Door de sterke toename van elektrische en compacte auto’s in de leasevloot, blijkt de behoefte aan een vervangende auto voor de vakantie steeds groter. Maar als leaserijder wil je natuurlijk niet het risico lopen op dubbele of onjuiste bijtelling. Tot nu toe was er veel onduidelijkheid over de fiscale consequenties van oplossingen waarbij je je leaseauto tijdelijk kunt omwisselen voor een auto met meer ruimte of grotere actieradius
De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) heeft, met medewerking van ALD Automotive, recent een uitvoeringsafspraak weten vast te leggen met de Belastingdienst. ALD Automotive zet de spelregels op een rij.
Er is geen sprake van dubbele bijtelling als de ‘hoofdauto’ aantoonbaar is vervangen door een tijdelijke auto. Aantoonbaar houdt in dat de werkgever de vervanging schriftelijk vastlegt met de werknemer. Belangrijk daarbij is dat de werknemer alle papieren en de sleutels van de hoofdauto bij de werkgever of leasemaatschappij inlevert. Het is dus niet per definitie nodig dat de hoofdauto achter een hek wordt geplaatst. De catalogusprijs, CO2, vervangingsperiode, tijdelijke stallinglocatie en het kenteken van de hoofdauto, moeten wel worden vastgelegd, evenals naam en adresgegevens van zowel de werkgever als werknemer.
Waarborg
In de periode dat de hoofdauto is vervangen wordt de bijtelling op de normale manier verwerkt, tenzij blijkt dat de catalogusprijs en/of de bijtelling van de vervangende auto afwijkt van die van de hoofdauto. In dat geval wordt de bijtelling voor de hoofdauto gecorrigeerd en verrekent de werkgever dit pro rato in zijn aangifte loonheffing voor het betreffende loontijdvak. Voorbeeld: in mei wordt gedurende 5 dagen een vervangende auto ter beschikking gesteld. Tot het loon van mei wordt dan gerekend: 5/31 van het maandbedrag van de bijtelling voor de vervangauto. Voor de hoofdauto is dit 26/31 van het maandbedrag van de bijtelling voor de hoofdauto.