Hoewel de lancering van Autobrief II is uitgesteld, bood Prinsjesdag genoeg houvast voor een interessante bijeenkomst van Automotive Insiders rondom het thema Autobelasting. Zo gaf Rogier Kuin, vanuit zijn rol als manager politieke beleidsontwikkeling bij Bovag, inzage in de bondsvisie op de toekomst van autobelastingen.
“De overheid bepaalt nu in te grote mate welke ondernemers succesvol kunnen zijn”, aldus Kuin daarbij verwijzend naar dealers wiens producten het ene moment in de goede belastinghoek zitten om vervolgens praktisch onverkoopbaar te blijken. Bovag pleit voor een einde aan deze marktverstoring door instelling van een uniform bijtellingtarief (van maximaal twintig procent welteverstaan) en een tijdelijke uitzondering te maken voor auto’s met een CO2-uitstoot tot vijftig gram per kilometer.
Rogier Kuin (Bovag) over bondsvisie op autobelasting
[responsive-video identifier=”qJpCloTu2tU”]Markt absorbeert
VWE-data-analist Marc van der Elst presenteerde niet alleen een chronologische lijst van invloedrijke maatregelen maar rekende ook daadwerkelijke neveneffecten voor. Neem die Mégane Estate diesel, die zo succesvol profiteerde van veertien procent bijtelling. Dit jaar komen er 2.600 uit de lease, zo berekende VWE en in 2012 zijn er 10.800 als leaseauto ingezet… De occasionvoorraden mogen dan oplopen maar het aantal stadagen daalt. Ook prijstechnisch blijft de auto concurrerend. Idem voor de zo succesvolle hybrides, de grote aantallen worden als occasion door de markten geabsorbeerd, zij het dat die markt steeds internationaler van aard is. Van elke vier Civics sedan hybrides blijft er eentje als occasion in ons land, aldus Van der Elst. “Uiteindelijk vind de markt zijn weg.”
Jonathan Weegink (ANWB) over autobelastingscenario’s 2015
[responsive-video identifier=”lTtRfHBqTeI”]Bijtelling oneerlijk
Zichtbaar boos vertelt Roel Hindriks (Leaseconsult) vervolgens aan de verzamelde leden van Automotive Insiders over de manier waarop de fiscale bijtelling voor zakelijke auto’s momenteel geregeld is. De bijtelling ligt in veel gevallen hoger dan de totale variabele kosten van de auto: “gênant en oneerlijk.”
De fiscale bijtelling is in de ogen van de fiscus ‘een waardering van het privégebruik’. Een waardering zonder onderbouwing, aldus Hindriks. “Stel dat het privégebruik van de werknemer tienduizend kilometer bedraagt – en da’s al een stevig uitgangspunt – en ga uit van achttien cent per kilometer: dan zijn de variabele kosten dus 1.800 euro. Een heel gemiddelde auto van de zaak kost dertig mille. Uitgaande van twintig procent bijtelling tegen 42 procent IB betaalt die werknemer echter 2.520 euro aan de fiscus. Terwijl de werkgever de extra kosten heeft betaald! Dat is beslist onredelijk.”
Ongewenst meergebruik
Een tegenargument kan zijn om dan maar als werkgever een vergoeding te heffen voor het privégebruik, die de werknemer dan weer in minder kan brengen op de te betalen bijtelling. “Dat lijkt zo, want de werknemer betaalt zijn werkgever vanuit zijn netto salaris terwijl de fiscus de bijtelling bruto inhoudt.”
Neveneffect van het huidige beleid is dat de berijder van een auto van de zaak via het salarisstrookje wel bewust gemaakt wordt van de maandelijkse kosten van die auto. “Dat stimuleert onnodig privégebruik, omdat er in de ogen van de berijder toch al voor betaald is.” Hindriks verwacht dat hogere bijtellingsbedragen er wel voor zorgen dat werknemers samen een auto gaan delen, of dat ze kiezen voor een particuliere auto met kilometervergoeding.