Garagehouder krijgt het nog zwaarder

Garagehouders gaan (nog) slechtere rijden tegemoet. Vanwege de stagnerende autoverkoop, de grote occasionexport en de betere kwaliteit van nieuwe auto’s zal de gemiddelde service-interval oplopen van bijna 14.000 kilometer in 2009 tot bijna 18.000 kilometer in 2020.

Het autogebruik is afgelopen jaar weer iets toegenomen. Dat heeft Aumacon berekend op basis van cijfers van het CBS. De gemiddelde auto werd in 2013 voor een afstand van 13.044 kilometers ingezet, in 2012 werd met 12.935 kilometers per doorsnee-auto nog een voorlopig dieptepunt bereikt. Tien jaar eerder, in 2003, lag het autogebruik nog op 13.662 kilometers per auto.

Het vorig jaar licht gestegen autogebruik gaat gepaard met een nagenoeg stabiel wagenpark. Per 1 januari 2014 telde ons land (afgerond) 8.154.000 personenauto’s. Dit jaar dreigt het nationale wagenpark–door de historisch lage nieuwverkoop en de vele occasionexporten–zelfs iets te dalen. Aumacon-directeur Clem Dickmann: “Slecht nieuws dus voor de garagehouders. Weliswaar neemt door oplopende veroudering de onderhoudsgevoeligheid van het wagenpark wat toe, maar tegelijkertijd neemt de kwaliteit van auto’s veel sneller toe.” Volgens onderzoek van het Britse ICDP was de gemiddelde service-interval voor benzineauto’s in 2009 nog 13.859 kilometer lang, terwijl dat in 2020 zal zijn opgelopen naar 17.783 kilometer. “Per saldo betekent dat dus een fikse afname van de markt voor auto-onderhoud.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *