Wie 2030 of 2035 zegt, heeft het in onze branche al snel over de ban op de verbrandingsmotor en de discussie rond e-fuels, om nog maar te zwijgen over het effect van de elektrificatie op de aftersales. Ik ben bang dat we daar nog een ander heikel punt aan toe moeten voegen. De laatste tijd wordt namelijk steeds vaker gewezen op het inkrimpen van het wagenpark, een trend die zelfs al in 2025 zou inzetten. Met andere woorden: hoe zeker zijn we nog van een groeiperspectief voor de lange termijn?
In 2022 was het Europese wagenpark goed voor 317 miljoen personenauto’s. In 2035 zijn dat er volgens de glazenbolkijkers nog maar 281 miljoen, een min van 11,4 procent, waar zij diverse redenen voor geven. Zo zijn daar de opkomst van de deel- economie, de druk op het milieu, de noodzaak de consumptie te verminderen, structureel hogere lasten voor huishoudens, een sterke vergrijzing, een afname van de Europese bevolking en nog een aantal andere, moeilijk te kwantificeren oorzaken.
Het ter sprake brengen van zo’n dalende trend gaat al gauw een eigen leven leiden en wordt bijvoorbeeld opgepikt door politici die het als basis nemen voor hun mobiliteitsbeleid. Autofabrikanten en hun netwerkpartners, die zich rijk rekenen als het gaat om het te gelde maken van data uit connected cars, gaan hun verdienmodellen aanpassen, of hebben dat al gedaan. Nog erger is het als ondernemers door de berichtgeving in de stress schieten en in de we-wachten-wel-af-modus gaan staan, terwijl je als ondernemer altijd in de actiestand moet staan.
Luister daarom ook naar de tegengeluiden, zoals van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat meldde dat uit onderzoek blijkt dat de huidige consument een handvol basisbehoeften heeft. In die top vijf staan eten en drinken, vakanties en een eigen auto. En Eurostat voorziet – in tegenstelling tot veel andere EU-landen – voor Nederland nog een lichte bevolkingsgroei. Dus zeker op de korte termijn zie ik het wagenpark nog niet zo gauw kleiner worden.