Wie de autoregistratiecijfers bekijkt, kan er niet omheen: de suv is nog altijd bezig met een onstuimige opmars. Je ziet het terug in vrijwel alle segmenten. Een belangrijke aartsvader van het segment jubileerde dit jaar, aanleiding voor een analyse.
We hebben het hier natuurlijk over de oer-Range Rover. Het is 1970 als Land Rover een luxepaard presenteert, naast (boven zo u wilt) de o zo spartaanse maar o zo capabele terreinwagen die we tegenwoordig kennen onder de naam Defender. Een typisch Brits product, vol aristocratie. Zo zeer zelfs dat acteur Rowan Atkinson diens klantenkring in houding en mimiek prachtig wist te treffen onderwijl de volgende woorden prevelend: “Ik wens ze geen kwaad, ik ben gewoon niet een van hen.”
De tijd dat er uitsluitend keuze was tussen het luxepaard en het werkpaard ligt allang achter ons en onder de labels Land Rover en Range Rover zijn steeds weer nieuwe familieleden ontstaan ter versterking van die oermodellen. Voor Land Rover zelf ging het zelfs zo ver dat die Defender anno 2020 echt niet meer kon, qua typegoedkeuring, Euro NCAP-eisen en niet te vergeten de emissies. Het publiek ziet Land Rover en Defender (inclusief voorgangers) nog altijd als synoniem dus afscheid nemen kon niet zonder vervanging. Maar hoe vervang je een icoon uit 1948 dat relatief ongewijzigd zeventig jaar lang mee ging zonder klanten te schofferen? De eerstelingen van de moderne Defenders zijn getoond en inmiddels hebben er (stand eind november) zo’n honderdtien exemplaren een Nederlands kenteken. Ongekend: driekwart ervan zijn hybrides, slechts 35 zijn diesels en eentiende ervan benzines.
Jaguar / Land Rover
De moderne Defender heeft gezelschap in de verkoopbrochures van de Discovery en Discovery Sport aan de Land Rover-kant, terwijl de klassieke Range Rover de goedkopere Sport, Velar en Evoque naast zich weet. Was het maar zo simpel, vanuit data-oogpunt. De brij die ik voor me zie in het kader van deze analyse laat onder meer zien dat er bij registratie na parallelle import nog wel eens zaken anders worden vermeld dan bedoeld. Zo heten er drie klassiekers in ons land simpelweg Estate, zijn er evenveel Land Rover Jeeps (?) en is er ook nog eentje waarbij Jeep Jip werd. Zo’n dertig stuks (vooral bouwjaren 2012-2015) hebben de typeaanduiding Jaguar / Land Rover meegekregen…
Als we uit de verschillende hoeken en gaten de juiste cijfers bij de juiste groepen onderbrengen dan zien we een veertigduizend Land- en Range Rovers, waarvan driekwart als personenwagen in het kentekenbestand staat (een elftal kampeerauto’s meegerekend). De helft van het Nederlandse wagenpark bestaat voor dit merk uit auto’s tussen 1948 en 2009. Er hebben in ons land zo’n duizend exemplaren uit de periode tussen 1950 en 1969 een actief kenteken. Tien zijn er ouder.
Eigenaren
Concentreren we ons op de tienduizend stuks van maximaal vijf jaar dan houden we er 5739 over ten name van particuliere eigenaren en een flink aantal, 2453 om precies te zijn, in de bak ‘klein zakelijk’. Leasemaatschappijen zijn al met al goed voor een duizendtal, ruim drie keer zo veel als de autobranche zelf.
Typeverdeling
Op typeniveau is de bulk natuurlijk Defender en diens voorgangers, tot en met de Belgische Minerva-versies aan toe. Die negeren we even, net als de Range Rovers. Wat we overhouden zijn vooral Evoques, zevenduizend stuks. Met bijna 4500 Freelanders is dat type de eerstvolgende. Dat is marginaal meer dan de Discovery in zijn vier generaties, maar zonder het Sport-type (want een echt andere auto). Discovery Sport hangt tegen de 2200 stuks, het dubbele van de Velar.