Het woord synergie blijft iets magisch. Ik denk omdat het daaraan verbonden rekensommetje 1 1 = 3, zo onmogelijk en dus aanlokkelijk is.
De term synergie werd op een bepaald ogenblik zo veel gebruikt (en misplaatst) dat het woord bij sommige bedrijven in de ban werd gedaan. Het woord mocht niet meer worden gebruikt waardoor al snel cryptische verwijzingen ontstonden zoals ‘the S word’ of ‘the dirty S word’.
Wat is dat dan eigenlijk, die synergie? Het kan verwijzen naar samenhang en schaalvoordeel, naar die bekende 1 1 = 3. Het geheel is meer dan de som der delen. Het is een magische term rondom reorganisaties en stroomlijning, fusies en overnames, integratieprocessen, (de)centralisatievraagstukken. Het kan betrekking hebben op mensen, kennis en embedded knowledge, producten en markten of combinaties daarvan of voor- en achterwaartse integraties.
Bij interne efficiency ligt schaalvergroting (economies of scale) voor de hand. Bij effectiviteit kan je denken aan het scheppen van randvoorwaarden om uiteindelijk de klant goed te kunnen bedienen (logischerwijs vaak in een sterke samenhang met efficiency) en het product te leveren op een wijze en met de toegevoegde waarde, die spoort met de klantvraag: de match tussen vraag en aanbod.
Soms is synergie heel eenvoudig. Het gezamenlijk inkopen bijvoorbeeld is zonder al teveel moeite te realiseren. Synergie kan ook betrekking hebben op het delen van overhead, op het over en weer gebruiken van andere distributiekanalen. Bij economies of scale gaat het primair om lagere productiekosten per eenheid. Bij economies of scope gaat het vooral om het combineren van activiteiten of units die voorheen los van elkaar opereerden. Differentiatie in producten die binnen eenzelfde productieproces worden voortgebracht, is daarvan een voorbeeld (assemblagelijnen en platform-technologie in de auto-industrie).
De praktijk met die synergie is en blijft lastig; papier is geduldig. In de praktijk kan het streven naar synergie en schaalvoordeel al snel leiden tot veel bureaucratie, complexiteit en centrale sturing. Ook in de automotivesector gonst het synergiewoord. Schaalgrootte is een must voor fabrikanten, groothandel en retailers om nog te overleven. En omdat iedereen zich hiernaar gaat gedragen, wordt het een waarheid. Althans zo lijkt het. Er wordt binnen de automotivebranche nog teveel suboptimaal ‘gerommeld’. De gehele waardeketen vertoont nog te weinig samenhang en veel tekortkomingen.
Wil je schaal omzetten in voordeel, dan moet je daar wel wat voor doen. Veelzeggend is een recent onderzoek naar een groot aantal dealerholdings binnen Europa. Ook bij deze grote bedrijven schommelden de rendementen tussen een hele dikke min en een redelijk dikke plus. De correlatie (samenhang) tussen omvang en rendement bleek buitengewoon zwak. Des te meer reden om aan de slag te gaan met de supply chain: het creëren van waarde voor de onderneming, maar uiteindelijk vooral voor de klant.