Ik zou zeggen: vul zelf maar in. Is de toekomst aan elektrisch rijden, batterij- dan wel waterstof-elektrisch, of blijft de verbrandingsmotor in beeld, maar dan wel in combinatie met synthetische brandstoffen? Het antwoord hangt af van de termijn waarop u die toekomst ziet.
Onze overheid, maar ook adviesorganen als PwC, gaan ervan uit dat ons rijdende wagenpark rond 2030 uit ongeveer 2 miljoen volledig elektrische personenauto’s zal bestaan: een sterk geëlektrificeerd zakelijk wagenpark van 1,6 tot 1,7 miljoen auto’s (inclusief privélease), plus nog een paar honderdduizend particuliere EV’s.
Praktijk
De vraag is echter of fleetowners in de komende negen jaar inderdaad de EV-transitie gaan maken. Willen de berijders van die zakelijke auto’s wel elektrisch rijden, of moeten ze worden gedwongen of verleid met flinke subsidies? En als een EV-leasecontract afloopt, blijft deze elektrische bolide dan in het Nederlandse wagenpark, of vindt hij via de export zijn weg naar het buitenland? In dat geval gaat ons wagenpark die 2 miljoen sowieso niet halen.
Een aantal recente bijeenkomsten en rondvragen wijzen erop dat zeker in het onafhankelijke kanaal het geloof in een succesvolle EV-transitie langzamerhand afneemt, net als het geloof in de komst van de level 5 zelfrijdende auto, maar goed, dat is een ander onderwerp. De cijfers van het RDC over de eerste acht maanden van dit jaar bevestigen dat beeld: nog altijd 88,29 procent van de nieuw geregistreerde personenauto’s beschikt over een verbrandingsmotor (benzine, diesel, hybride, lpg en cng). Dat is in een tijd waarin alles om EV’s lijkt te draaien een mooi bericht voor de werkplaatsen van vandaag.
Diesel
Met een aandeel van nog maar 2,67 procent in de registraties van nieuwe personenauto’s (zie de statistiek) begint het einde van de vraag naar diesels wel in zicht te komen, althans in de niet-hybride uitvoering. In het geval van bestelauto’s blijft de uitvoering met dieselmotor flink gevraagd. Met een aandeel van bijna 93 procent is diesel hier de absolute favoriet. Het aandeel van de volledig elektrische besteller in de registraties verdubbelde van 1,56 procent in de periode januari-augustus 2020 naar 3,39 procent dit jaar, maar leidt vooralsnog niet tot al te veel zorgen over het werkaanbod in de werkplaatsen.
Het aandeel verbrandingsmotoren in het wagenpark blijft groot en zal rond 2030 waarschijnlijk nog ruim boven de 80 procent uitkomen. Hybrides zijn voor sommige werkplaatsen nu al een uitdaging, maar het elektrische gedeelte van deze auto’s heb je met de juiste trainingen en uiteraard de nodige werkplaatservaring snel onder de knie. Je moet dus niet stilzitten, maar je hebt de tijd om je voor te bereiden op 2030 en later.

Batterij-elektrisch
Terug naar de vraag die iedereen graag beantwoord ziet: wanneer zal het wagenpark zodanig gevuld zijn met EV’s dat de werkplaatsen hun oude competenties aan de wilgen kunnen hangen, samen met hun olieservice-apparatuur? Het antwoord daarop lijkt ergens in de periode 2040-2050 te zijn. Dat gezegd hebbende is enig voorbehoud op zijn plaats, want niemand heeft een glazen bol. Het is ook afhankelijk van het feit of overheden blijven vasthouden aan hun batterij-elektrische strategie en hun ogen gesloten houden voor alternatieven zoals synthetische brandstoffen, waar zeker de onderdelenindustrie hoog op inzet. Politici willen er niet aan en ook de inmiddels rond de EV opgebouwde industrie (denk aan de laadpalenlobby) ziet de toekomst rooskleuriger in bij die batterij-elektrische strategie. Uiteraard jagen de, overigens noodzakelijke, klimaatdoelstellingen de EV-transitie aan, maar die doelstellingen zullen alleen gehaald kunnen worden met een sterk geforceerde, lees: sterk gesubsidieerde verkoop van elektrische voertuigen.
Eind van dit jaar rijden er, gebaseerd op bijgaande registratiecijfers, ongeveer 220.000 volledig elektrische auto’s in ons land. Met een markt voor nieuwe personenauto’s die in goede tijden de 500.000 per jaar zou kunnen halen en waarvan het aandeel volledig elektrisch van ruim 11 procent nu, op zal moeten lopen naar zeker 25 tot 40 procent in 2026-2030, lijkt het erop dat de werkplaatsen de komende tien tot vijftien jaar voldoende werkaanbod uit het segment verbrandingsmotoren tegemoet kunnen blijven zien.