Eén ding hebben we geleerd in 2020: dat de gevolgen van een wereldwijde pandemie groot zijn, inclusief wat het de gezondheidssector kost om zo’n crisis te bezweren. De ervaringen uit het afgelopen jaar zullen ons in de voorliggende klimaatdiscussie nog goed van pas komen.
Aan het begin van een nieuw jaar kunnen we niet anders dan hopen dat de vaccins succesvol zijn en dat we in 2021 de weg omhoog vinden. Na de pandemie wordt het klimaat de volgende grote disruptor. De economische impact van de maatregelen om het klimaat te beschermen, zal verdienmodellen van tafel vegen en nieuwe doen ontstaan.
Maatregelen
Om te zorgen dat er deze keer ook echt iets gebeurt, heeft de Europese Commissie voor diverse sectoren actieplannen en maatregelen in voorbereiding. Belangrijke (voorgestelde) maatregelen die de mobiliteitssector raken, zijn onder andere:
• Driekwart van het transport van goederen over de weg moet naar het spoor en de waterwegen worden verplaatst. Het gevolg is: minder filedruk en minder trucks.
• Er komen meer kilometer- en tolheffingen voor weggebruik.
• Er wordt geïnvesteerd in een miljoen laadpunten voor elektrische auto’s, waarbij de Commissie vooral in dunbevolkte regio’s sterk bijdraagt aan de financiering.
• Consumenten moeten een ‘recht op reparatie’ krijgen: er moeten minder producten geproduceerd worden die snel kapot gaan. Of software-updates hier ook onder vallen, is nog onduidelijk.
• Bedrijven worden beboet als zij zich onterecht profileren als ‘groen’.
• De circulaire economie wordt gestimuleerd (reman, hergebruik).
• Alternatieve brandstoffen komen op de prioriteitenlijst.
• Emissie-uitstoot personen- en bestelauto’s moet verder omlaag.
Vanaf 2030 wordt de vooruitgang van de nationale lidstaten om de vijf jaar geëvalueerd. Indien nodig kan de commissie de klimaatdoelen van 2035, 2040 en 2045 bijsturen of bijstellen.
Klimaatwet
Vrijdag 11 december vorig jaar stonden in Brussel de Europese regeringsleiders met hun mondkapjes op voor de camera’s van de verzamelde pers. Trots meldden zij dat was overeengekomen dat de CO2-uitstoot over tien jaar, in 2030 dus, 55 procent lager moet liggen dan in 1990. Dit zal worden vastgelegd in een nieuwe klimaatwet. Eerder was een min van 40 procent overeengekomen, maar de diverse regeringen zijn ambitieus. Het Parijse akkoord uit 2015 en de eigen Europese Green Deal uit 2019 (zie kader) om het klimaat prioriteit boven alles te geven, zijn hun drijfveren.
Alle maatregelen moeten ertoe leiden dat Europa in 2050 klimaatneutraal zal zijn en we een opwarming van de aarde met 1,5 tot 2 graden Celsius weten te voorkomen. Het Europees Parlement heeft zelfs het voorstel gedaan om de CO2-uitstoot verder te verlagen naar 60 procent en wil dat niet alleen Europa als geheel die norm realiseert, maar tevens ieder EU-land afzonderlijk. Alleen zo kan de verdere opwarming van de aarde worden voorkomen. In juni 2021 zal de Europese Commissie de inhoud van die nieuwe klimaatwet moeten presenteren aan het Europese Parlement. Daarin staan ook nieuwe, aangescherpte emissie-eisen voor de automobielindustrie.
Onhaalbaar
Acea, de koepelorganisatie van autofabrikanten in Europa, zag die bui al hangen. Een paar dagen voor de verklaring van de regeringsleiders op 11 december brachten zij een stuk naar buiten waarin de onmogelijkheid van een verdere CO2-reductie werd aangekaart. De automobielindustrie zal alleen door massaal in te zetten op volledig elektrische auto’s de huidige politici tevreden kunnen stellen. Dat lijkt vooralsnog een te grote uitdaging voor de auto- en onderdelenindustrie.
Op de Duitse nieuwszenders werd die elfde december ’s avonds al gespeculeerd over de aanstaande teloorgang van de Duitse automobielindustrie en opvallend genoeg ook over het einde van de huidige reparatie- en onderhoudssector, een item dat je niet vaak in het avondjournaal voorbij ziet komen. Nu werden garagehouders aan het woord gelaten die zich als drenkelingen vastklampen aan de dieselauto. De verbrandingsmotor is de basis van het verdienmodel voor hun werkplaatsen. Opvallend was dat zij de EV vooral als klant van de dealerwerkplaats zagen. Voor de gewone, universele garagehouder is er geen eer aan te behalen, zo werd gesteld.
Nu komt zo’n stellingname niet onverwacht, want net als bij ons leunt de autobranche in Duitsland op veel kleine, universele mkb-ondernemers, die een groot potentieel aan kiezers vertegenwoordigt. De harde lockdown voor kerst die bij ons en bij onze oosterburen werd afgekondigd, maakte politici al niet populairder. Dat weten die ondernemers en hun brancheorganisatie ook en dus werd en wordt er flink op de trommel geroffeld.