De Tweede Kamer ziet af van de verhoging van de minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027. Een motie daartoe van de Kamerleden Grinwis (ChristenUnie) en Oosterhuis (D66) is op 31 maart met ruime meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer.
In de motie verzoeken de beide Kamerleden de regering voor de zomer met opties te komen voor een geleidelijker overgang voor de zogeheten youngtimerregeling. De eind 2025 aangenomen amendementen op het Belastingplan 2026 hebben namelijk zeer nadelige gevolgen voor verkopers en berijders van youngtimers. De Kamerleden doen daarbij de suggestie de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012, gecombineerd met een hogere bijtelling over de economische waarde in plaats van de cataloguswaarde.
E-timerregeling
In de motie wordt aan de regering ook gevraagd om een voorstel voor een e-timerregeling uit te werken. Daarmee wordt voorkomen dat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar uit de lease komen massaal naar het buitenland worden geëxporteerd. Brancheorganisatie BOVAG noemt het een goede zaak dat er een geleidelijke overgang voor de youngtimer gaat komen. “Onduidelijk is nog hoe de exacte regeling eruit komt te zien omdat het nu aan het ministerie van Financiën is om verschillende opties uit te werken”, aldus BOVAG.
Ook staat BOVAG positief tegenover de e-timerregeling. Wel pleit de brancheorganisatie ervoor dat dit niet ten koste gaat van de markt voor nieuwe elektrische auto’s.
Toekomstbestendig
De Stichting Autobelangen, die al langer strijdt tegen de aanpassing van de youngtimerregeling, die in de ogen van de stichting neerkomt op afschaffing ervan, is uiteraard eveneens blij met de oproep tot een geleidelijker afbouwen van de youngtimerregeling en het voorstel om te komen tot een e-timerregeling. “Een aantrekkelijk en toekomstbestendig alternatief , dat massale export en weglekkende subsidies tegenhoudt”, aldus de stichting.