Het is de grote frustratie van veel schadeherstelbedrijven: zij kunnen allerlei schades goed herstellen, maar voor het inleren van nieuwe onderdelen, of voor een laatste software-update moest de auto toch nog even naar de dealer. Bij Schadenet Van Eeden in Cuijk gebeurt dat nog maar zelden.

Aanwezigheid van de juiste equipment is één kant van dat verhaal. Nico van Eeden: “Als er iets nieuws op de markt is, wil ik het hebben. Er zijn dealerschadebedrijven die minder kunnen dan wij. De jongens hebben allemaal een iPad, waarmee ze ook zelfstandig reparatietips kunnen opvragen. Foto’s worden via Wifi rechtstreeks naar de receptie gestuurd en gaan meteen het dossier in. We hebben een 3D uitlijnbank van Hunter, een Texa ADAS-kalibratiesysteem waarmee we alle merken kunnen uitlezen, een Celette richtbank… En ik heb nu vier mobiele hefkolommen besteld die samen 22 ton kunnen heffen. Busjes worden tegenwoordig vaak zo zwaar beladen. Ik heb hier bijvoorbeeld een schaarhefbrug van 5 ton, maar daar krijg ik ze nog niet mee omhoog, zo vol zitten ze.”

‘Ik durf wel te zeggen dat wij vooroplopen in de markt.’

“Al lopen we als universeel schadeherstelbedrijf een half jaar tot anderhalf jaar achter op de ontwikkelingen van autofabrikanten, ik durf wel te zeggen dat wij vooroplopen in de markt. Van nieuwe modellen weet zelfs een dealer soms niet hoe hij zo’n auto moet herstellen. En ik moet zeggen: ik vraag me soms ook af hoe zo’n autofabrikant zoiets heeft kunnen maken.”

“Voordat we aan een klus beginnen, wordt de auto eerst uitgelezen. De foutcodes gaan het dossier in. Dan wordt de auto hersteld en wordt hij opnieuw uitgelezen. De fouten worden gereset. Van fouten die terugkomen, wordt gekeken of die iets met de schade te maken hebben, of dat er een andere oorzaak is. In dat laatste geval informeren we de klant daarover.”

Dealer

Wanneer zijn monteurs er niet direct uit komen, bellen ze de technische helpdesk van Focwa. “Die weten vaak welke weg ze moeten bewandelen. Als we met de diagnose niet verder komen, schakelen we de hulp in van GMTO. Via een interface kunnen zij de diagnose overnemen. Dat zij er ook niet uit komen en de auto alsnog naar de dealer moet, gebeurt nog hooguit een paar keer per jaar.”

In de directe omgeving van Van Eeden zitten niet veel dealerbedrijven meer. Het maakt het moeilijk voor Van Eeden om een merkerkenning te verwerven. “Ik kom daar gewoon niet binnen.”

Het gevolg is dat soms werk uit de directe omgeving op transport moet naar de dealer. “Dan gaat zo’n auto bijvoorbeeld naar Arnhem, of naar Venlo. Als hij pech heeft, is de klant zijn auto een week kwijt voor een schade van een paar honderd euro, terwijl wij hier cosmetische schades in een halve dag hersteld hebben.”

“Wat je ook steeds vaker ziet, is dat verzekeraars een dealerpolis afsluiten. Een eigenaar wordt dan feitelijk gedwongen om naar die dealer te gaan met een schade, terwijl wij veel beter zijn uitgerust dan menig dealerschadeherstelbedrijf.”

Opleiding

Bij top of the bill apparatuur hoort personeel dat ermee om kan gaan. Nico van Eeden is van het principe dat iedere monteur zijn klus zelf moet kunnen afmaken. “Alleen maar autospuiten of voorbewerken maakt het werk eentonig. Medewerkers houden het dan ook niet lang vol. Ik heb hier mensen die al 35 jaar werkzaam zijn in het bedrijf. Het verloop is erg klein. Dat zegt ook wel wat. Daarbij is veel apparatuur zo ingericht dat een leek er bij wijze van spreken mee kan werken. Je wordt stap voor stap door een menu geleid, waardoor het eigenlijk niet fout kan gaan. Je moet wel weten wat je aan het doen bent, natuurlijk.”

Ook is Nico van Eeden al meer dan 25 jaar actief als examinator voor aankomende schadeherstellers en autospuiters niveau 2 en 3. De dag voor onze afspraak in Cuijk nam hij nog een groep van negen schadeherstellers een examen af. De resultaten stelden hem teleur. “Van de negen zijn er maar drie geslaagd en dan nog met de hakken over de sloot. Dat waren bovendien nog alle drie leerlingen die een her deden. En waar ze op zakken? Gewone praktijkdingen, zoals lassen. Kunnen ze niet, omdat ze het in de bedrijven te weinig gedaan hebben. Ik laat mijn leerlingen (op de veertien medewerkers heeft Nico van Eeden maar liefst drie BBL’ers) allemaal lassen. Ze kunnen het ook allemaal. Heel veel bedrijven zetten die jongens de hele dag in de voorbewerking. Zo leer je het vak niet.”

Niet alleen dient de nieuwe generatie de kennis te hebben, ze krijgen vroeg of laat ook de verantwoordelijkheid over het bedrijf. Nico van Eeden is inmiddels 69 en hij is nog elke dag in zijn bedrijf te vinden. Hij staat zelfs nog altijd zelf aan de brug en hoewel hij het moeilijk los kan laten, zal zijn zoon toch binnen afzienbare tijd het bedrijf overnemen. “Hij loopt al een aantal jaren mee in het bedrijf en ik durf het nu wel zo langzamerhand aan hem over te dragen.”

Schadenet Van Eeden

Na jarenlange ervaring in dienst van anderen startte Nico van Eeden op Tweede Kerstdag 1983 zijn eigen schadeherstelbedrijf. Sinds 2003 zit hij op de huidige locatie, aan De Hork in Cuijk. Een brand legde in 2013 een groot deel van zijn bedrijf in de as. Na 34 maanden juridisch getouwtrek over wie daar nu voor verantwoordelijk was, kwam de verzekering uiteindelijk toch met een schadevergoeding van 2,5 miljoen euro over de brug. Het pand werd in een half jaar tijd opnieuw opgebouwd en sinds januari 2017 is Schadenet Van Eeden weer in vol bedrijf.

Dagwaarde

En al hebben ze de kennis, de vaardigheden en de apparatuur in huis, gerenommeerde bedrijven als dat van Nico van Eeden hebben ook nog te maken met het beleid van verzekeraars om auto’s nog maar tot de helft van de dagwaarde te laten herstellen. Nico van Eeden: “Komt een schade daarboven, dan wordt zo’n auto economisch total loss verklaard. Dan komen er biedingen op en gaat de auto het zwarte circuit in. Hij wordt dan wel ergens hersteld, maar vraag niet hoe en vervolgens verschijnt die auto weer in het witte circuit. De ellende die daaruit voortkomt, krijgen we hier geregeld binnen. Daarom vind ik: herstellen tot ongeveer de dagwaarde. Ga je daar iets overheen, dan kun je nog wat doen met gebruikte onderdelen. En als het er echt ver boven komt: direct slopen. Zorg dat die auto niet meer de weg op komt. Dan sluit je een heel groot deel van de zwarte handel buiten, want het is schandalig hoeveel geld daarmee wordt verdiend. Dat hele zwarte circuit is groter dan het officiële circuit. Helaas is het zo ver nog lang niet.”

Deel dit artikel op​

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
4 april 2025
Samenwerking Atlante, Electra, Fastned en IONITY
4 april 2025
Rob Kranenbarg vervangt Ton Hermus bij Omnia CCS
4 april 2025
Autobedrijf zonder fratsen
3 april 2025
Europese Commissie beboet fabrikanten wegens recyclingkartel
3 april 2025
VOYAH breidt dealernetwerk uit met Wassink Autogroep
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
Meest bekeken berichten
Recente reacties