“Dat kan niet”, is het korte commentaar van een garagehouder. De klant heeft hem een briefje gegeven waarop de wegenwacht heeft geschreven dat de HALL-gever, in dit geval de toerentalsensor, van de Volvo van de klant kapot is.
“Als die kapot zou zijn, kon u helemaal niet hierheen rijden, dus er moet iets anders aan de hand zijn.” Het verdere verloop van de reparatie is ons niet bekend, maar de garagehouder in kwestie zit er wel naast. Op de zondagochtend ervoor constateerde de wegenwacht dat deze Volvo niet meer wilde starten omdat die HALL-gever stuk was.
Dit is een bekend verschijnsel. Deze bij veel automerken toegepaste sensor (vaak als krukas- of nokkenaspositiesensor) gaat wel eens kapot. De motor stopt, of wil niet meer aanslaan. Nou is ‘kapot’ voor de wegenwacht een betrekkelijk begrip. Vaak is zo’n HALLgever nog wel even tot de orde te roepen door ‘m flink te laten schrikken. Dat kan door er een vonk op te laten overspringen, de wegenwacht doet dat via een trucje met een losse bobine en een spanningzoeker.
Daarmee voldoet de wegenwacht aan zijn doelstelling: een gestrande automobilist weer mobiel maken. Hoe lang die gever het daarna uithoudt is niet te zeggen. In alle gevallen krijgt de pechklant het dringende, schriftelijke advies die gever op korte termijn in een garage te laten vervangen. Het is natuurlijk wel prettig als de constatering van de wegenwacht daar niet in twijfel wordt getrokken en er gewoon een nieuwe HALL-gever wordt geplaatst.