Het openbaar vervoer is de voorbije tien jaar meer in prijs gestegen dan de auto, meldt het CBS. Vergeleken met 2009 was het OV in juli 2019 bijna dertig procent duurder. De kosten voor het rijden met de eigen auto gingen die periode gemiddeld een kwart omhoog.
Bij de autokosten zijn de aanschaf, het onderhoud, brandstoffen, parkeren, de verzekering en de motorrijtuigenbelasting meegerekend. De CBS-analyse van de prijsindex leert dat in de meetperiode consumentengoederen en -diensten gemiddeld 18 procent duurder werden.
Grillig
Sinds 2009 nam de prijs voor reizen met het openbaar vervoer geleidelijk en stapsgewijs toe. De autokosten ontwikkelden zich grilliger. In de periode 2009 tot 2015 stegen de autokosten sterker dan de tarieven van het openbaar vervoer. Tussen 2015 en 2019 lag de ontwikkeling van de autokosten juist meestal onder die van de openbaarvervoerprijzen.
In Nederland wordt volgens het CBS tien keer zoveel besteed aan autokosten als aan het openbaar vervoer. De prijs van autobrandstoffen lag in juli 2019 bijna 26 procent hoger dan in 2009. De prijzen van benzine en diesel stegen in hetzelfde tijdsverloop ruim 30 eurocent per liter. De aanschaf van een auto, de benodigdheden en de motorrijtuigenbelasting werden sinds 2009 ruim 18 procent duurder. Dat is gelijk aan de gemiddelde stijging van alle consumentengoederen en -diensten. Het onderhoud bij de dealer steeg iets sterker in prijs, met bijna 25 procent.
Parkeertarieven
Van alle autokosten stegen de parkeertarieven en verzekeringen het sterkst. Parkeertarieven gingen sinds 2009 met bijna veertig procent omhoog, de premies van motorrijtuigenverzekeringen met ruim vijftig procent.