De Duitse verkeersminister Akexander Dobrindt heeft een moreel appèl gedaan op de autofabrikanten in zijn land om meer te doen dan wachten op scherpere emissieregels. Het moet wat Dobrindt betreft ook uit de industrie zelf komen, zolang er nog geen nieuw, strenger beleid is op Europees niveau.
Tegen persbureau DPA zei de bewindsman gisteren dat het dieselschandaal bij het VW-concern behalve een technisch ook een ethisch aspect heeft. Fabrikanten zouden de speelruimte die de huidige meetprocedures nog bieden niet tot op de bodem moeten benutten.
Om het niet bij woorden te laten, oppert Dobrindt proefritten op een vooraf gedefinieerde testroute van honderd kilometer. Daarbij zou zowel de bebouwde kom als buitenwegen bereden moeten worden. Zo’n testrit om typegoedkeuring te verkrijgen zou dan vooruit lopen op definitief Europees beleid op het gebied van uitstoot. Daardoor ontstaat er in elk geval voor nieuwe auto’s, naast de laboratoriumtests, alvast een betrouwbaarder beeld van de werkelijke emissie. De uitkomsten zouden wat de minister betreft openbaar toegankelijk moeten zijn, op een online platform. “Dat kan verloren gegaan vertrouwen weer herstellen.” Dobrindt wil er komend jaar met de auto-industrie nader over doorpraten. Per september 2017 worden stapsgewijs metingen ingevoerd (Real Driving Emissions, RDE) die onderweg plaatsvinden en daarmee beter de praktijkomstandigheden weergeven.
Proportioneel
Vanuit de Duitse industrie is inmiddels bij monde van VDA-president Matthias Wissmann een kanttekening geplaatst. Hij waarschuwde dinsdag in het dagblad Tagesspiegel dat de politiek de concurrentiepositie van de sector in de gaten dien te houden. Ze mag volgens Wissmann zeker eisen stellen, maar in de wetenschap dat Europa al de strengste CO2-normen kent. Hij bepleitte daarom proportioneel beleid. “Regulering mag niet ten koste gaan van de concurrentiepositie van de Europese autofabrikanten.”