De meest recente Bovag Branche Barometer leert dat autodealers over het eerste kwartaal 2020 gemiddeld 0,83 procent rendement hebben gerealiseerd. Dat is 0,15 procentpunt hoger dan in het eerste kwartaal van vorig jaar. Bert de Kroon, voorzitter van Bovag Autodealers, waarschuwt echter voor een al te positieve kijk.
De verbeterde cijfers zijn volgens Bovag het gevolg van kostenbeheersing, terwijl de coronacrisis toen nog aanstaande was. De totale netto omzet in Q1 lag bijna een procent lager dan een jaar eerder, maar dealers wisten de algemene kosten ten opzichte van de omzet gemiddeld met 0,3 procentpunt te verlagen tot 4,3 procent.
Het aantal voltijdbanen per vestiging daalde van 16,9 eind maart 2019 naar 15,3. De daling in de personeelsbezetting deed zich in elke geleding van dealerbedrijven voor, zowel bij de overhead als bij verkopers (van 4,0 naar 3,7 FTE), magazijnmedewerkers (van 1,3 naar 1,1) en monteurs (van 6,3 naar 5,9). De loonkosten per medewerker namen echter wel toe, mede door de cao-verhoging van 1,75 procent in februari.
Hogere absorptieratio
In de werkplaats was in het eerste kwartaal met een daling van 3,4 procent in zowel omzet als resultaat al het eerste corona-effect waar te nemen. De productiviteit zakte van 94,4 procent in Q1 2019 naar 90,4 procent en de effciency daalde met 3,1 procentpunt tot 78,6 procent. Doordat de algemene kosten werden gedrukt, steeg wel de absorptieratio (de mate waarin aftersales de totale kosten van de onderneming dekken), tot 79,3 procent ten opzichte van 76,9 procent in de eerste drie maanden van 2019. In het magazijn daalde de gemiddelde omzet met 5,3 procent, terwijl het resultaat 4,9 procent lager uitviel.
Meer voorraad
De voorraad gebruikte auto’s liep in het eerste kwartaal op van gemiddeld veertig naar vijftig stuks – en in waarde van ruim 568.000 euro naar bijna 744.000 euro. De omloopsnelheid nam dan ook af van 5,4 in de eerste drie maanden van 2019 naar 4,1. En hoewel er met gemiddeld 83 verkochte occasions per dealervestiging 5 minder werden verkocht dan een jaar eerder, steeg de omzet uit occasionverkoop met meer dan 4 procent. Bij de nieuwe auto’s daalde de verkoop van 84 naar 74 exemplaren en de omzet pakte 3,6 procent lager uit, ondanks verkoopprijzen die – evenals bij occasions – gemiddeld een tiende hoger lager dan een jaar geleden. Voornamelijk als gevolg van die stijging in verkoopprijzen steeg de brutomarge per transactie met zo’n 12 procent.
Zorgelijke ontwikkelingen
Bert de Kroon, voorzitter van Bovag Autodealers, waarschuwt voor een al te positieve kijk op de cijfers: “Als je niet verder kijkt dan het nettoresultaat, maskeert de sterke kostenreductie namelijk zorgelijke ontwikkelingen. De daling in personele bezetting gaat minder snel dan de afname in omzet en dat is in deze Barometer direct zichtbaar in de productiviteit in de aftersales.” De Kroon wijst erop dat het gemiddelde netto bedrijfsresultaat per dealervestiging “al járen” te laag is. In combinatie met de coronacrisis is volgens hem de grote vraag hoe lang het rendement nog kan stabiliseren door te bezuinigen. “De huidige situatie maakt in elk geval duidelijk dat verdere schaalvergroting, met minder vestigingen, en digitalisering in hoog tempo nodig zijn om de business case van de autodealer overeind te houden.”
Overigens meldt Bovag dat de cijfers in de Branche Barometer gemiddelden zijn per vestiging. Ze moeten dus niet verward worden met totalen over de hele dealermarkt. Percentages en cijfers kunnen positiever uitvallen, als bijvoorbeeld het aantal vestigingen daalt.