Een tijdje geleden was ik samen met een aantal Nederlandse automaterialengrossiers op bezoek bij de Sentury bandenfabriek (van de merken Landsail, Delinte en Mastersteel) in China. Een paar dingen vielen me op tijdens deze reis.
Allereerst kan het vooroordeel over de vermeende Chinese productkwaliteit aan de kant worden gezet. Tenminste, als je bij serieuze fabrikanten bent. Er komen namelijk wel degelijk producten van topkwaliteit uit het land achter de Chinese Muur (van ruim 6500 kilometer lang). Vaak komt dat simpelweg omdat deze fabrikanten in versneld tempo investeren in het (Westerse) Industrie 4.0 model: een connected productieproces waar met veel minder mensen een constante kwaliteit kan worden gegarandeerd.
Het tweede punt is dat er een visie van hoger hand is en deze industriële ontwikkeling nadrukkelijk door de overheid wordt gestimuleerd. Sterker nog: de overheid, producten, leveranciers en grootafnemers uit binnen- en buitenland slaan hier de handen ineen. De bouw van het Chinese infrastructuurproject, de nieuwe zijderoute, moet ervoor gaan zorgen dat de winst die productietechnisch wordt behaald, ook logistiek een verlengstuk krijgt. Producten moeten sneller bij de klant komen. Het doel is om het imago van lagelonenland om te buigen naar een lagekostenland. Want de gemiddelde Chinese werknemer begint meer te verdienen en uit te geven. Dat ziet de Chinese regering graag, maar dan worden producten via de oude productiemethoden natuurlijk wel duurder. En dat laten de Chinezen niet gebeuren. Het derde en wellicht ook het belangrijkste punt is de sterk competitieve instelling van de werknemers, vooral degenen die in de nieuwe, exportgedreven Industrie 4.0 bedrijven werken. Die medewerkers delen vaak mee in het bedrijfssucces via betere lonen of aandelen in de fabriek. Daarvoor zijn ze bereid om fors de concurrentiestrijd aan te gaan met de rest van de wereld.
In onze Westerse maatschappij draait het om concurrentiekracht, maar wij zijn niet de enige met die claim. Ruim 10.000 kilometer naar het oosten denkt men daar net zo over. Het grote verschil is dat de Chinese concurrentiekracht niet alleen door overheid en bedrijfsleven wordt bepaald, maar vooral ook door de werkvloer en werknemers die mogen meeprofiteren.
Niet dat ik nu plotsklaps communist word of wil ontkennen wat er allemaal fout is in China. We moeten alleen rekening houden met hun langetermijnvisie: verdere groei die wordt gedreven door competitie.
Terwijl wij praten, artikelen schrijven, congressen optuigen en beurzen organiseren rond het thema Internet of Things, brengen de Chinezen het al in de praktijk. Vaak met behulp van innovatieve Westerse technologiereuzen die niet wachten op de langzaam draaiende molens in Europa. Chinezen kijken vooruit. Verder dan wij, ben ik bang. Wij leggen de stip graag op 2020 of 2030, maar daar was die stip al gezet in 2010.