Het actieve wagenpark in Nederland telt iets minder dan honderdvijftigduizend campers. Dat is ongeacht of deze als bestelwagen, vrachtwagen of personenauto gekentekend zijn. Fiat en VW maken de dienst uit, ver voor Mercedes.

Met 6797 stuks is bouwjaar 2008 het best vertegenwoordigd, 2007 doet er met 6563 campers amper voor onder. De derde plek is druk bevochten door de bouwjaren 2004-2006 die rond de 5650 zitten. Beschouwen we die dicht bij elkaar liggende bouwjaren daarom als een gezamenlijke derde dan gaan plek vier en vijf naar respectievelijk 2011 en 2012. Zo bezien is de top drie goed voor dertigduizend stuks en de top vijf zelfs voor veertigduizend.
Opvallend is dat dit beeld kantelt als we niet het totaal bekijken maar even inzoomen op de eigen registraties door de branche (alleen actieve park dus). Over alle bouwjaren verspreid zijn dat er nog geen vijfhonderd. Ruim een kwart daarvan hebben bouwjaar 2021, terwijl bouwjaar 2020 goed is voor vijftien procent. Bouwjaren 2018 en 2019 pakken ieder bijna tien procent. De jongste vijf jaren zijn goed voor tweederde van het totaal dat door de branche is geregistreerd. Zetten we dat af tegen het marktaandeel van de particulier geregistreerde aantallen dan zien we een compleet ander beeld. Diezelfde vijf jaren zijn goed voor tien procent.
EV’s
Bijna vijf procent van het volume tankt benzine, het LPG-marktaandeel is met 2,2 procent relatief hoog. Dat echter 93 procent op diesel rijdt, zal niemand verbazen. Dat er een dozijn volelektrische campers zijn verbaast wellicht wat meer mensen. Drie merken maken de dienst uit: Nissan, Peugeot en Volkswagen. Opvallend: bij Peugeot gaat het om drie splinternieuwe Experts (waarvan twee geleaset), terwijl bij Nissan bouwjaren 2014, 2015 en 2019 opdoemen in de registraties. En VW? Dat zijn allemaal ombouwversies, met een bouwjaar diep in de vorige eeuw.. De jongste stamt uit 1988…
Merken
Op merkniveau zien we een divers beeld, buiten de top drie dan welteverstaan. Fiat en Volkswagen laten elkaar in volume nauwelijks ruimte. Op meer dan 26.000 auto’s per merk zit er 122 stuks verschil tussen. Het duo is daarmee goed voor dik 35 procent van ons camperwagenpark. Mercedes blijft nipt onder de twaalfduizend ofwel acht procent van het volume. Hymer en Adria maken het vijftal compleet, waarbij Adria al onder de zevenduizend grens zakt. De aantallen zakken vervolgens minder snel af om de vierduizend-grens te bereiken bij plek tien (Knaus). Op plek 25 zijn we al onder de duizend stuks gezakt.
Een kleine kanttekening is wel nodig. De lijst omvat mede zoveel kleine aantallen, omdat de registratie niet altijd even consequent verloopt. Een voorbeeld. We zien een Mercedes Westfalia, waarbij Westfalia dus het type is en niet het merk. Westfalia komt echter ook zelf voor als merk. We zien Mercedes-Hymer als combimerk en beide ook afzonderlijk als merk. En dan hebben we het nog niet eens over het merk DaimlerChrysler… Idem voor de vele andere merken en combinaties, dit is slechts een van de vele voorbeelden.
Gewichtig
Hoewel campers doorgaans niet in de hoek van de lichtgewichten staan, hebben 24 stuks een kentekengewicht onder de ton. Dat zijn niet allemaal Suzuki’s Carry, het merendeel draagt het VW-logo. Fiat en Renault zijn ook goed vertegenwoordigd. Leggen we de gewichtsgrens op het dubbele, dan hebben we nog altijd slechts dertien procent van ons campervolume. De bulk begeeft zich tussen twee en vijf ton (leeggewicht). En dat is dus zonder de kampeerspullen van de eigenaar…