De aanpassing van het moment waarop de bpm wordt bepaald, zoals voorgesteld in het Belastingplan 2021, zal er niet toe leiden dat belasting over belasting moet worden betaald. Dat laat staatssecretaris Vijlbrief van Financiën weten in antwoord op Kamervragen van VVD-Kamerlid Helma Lodders.
Helma Lodders stelde zijn vragen naar aanleiding van een bericht in de Telegraaf waarin brancheorganisatie Bovag waarschuwt dat de maatregel uit het Belastingplan 2021 als negatief gevolg zou kunnen hebben dat er btw over bpm zou moeten worden betaald. Hierdoor zou een nieuwe benzineauto wel eens duizend euro duurder, en een diesel wel tweeduizend euro duurder kunnen uitpakken.
Btw over bpm
Bovag laat weten dat het nu nog zo is dat bij nieuwe auto’s de bpm-afdracht formeel plaatsvindt bij de tenaamstelling voor de klant. Het autobedrijf draagt als het ware namens de klant bpm af (doorlopende post), waardoor er geen btw over die bpm betaald hoeft te worden. In de nieuwe situatie lijkt er geen sprake meer te zijn van een doorlopende post en zou je dus in die logica ook btw over de bpm moeten gaan betalen.
Bovag stelde vast dat dat een ongewenst en waarschijnlijk ook onbedoeld effect zou zijn en vroeg het ministerie van Financiën de verzekering dat er geen btw over bpm zou hoeven worden afgedragen. Met de beantwoording van de Kamervragen van VVD-Kamerlid Lodders heeft Bovag die verzekering nu gekregen.
Rekenvoorbeeld
Han ten Broeke, algemeen voorzitter BOVAG: “Nieuwe en gebruikte auto’s dreigden gemiddeld duizend tot twee duizend euro duurder te worden. Op een middenklasse auto zoals bijvoorbeeld de Mazda3 benzine zit nu minimaal 4418 euro bpm. De btw daarover zou 928 euro zijn. En voor een populaire zakendiesel als de Peugeot 3008 zijn die bedragen respectievelijk 8831 en 1855 euro. En campers soms nog veel meer. Zeer ongewenst in deze tijden waarin de nieuwverkoop fors terugloopt. De overheid speelt met de autobelastingen en subsidies een steeds grotere en negatieve rol in de showroom. Goed dat de door ons gevraagde duidelijkheid er nu ook is gekomen. Voor de branche en voor de Belastingdienst. We zijn blij met de steun van Helma Lodders, die er middels Kamervragen voor zorgde dat de staatssecretaris opheldering verschafte.”