Ons nationale wagenpark is een optelsom van de registraties nieuw met het grensverkeer en demontage. Die laatste laten we in dit kader buiten beschouwing, onze focus verleggend naar wat het land uitgaat.
Er had ook ‘follow the money’ boven dit artikel kunnen staan: volg de geldstroom. Een oude journalistieke wijsheid die ontstond na het Watergate-schandaal in de VS en dat onthuld werd door de financiële lijntjes na te lopen. Dat financiële (en fiscale) motieven de nieuwverkoop sterk beïnvloeden hebben we gezien aan de successen van de 14-procentauto’s en daarna de elektrische zakenauto’s. De voordelen die de eerste jaren genoten worden door de klant zijn door het politieke landschap ingezet om het wagenpark op termijn schoner te maken. Immers, de gemiddelde parkleeftijd in ons land is relatief hoog en wil je met nieuwe auto’s parkgemiddelden beïnvloeden dan heb je een lange adem nodig. En de zekerheid dat die gestimuleerde auto’s daadwerkelijk zo lang in het land blijven.

Dat is precies waar de zaken scheef gaan lopen. De gebruikte markt blijkt niet in staat de vrijkomende leaseauto’s voldoende te absorberen en dus verdwijnen ze naar het buitenland. Diesels het land uit, benzines ervoor terug. Met een per definitie hogere gemiddelde CO2-uitstoot dan diesels hebben. Zo is dat grensverkeer van occasions een medaille met twee kanten: die van export en van import. Wat er ons land binnenkomt negeren we voor deze analyse, we leggen de focus nu vooral op de aantallen en de verhouding ten opzichte van de nieuwverkoop.
Bijgaande tabel is veelzeggend. Voor elk recent kalenderjaar toont die tabel van welk bouwjaar de meeste auto’s werden geëxporteerd, het specifieke aantal en de verhouding tot de registraties nieuw voor dat bouwjaar. Wat blijkt, niet tot onze verrassing overigens? De piekbouwjaren liggen grofweg vijf jaar voor het exportjaar.

Vijf jaar
Bouwjaar 2015 springt eruit, omdat dat bouwjaar in zowel 2019, 2020 als 2021 als piek naar boven komt. Niet gek, want 2015 was het recente piekjaar in de nieuwregistraties met ruim 50.000 extra exemplaren ten opzichte van de omliggende jaren. Als die trend doorzet (en waarom niet) dan gaan komende periode de auto’s uit bouwjaar 2019 massaal de grens over. Dat bouwjaar lag in aantal dicht bij het hiervoor genoemde bouwjaar 2015. Er is echter een andere reden waarom bouwjaar 2015 langer voorkomt: corona. In die periode werden veel leasecontracten verlengd omdat nieuw slecht leverbaar was. Later uit de lease komen betekent ook latere export.
Tien jaar
Wat de tabel niet laat zien is de breuk die ontstaat tussen kalenderjaren 2011 en 2010. Tot en met 2011 klopt de vuistregel van een export voor grofweg vijf jaar oude exportauto’s. Daarna verdubbelt de leeftijd ineens. Ja, de vijf jaar oude exportauto’s zorgen voor verhoudingsgewijs dezelfde aantallen, maar bouwjaar 1999 was het all-time high met een verbazingwekkende 611.000 stuks, ruim 50.000 meer dan 2015. Voor kalenderjaren 2010 tot en met 2008 is het dan ook dat bouwjaar dat steevast terugkomt als piekbouwjaar, nog voor de vijf jaar oude auto’s dus. Bouwjaar 1998 was bijna net zo goed als 1999 in de aantallen nieuw destijds dus voor 2007 zien we de piek zakken naar 1998.
Foto boven: Deze grafiek laat het aantal auto’s zien dat in het jaar van aflevering nieuw alweer wordt geëxporteerd.