopen van het werkaanbod als neveneffect dat door de ongezonde werkdruk afdelingen niet soepel meer lopen en de kwaliteit van het afgeleverde werk onder druk komt te staan wat de kosten verhoogt.
Al met al een scenario waarbij de ongemakken niet op één hand te tellen zijn. Wat kunnen we nog wel ondernemen om er voor te zorgen dat 2013, voor de aftersales, niet de boeken ingaat als een moeilijk en slecht renderend jaar?
Het verbeteren van de rendementsbijdrage van de aftersales autobedrijf is te vinden binnen de eigen bedrijfsvoering. Het blijkt dat door de goede jaren heen, waarin bedrijfsbreed onder andere routines en procedures zijn opgebouwd, verslagleggingen zijn samengesteld en doelstellingen en stuurmiddelen zijn geformuleerd, deze niet meer aansluiten bij de huidige marktsituatie.
Het opnieuw beoordelen van de interne processen, zowel financieel als organisatorisch, met de knowhow vanuit de historie, is voor de medewerkers op alle niveaus binnen het bedrijf een moeilijke en in sommige gevallen onmogelijke opgave. Het vastklampen aan de tijd dat het rendement werd gegenereerd door bijvoorbeeld weer een extra brug – en dus een extra monteur – erbij te zetten, door verruimde openingstijden en dus een betere bezetting van beschikbare middelen of het werkplaatstarief procenten harder dan de inflatie te laten stijgen om hiermee een betere omzet voor het aankomende jaar te kunnen budgetteren, is voorbij. Moraal van het verhaal: neem de tijd om echt en zonder voorbehoud alle processen tegen het licht te houden.