Verzekeraars lijden verlies op hun WA-verzekeringen. De schadehersteller verder uitknijpen is een doodlopende weg. Het is het proces van schadeafhandeling dat veel efficiënter moet. En dat kan ook.
Dat was misschien wel de belangrijkste conclusie die getrokken kon worden na afloop van het Nationaal Schadecongres, dat kennis- en netwerkorganisatie Automotive Insiders op 10 september organiseerde in Naarden.
De prijs van kwaliteit was het overkoepelende thema van de bijdragen die de diverse sprekers gaven. Fixico-ceo Derk Roodhuyzen de Vries en zelfstandig adviseur/‘onafhankelijk strategisch denker’ Arno Onink gaven aan het einde van de bijeenkomst de meeste stof tot nadenken.
Verlies
Arno Onink deed de afgelopen tijd voor een binnenkort te verschijnen branchemonitor onderzoek naar de verzekeringsmarkt. Hij kwam daarbij tot een aantal schokkende constateringen. Allereerst noemde hij de machtsconcentratie van de verzekeraars. “Als binnenkort alle overnames zijn afgerond, heeft de top vier van de verzekeraars 71,2 procent marktaandeel in handen. Daar staat een enorm versplinterd aanbod van schadeherstellers tegenover. Dat is een volstrekt onevenwichtige relatie.”
Tegenover die enorme macht van de verzekeraars staat een schrikbarende inefficiëntie van de bedrijfsvoering. “Het wagenpark veroudert. Dat betekent een stijging van het aantal WA-verzekeringen. Dat is slecht voor schadeherstellers, want op WA-verzekeringen worden ongelooflijke verliezen geleden door de verzekeraars. Op een gemiddelde WA-polis lijdt een verzekeraar per euro premieopbrengst 22 eurocent verlies. Omdat die verzekeraars zo machtig zijn, gaan ze dat verlies proberen te verhalen. Eén van de standaardreacties is: de schadehersteller uitknijpen.”
‘Ruim 40 procent van de premieopbrengst gaat op aan eigen kosten.’
Toch is de werkelijke winst volgens Arno Onink elders te behalen. “Uiteindelijk gaat minder dan 30 procent van het premievolume van verzekeraars naar het schadeherstelbedrijf. Een groot deel van de premie gaat op aan vergoedingen voor letselschade. Waar het vooral heel erg misgaat bij verzekeraars is bij de efficiëntie van het totale proces. Ruim 40 procent van de opbrengst aan premies bij verzekeraars gaat op aan kosten voor interne administratie en acquisitie. Dus die enorme focus op uitsluitend schadeherstel geeft een verkeerde indruk van hoe de sector ervoor staat.”
Van veiling naar platform
Het schadeherstelplatform Fixico kan dienen als voorbeeld hoe die kosten voor verzekeraars drastisch naar beneden kunnen worden gebracht. Fixico begon ooit als oplossing voor het probleem dat veel mensen niet weten wat schadeherstel eigenlijk kost. Van een veilingsite, die consument en schadeherstellers bij elkaar bracht, is de site uitgegroeid tot wat oprichter Derk Roodhuyzen de Vries noemt een “reparatiemanagementplatform”.
Daarbij worden inmiddels meer criteria meegewogen dan alleen: wat kost het?, maar wordt ook gekeken naar beschikbare kennis, tijd, certificaten etc. “Wat we proberen, is voor onze partners uit de fleet-, rental- en verzekeringswereld aan de voorkant alles digitaliseren. Het mailen, bellen etc. halen we allemaal uit het proces. Vervolgens kijken we per schade: hoe kan die het beste hersteld worden en waar moet hij naartoe? Als de schade cosmetisch is, kunnen we hem tenderen. Gaat het om specialistische schade, dan gebruiken we zeer uitgebreide data om daarvoor de juiste hersteller te zoeken. Het is ook onze overtuiging dat de schadehersteller moet en ook graag wil specialiseren. In plaats van schades een bepaalde kant op te duwen, kun je beter schadeherstellers laten trekken aan die schades die ze werkelijk willen hebben. Dan worden ze beter hersteld, en ook goedkoper. Voor de schadehersteller is dat ook veel aantrekkelijker, want waar je goed in bent, kun je ook echt resultaat maken. Bijkomend voordeel is dat we op die manier tot 30 procent van de kosten kunnen drukken.”
Uitbreiding
Overigens heeft Fixico het de commerciële organisatie onlangs met vier man uitgebreid, met name om de uitrol naar het buitenland verder vorm te kunnen geven. Derk Roodhuyzen de Vries: “We zijn als veilingsite voor consumenten begonnen, maar zijn gaandeweg steeds meer de zakelijke markt gaan bedienen. Om die groei in Nederland, maar ook in het buitenland te kunnen realiseren hebben we drie salesdirecteuren aangetrokken: Cees Klaassen voor Nederland, Paul Verkinderen voor België en Ralf Turley voor Duitsland. Patrick Vierveijzer helpt, als strategisch adviseur, met het verder professionaliseren en uitbreiden van de commerciële organisatie.”