Maar liefst zes landen in de Europese Unie hebben minder dan één laadpunt voor elektrische auto’s per honderd kilometer weg. Bovendien is slechts één op de zeven laadpunten een snellaadpunt.
Hiermee schiet de laadinfrastructuur in de Europese Unie tekort, waarmee het bedreiging is voor de acceptatie van elektrische auto’s, waarschuwt Acea, de koepelorganisatie van Europese autofabrikanten, aan de vooravond van een stemming in het Europese Parlement over regulering van de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.
Nederland
Ons land staat erom bekend dat de laadinfrastructuur redelijk goed op orde is. Met één laadpunt op elke anderhalve kilometer weg zijn er voorlopig voldoende laadpunten beschikbaar. Ter vergelijking: in Polen, dat acht keer zo groot is als Nederland, is er slechts één laadpunt op elke 150 kilometer.
De snelheid waarmee een elektrische auto geladen kan worden is een ander obstakel voor een vlotte acceptatie van elektrisch rijden in Europa. “Als we burgers in Europa ervan willen overtuigen het komende decennium over te stappen op elektrische mobiliteit, zal laden net zo gemakkelijk moeten zijn als tanken nu”, zegt algemeen directeur van Acea, Sigrid de Vries. “Mensen moeten niet kilometers hoeven rijden voordat ze bij een laadpunt zijn. Ook zouden ze niet tijden moeten wachten voordat hun voertuig geladen is.”
Daadkracht
Acea zal er daarom bij het Europees Parlement op aandringen hierop actie te ondernemen. “We roepen de leden van het Europees Parlement op om volgende week te stemmen voor besliste actie op het gebied van laadinfrastructuur, met ambitieuze doelstellingen, die ook duidelijk gehandhaafd worden, voor elk van de lidstaten”, aldus De Vries.