Nederland telt naar schatting 90.000 autodelers. Uit onderzoek van het PBL blijkt dat bijna een derde van deze autodelers de eigen auto wegdoet of geen (extra) auto aanschaft. In het laatste geval komt de deelauto vaak in de plaats van een tweede of derde auto.
Voordat zij een auto deelden, hadden autodelers gemiddeld ongeveer 1 auto per huishouden; sinds het autodelen is dat gedaald naar 0,7 auto per huishouden. Ook zijn ze minder gaan rijden: vóór het autodelen reden zij gemiddeld 9.100 kilometer per jaar, erna is dat gedaald naar ongeveer 7.500 kilometer per jaar (een daling van 15 tot 20 procent).
CO2-uitstoot
Sommige autodelers rijden meer dan voorheen: zij nemen nu vaker de auto in plaats van de fiets of het openbaar vervoer. Anderen rijden minder omdat ze nu geen eigen auto (of geen tweede of derde auto) meer hebben; zij zijn daardoor selectiever in hun autogebruik, ook bij hun ‘eigen’ eerste auto.
De door mobiliteit veroorzaakte CO2-uitstoot is bij de autodelers met 12 tot 14 procent gedaald. Voor een deel komt dit doordat ze minder kilometers rijden; voor een deel doordat zij minder auto’s bezitten. Bij de productie en sloop van auto’s komt immers ook CO2 vrij.