In de studie ‘Ontwikkeling Mobiliteit’ kijken drie onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) naar de staat van de mobiliteit in 2040. Hun visie is opvallend behoudend.
De studie werd net voor het uitbreken van de coronacrisis afgerond, dus komen de eventuele effecten daarvan – als die er op de lange termijn al zijn – niet in het stuk voor. Wel wordt in het voorwoord en de inleiding gesteld dat het coronavirus een toenemend bewustzijn over het gevaar van dergelijke virussen tot veranderingen in mobiliteitsgedrag kunnen leiden. Thuiswerken is geaccepteerd en blijkt voor velen in te passen in de thuissituatie. Webwinkels bevallen goed en consumenten aarzelen bij het boeken van verre vliegvakanties. Fabrikanten kijken opnieuw naar een te grote ketenafhankelijkheid van toeleveranciers aan de andere kant van de wereld. Deze veranderingen kunnen de transportbewegingen beïnvloeden.
Infrastructuur
In de studie worden twee scenario’s geschetst. Scenario Hoog gaat uit van een relatief hoge bevolkingsgroei met een hoge economische groei van ongeveer 2 procent per jaar. In scenario Laag gaat een beperkte demografische ontwikkeling samen met een gematigde economische groei van ongeveer 1 procent per jaar. Het rapport is een gids voor de overheid en dus een leidraad voor de politici die beslissingen nemen over de investeringen rond mobiliteit. Denk daarbij aan het meerjarenprogramma voor infrastructuur, ruimte en transport. Dergelijke investeringsprogramma’s zijn zelden flexibel en dus vaak een stevig anker voor politieke mobiliteitsvraagstukken en eenmaal gekozen oplossingen. In de studie worden enkele toekomstbeelden geschetst die als basis de twee langetermijnscenario’s hebben uit de in 2016 door het PBL en CPB geschreven Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO). Daar borduurt deze studie op voort en schetst zodoende op basis van de jongste maatschappelijke en technologische trends de ontwikkeling van de mobiliteit in ons land tot 2040.
Trends
De mobiliteit zal zich in Nederland rustig ontwikkelen. De grote opgaven betreffen de mobiliteit binnen steden en in stedelijke regio’s. Daar is een hoofdrol weggelegd voor het openbaar vervoer en het vracht- en bestelverkeer. Op basis van recente cijfers en inzichten wordt vastgesteld dat de mobiliteit zich redelijk binnen de bandbreedte van de bestaande WLO-scenario’s zal blijven ontwikkelen. Enerzijds zal de druk op de bestaande infrastructuur toenemen door een verdere bevolkingsgroei, anderzijds wordt de toename van de mobiliteit getemperd door een matige economische groei. Het openbaar vervoer en het vracht- en bestelverkeer blijven zich naar verwachting ontwikkelen in lijn met de bovenkant van de bestaande bandbreedtes van de WLO-scenario’s. Het autogebruik ontwikkelt zich gematigder, ook door de invoering van de maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Binnenstedelijke verdichting vergroot de uitdaging voor stedelijke mobiliteit.
‘De mobiliteit zal zich in Nederland rustig ontwikkelen. De grote opgaven betreffen de mobiliteit binnen steden en in stedelijke regio’s.’
ADAS
Het effect van nieuwe technologische ontwikkelingen op de mobiliteit is naar verwachting tot 2040 beperkt. Ontwikkelingen als autodelen en Mobility as a Service (MaaS), waarin meer nadruk komt te liggen op flexibel gebruik van mobiliteit in plaats van het bezit, leiden tot meer mobiliteit voor mensen die geen auto hebben, maar tegelijkertijd mogelijk ook tot minder autobezit. Het aantal verkeersdoden zal naar verwachting voorlopig langzaam, maar structureel blijven dalen. De onderzoekers hebben hier de nodige onzekerheid ingebouwd omdat de effecten van de technologie moeilijk zijn te voorzien. Enerzijds worden auto’s veiliger door nieuwe technologieën, anderzijds leiden hogere snelheden voor elektrische fietsen tot hogere risico’s. Wel kunnen ook zelfrijdende auto’s met lagere automatiseringsniveaus bijdragen aan een betere doorstroming op het hoofdwegennet. Knelpunten kunnen zich dan verplaatsen naar (de rand van) de stad. De onderzoekers verwachten voor 2050 weinig beweging ten aanzien van zelfrijdende auto’s. Wel zal de technologie gemonteerd in de auto van nu – ADAS – al voor 2040 van invloed zijn op bijvoorbeeld het aantal en de zwaarte van ongevallen. Het effect van de zelfrijdende auto zal tot 2040 beperkt zijn, omdat de noodzakelijke automatiseringsniveaus op zich laten wachten. Bovendien is in ons land de vervangingsgraad van auto’s relatief laag.
Elektrificatie
Bereikbaarheid gaat over meer dan autogebruik en files. Dat betekent dat het verbeteren van de bereikbaarheid niet per se via auto’s plaatsvindt, maar ook doordat afstanden verkleinen in compacte steden en er een goed bereikbaar voorzieningenaanbod is in de woonomgeving. De CO2-uitstoot van mobiliteit zal naar verwachting afnemen, maar de mate waarin is onzeker. Tot 2030 is de afname van de uitstoot per kilometer in eerste instantie beperkt en blijft deze afname ook achter bij de daling zoals die in de WLO-scenario’s was voorzien. De invoering van de lagere maximumsnelheid van 100 kilometer per uur en het stimuleringspakket voor elektrisch rijden uit het Klimaatakkoord tot 2025 kunnen de daling versnellen. Hoe snel de CO2-uitstoot van mobiliteit zal dalen, blijft afhankelijk van de adaptiesnelheid van elektrisch rijden. De lagere gebruikskosten van EV’s kunnen de groei van het autoverkeer versterken, maar tot 2030 is maar een klein deel van het totale wagenpark elektrisch. Na 2030 kan het aandeel elektrisch gaan toenemen, maar de snelheid waarmee dat gebeurt, is hoogst onzeker. Al met al een behoudend rapport en een duidelijk tegengeluid voor de vele rapporten die een enorme groei van nieuwe mobiliteitsvormen, inclusief elektrificatie voorzien.