Het vinden van de balans tussen een duurzaam milieu en een gezonde economie wordt vaak als onmogelijk gezien. “Dat is het niet, maar het is zeker een uitdaging. Het vereist wel dat je openstaat voor de noodzakelijke veranderingen om het evenwicht tussen leefomgeving en economie te kunnen realiseren. De mobiliteitssector kan hier structureel een grote bijdrage aan leveren”, bepleit Johan van der Hoeven, commercieel directeur LKQ Fource.

Vaak zie je dat bij dergelijke complexe onderwerpen iedereen achter de eigen piketplaatjes blijft staan en wacht tot de ander beweegt. Uiteindelijk gebeurt er dan niks. 

Johan van der Hoeven, commercieel directeur LKQ Fource en voorzitter RAI Aftermarket

“Inderdaad, alleen plannen maken helpt niet. Er is ‘werk in uitvoering’ nodig. Daarom nemen wij het voortouw en pleiten wij voor een strategie die gericht is op een gezonde mobiliteit, zowel als individuele onderneming als in samenwerking met onze collega’s binnen brancheorganisatie Rai Aftermarket. Het uitgangspunt is een gezonde mobiliteit voor iedereen, inclusief een gezond ondernemersklimaat. Alleen als we rekening houden met de belangen van alle betrokken partijen krijg je ook een gezonde mobiliteitssector.” 

Hoe breed definieer je die sector? 

“Heel breed, met inbegrip van alle stakeholders: van ontwerp, productie, verkoop, onderhoud en diensten tot ontmanteling. Ik reken ook iedereen ertoe die te maken heeft met grondstoffen, brandstoffen en andere energiedragers die in de mobiliteitssector gebruikt worden.”

Kan een gezonde mobiliteitssector die ook economische belangen dient, wel duurzaam zijn? 

“Absoluut. Zoals ik al zei: een gezonde mobiliteitssector is ook rekening houden met anderen en zal dus per definitie duurzaam moeten zijn. Natuurlijk is rekening houden met het maatschappelijk belang één kant van de medaille. De andere kant, de economie, ook de circulaire, dan wel groene versie ervan, draait niet zonder gezonde ondernemingen. Klein en groot hebben daarbij een gezamenlijk belang. Zonder een duurzaam verdienmodel kunnen ze niet bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen voor die groene en circulaire economie.” 

Voor LKQ heeft de reparatie- en onderhoudsbranche ongetwijfeld prioriteit. Past dat in het ontwikkelen van een gezonde mobiliteit?

“Natuurlijk kijken wij nadrukkelijk naar de aftermarket en in het bijzonder de aftersales. Je moet een gezonde mobiliteit echter wel als één geïntegreerd geheel zien. Stakeholders mogen hun prioriteiten hebben, maar het grote geheel is het belangrijkste. Dat komt omdat de veranderingen die gaande zijn iedereen betreffen. Veranderingen moeten wel verbeteringen opleveren. Digitalisering en marktwerking zijn de dossiers waar het vooral om gaat. Die liggen ten grondslag aan die veranderingen en dus de toekomstige verdienmodellen in de sector.” 


Er is ‘werk in uitvoering’ nodig. Daarom nemen wij het voortouw en pleiten wij voor een strategie die gericht is op een gezonde mobiliteit.


Daarbij speelt nationale en Europese regelgeving, aangepast of zelfs nieuw ontwikkeld, een rol. Hoe blijven jullie hier aan de bal?

“Om de positie van de aftermarket nu en in de toekomst te verbeteren en zelfs te versterken, ondersteunen we de mannen en vrouwen die in Brussel onze zaken behartigen, met name via de Europese koepelorganisatie Figiefa, met onze kennis en ons lidmaatschap van RAI Aftermarket. Daarbij spelen we, nadrukkelijk ook LKQ, graag in op de strategie en de ambities van de Europese Commissie, niet in de laatste plaats ten aanzien van de green deals en vraagstukken met betrekking tot digitalisering.”

In het kader van de green deals ziet de Commissie niet altijd de toegevoegde waarde van een specifiek deel van de sector, zoals de reparatie- en onderhoudsbranche. 

“Dat is een kwestie van jezelf op de kaart zetten. De EU ziet graag dat producten een zo lang mogelijke levenscyclus hebben. De automotive aftersales in ons land is zeer succesvol. De kwaliteit van het Nederlandse wagenpark is gewoon prima. Het goed georganiseerde apk-regime in Nederland zorgt voor een wagenpark dat zowel qua rijveiligheid als emissiewaarden aan de hoogste eisen voldoet. Wij verlengen de levenscyclus van het product auto aanmerkelijk. Mede daardoor sparen wij energie en grondstoffen. Of het nu gaat om zeldzamer wordende grondstoffen, of überhaupt het gebruik van grondstoffen, of het energieverbruik, het hele rond mobiliteit opgetrokken ecosysteem is gebaat bij een verlengde levenscyclus van het product auto.” 

Een belangrijk dossier bij overheden is dat van de circulaire economie. 

“Zeker, en dus is dat een belangrijke pijler onder een gezonde mobiliteitssector. Het professioneel en structureel toepassen van hergebruikte en gereviseerde delen heeft eveneens een positief effect op het verlengen van de levenscyclus van de auto en zeker op het besparen van grondstoffen. Daarmee dragen we als sector bij aan het belangrijke overheidsdossier van de circulaire economie. Nederland loopt hierin zelfs voorop. Kijk je naar de wereldwijde voetafdruk van LKQ, dan zetten wij daar als bedrijf ook flinke stappen. Daar wijzen we Brussel graag op.”

De huidige coronacrisis heeft laten zien hoe kwetsbaar we als maatschappij zijn en dat er chaos ontstaat als we ergens niet goed op zijn voorbereid. 

“Het is wellicht makkelijk gezegd, maar het is in onze ogen verstandig om de huidige crisis te gebruiken om anders te gaan denken over een structureel gezonde mobiliteit. Laten we daar waar het kan, de crisis achter ons proberen te laten, waarbij we onze aandacht richten op digitalisering en marktwerking; klimaat en milieu (materiaalgebruik, synthetische brandstoffen), en het vaak ondergewaardeerde lokale ondernemerschap, dat bovendien voor veel werkgelegenheid zorgt in het midden- en kleinbedrijf. Daarbij vragen we ook aandacht voor het steeds complexer wordende vak van monteur, de werkplaatsmedewerker die nodig is om een voertuig op een veilige, duurzame en betaalbare manier op de weg te houden. We vragen aandacht voor de technologische sprong die de automobielindustrie de afgelopen jaren heeft gemaakt. Moderne auto’s worden namelijk steeds vaker ‘gerepareerd’ met een laptop, via software-updates. In dat kader stip ik nogmaals graag de door Bovag, Rai Aftermarket en andere branchegenoten ontwikkelde campagne Auto’s de Baas aan.”

We zien op vele fronten de klant- en werkomgeving versneld digitaliseren, ook in de mobiliteitssector. 

“De huidige pandemie heeft in diverse sectoren inderdaad tot een versnelling van de digitalisering geleid. Het lijkt ons noodzakelijk om de digitale transitie die in de mobiliteitssector gaande is, eveneens te omarmen. De bereidheid data te delen zal voor een extra digitale versnelling zorgen. Dan kan iedereen profiteren van de voordelen die digitalisering brengt, kunnen we connected auto’s slimmer inzetten en klanten van een betere dienstverlening voorzien. Het biedt tevens ondernemingen de mogelijkheid om de broodnodige nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen.”


Een gezonde mobiliteitssector is een sector die kiest voor mensen boven bedrijven en voor groen en eerlijk boven business as usual.


Dat vereist wel een level playing field.

“Middels wetgeving kan een transparante marktwerking en een goede mededinging in de nieuwe digitale wereld tot stand gebracht worden, waardoor dominante marktposities voorkomen worden. Het doel is om consumenten voldoende keuzevrijheid te bieden. Zover is het helaas nog niet. De datamacht van autofabrikanten groeit. Velen, waaronder steeds meer politici, zetten vraagtekens of deze macht niet te groot wordt en er wellicht nu al een bepaalde mate van dominantie ontstaat die mogelijk tot machtsmisbruik leidt. Dat zou een gezonde mobiliteitssector in de weg staan, natuurlijk. In het kader van de mededinging wordt hier in Brussel naar gekeken, waarbij naast privacy ook factoren als cyber security en aansprakelijkheid besproken moeten worden. Hier houdt Afcar NL de vinger aan de pols. Ons uitgangspunt is daarbij dat de consument de regie moet hebben over de door hem of haar gegenereerde voertuigdata, waarbij een eerlijk speelveld onontbeerlijk is ten behoeve van het innoverend vermogen van de gehele sector.”

Daarvoor is het nodig dat bedrijven investeren in hun medewerkers. 

“Connectiviteit wordt de norm. Daar moet je mee om kunnen en willen gaan. Goede scholing, training, opleiding, ondersteuning door derden en beschikbaarheid van voertuigdata en de juiste werkplaatsapparatuur maken het mogelijk om die complexe auto van vandaag ook morgen vakkundig te kunnen blijven onderhouden en repareren. Kennis van zaken maakt je relevant voor je werkplaatsklant. Daar heeft de reparatie- en onderhoudsbranche een verplichting aan zichzelf. Investeren in de digitale aftersales is investeren in pass-thru. Neem de campagne Auto’s de Baas, die breed gedragen wordt door de branche, waarin we medewerkers aansporen en motiveren om hun kennis up-to-date te houden. Digitalisering zal blijvend een leidende rol krijgen, ook voor de kleine, lokaal opererende garage.” 

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Een onderwerp is over the air. Dit kan van grote invloed op de aftersales zijn. Het zou zo maar kunnen dat je bij bepaalde werkzaamheden de grip op de klant verliest, omdat anderen, de autofabrikant bijvoorbeeld, de regie bij een update willen behouden.”

Je stelling is dat een gezonde mobiliteit vanzelf leidt tot een gezond ondernemersklimaat.

“Het leidt tot een aantrekkelijkere sector waar jonge mensen weer perspectief kan worden geboden. Een gezonde instroom in combinatie met goed werkgeverschap, waarbij structureel aandacht is voor scholing, zal ook de innovatiekracht van de hele sector versterken. Behalve een digitale transitie vindt er momenteel ook een andere transitie plaats, namelijk die van de elektrificatie. Onderdeel van een gezonde mobiliteit is ook dat het om betaalbare mobiliteit gaat, toegankelijk voor een brede laag van de bevolking. EV’s zijn voor de gemiddelde consument tot nu toe onbetaalbaar. Hier zal de industrie, al dan niet geholpen door de fiscaliteit, stappen moeten zetten. We moeten wel realistisch blijven. Alleen elektrische voertuigen zijn niet voldoende om het klimaat te redden. Tenslotte, een gezonde mobiliteitssector is een sector die kiest voor mensen boven bedrijven en voor groen en eerlijk boven business as usual. We moeten meer onze verantwoordelijkheid durven nemen om de sector gezonder te krijgen, al weet ik ook wel dat we morgen onze hypotheek, dan wel de huur moeten betalen. Niks doen is echter geen optie.”

Deel dit artikel op​

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws
4 april 2025
Samenwerking Atlante, Electra, Fastned en IONITY
4 april 2025
Rob Kranenbarg vervangt Ton Hermus bij Omnia CCS
4 april 2025
Autobedrijf zonder fratsen
3 april 2025
Europese Commissie beboet fabrikanten wegens recyclingkartel
3 april 2025
VOYAH breidt dealernetwerk uit met Wassink Autogroep
3 april 2025
Innovaties in gereedschap
Meest bekeken berichten
Recente reacties