De veranderende Europese aftermarket biedt kansen aan ondernemingen die in staat zijn te investeren in een proactieve benadering van de reparatie- en onderhoudsmarkt. Daarvoor moet je bereid zijn continu aan de bal te blijven. Dan houd je de concurrentie achter je.
Als roerganger van de groep overziet Arnd Franz, sinds oktober 2019 ceo van LKQ Europe, de activiteiten in 21 landen. Daar bedienen 27.000 medewerkers naast de eigen grossiers ook de onafhankelijke grossiers – die op hun beurt vooral universele autobedrijven als klant hebben. Toen Franz eind 2019 zijn businessplan voor 2020 in gang zette, kon hij niet weten dat er ‘om de hoek’ een concurrent genaamd Covid-19 lag te wachten om een deuk in zijn budget te slaan. Met het virus als grote boosdoener lag de Europese omzet ( 2,564 miljard dollar) over het 1e halfjaar 2020 ruim 13 procent lager dan over dezelfde periode vorig jaar.

Trends
Al in januari werd bij LKQ nagedacht over de gevolgen van een eventuele pandemie. Want wat er op dat moment in China gebeurde, zou zomaar kunnen overslaan naar de rest van de wereld. Een scenario lag snel klaar en bleek korte tijd later helaas niet voor niets te zijn gemaakt. De coronacrisis, waarvan iedereen hoopt dat die snel eindig is, doet echter niets af aan de trends die voor langere tijd de automotive business beïnvloeden. Hoogstens verkort Covid-19 het tijdspad van enkele ontwikkelingen.
Bij LKQ – komend jaar alweer tien jaar in Europa actief – gaat men uit van een aftermarket die op meerdere fronten in transitie is. Een veranderingsproces dat grote gevolgen heeft voor de inrichting van de branche. Waarbij opgemerkt, dat in de gefragmenteerde totale pan-Europese aftersalesmarkt, die naar schatting van LKQ ruim 100 miljard euro bedraagt, ondanks hun actuele jaaromzet van 5,2 miljard euro, hun aandeel dus nog ruim onder de tien procent ligt. Juist in die komende tijd zul je voordeel moeten halen uit het inspelen op de transitie. Onder andere door schaalvoordelen te benutten. Daar spelen tien door LKQ benoemde trends een belangrijke rol. Het zijn de aanjagers voor de groei van Europa’s grootste onderdelendistributeur en bovenal voor de klanten van de groep. Welke zijn die, elkaar soms overlappende trends?
Al in januari werd bij LKQ nagedacht over de gevolgen
van een eventuele pandemie
Consolidatie & OE-druk
De eerste trend is die van de consolidatie, op vele fronten actueel in de autobranche. Ondanks dat er grote stappen zijn gezet, zal de consolidatie in de onderdelendistributie nog wel even doorgaan. Wel ligt het tempo wat lager dan in de afgelopen vijf jaar. Consolidatie levert de nodige schaalvoordelen op. Een verbeterde inkoopkracht en vereenvoudigde administratieve processen zijn de eerste, voor de hand liggende voordelen. LKQ stapte alweer tien jaar geleden in de Europese markt met de overnames van het Britse ECP en toentertijd nog Sator in Nederland.
De tweede trend is de aandacht die de autofabrikanten in de aftermarket tonen. LKQ verwacht een grotere druk op de aftermarket door autofabrikanten. PSA-Distrigo is hier met zijn duale aftermarket- en aftersalesstrategie een sprekend voorbeeld van. Maar in het algemeen zal het merkkanaal – overigens niet voor het eerst – een poging wagen de consument langer te behouden voor het merk. Digitalisering, connectiviteit en elektrificatie zijn hier mogelijk strategisch inzetbare drivers. Het antwoord van het universele kanaal zal vooral een nog grotere focus op de werkplaatsklant moeten zijn. Overigens ziet LKQ ook kansen om in samenwerking met OEM’s de distributie van OE-delen aan het universele kanaal op te pakken.
Complexiteit en digitalisering
De auto van vandaag is een behoorlijk complex product. De content aan software, veelal merkspecifiek, maakt het werk van het universele autobedrijf er niet eenvoudiger op. Universele autobedrijven zullen middels trainingen – pass thru bijvoorbeeld – goed op de hoogte moeten blijven, willen zij hier een rol voor hun klanten blijven spelen. Dat geldt ook ten aanzien van diagnostics in het algemeen. Digitalisering maakt deze functies steeds minder makkelijk toegankelijk voor het vrije kanaal. Wanneer het merkkanaal via over the air functionaliteiten verbonden blijft met de auto en de berijder, dan is dat een uitdaging voor het onafhankelijke kanaal.
Echter, ook de maatschappij digitaliseert en daar liggen juist kansen om dichter bij de klant te staan. Via platforms bijvoorbeeld of door de digitale, online klantreis te faciliteren. Daarvoor moet je wel durven en kunnen investeren in digitalisering. Ook interne bedrijfsprocessen (van bestellen tot werkplaatsplanning) kunnen baat hebben bij digitalisering. Opleidingen en trainingen zijn hier cruciaal om voorsprong op de concurrent te houden.
De nieuwbouw van het nieuwe distributiecentrum van LKQ Europe in Berkel en Rodenrijs vordert gestaag. Arnd Franz, ceo LKQ Europe, was twee dagen in ons land. Onder andere om samen met Fource-directeur Johan van der Hoeven de voortgang te monitoren. Tussen de bedrijven door had hij een exclusief gesprek met Aftersales Magazine over de trends die ondanks de pandemie ten grondslag liggen aan de strategie van LKQ Europe.
Data en intermediairs
Twee trends die aansluiten bij de digitalisering, en bovendien in elkaars verlengde liggen, zijn data en intermediairs. Data in het algemeen en voertuigdata in het bijzonder geven LKQ, maar ook anderen, de kans om nieuwe services te ontwikkelen. De branche moet oppassen dat ze de regie in deze niet uit handen geeft aan nieuwe spelers. Dat hoeven niet altijd de grote techbedrijven te zijn. Denk ook aan consumentenorganisaties (ANWB), brancheorganisaties (viaBovag), leasemaatschappijen en verzekeraars. Je kunt natuurlijk samenwerken met deze platforms, maar je moet ook zelf bovenop de klant blijven zitten. Uiteindelijk wil die bij jouw universele werkplaats een optimale servicebeleving ervaren. Die vraag dien je te beantwoorden, met loyaliteit van die werkplaatsklant als resultaat.
Ten aanzien van voertuigdata, en in het verlengde de connected car, is op zowel nationaal als Europees niveau nog altijd een verhit politiek debat gaande over de toegankelijkheid tot voertuigdata voor het vrije kanaal. Daar is LKQ via diverse brancheorganisaties nauw bij betrokken. Een gelijk speelveld is noodzakelijk.
Elektrificatie, ADAS en autonoom
Wanneer elektrische auto’s in voldoende mate de volumemarkt betreden, komen ze ook sneller bij het universele autobedrijf in de werkplaats. Overheden hebben, gedreven door klimaatdoelstellingen en voortschrijdende technologie (lees: batterijen), via de fiscaliteit de snelheid van de transitie van verbrandingsmotor naar EV in handen. Een transitie die sowieso door overheidsreguleringen wordt bepaald. Diverse volumemerken zullen de komende twee jaar min of meer betaalbare EV-modellen introduceren. Daarbij zijn hybride modellen gunstiger voor de werkplaats dan volledig elektrische auto’s (FEV’s). Door het ontbreken van de verbrandingsmotor zal een FEV voor minder werkaanbod zorgen. Het zal voor andere werkplaatsconcepten gaan zorgen.
Systemen die de bestuurder ondersteunen, de hiervoor al genoemde ADAS, geven steeds meer richting aan het concept autonoom of zelfrijdende auto. Hoe groter het aandeel zelfrijdende functionaliteiten, des te eerder zal het mobiliteitsgedrag veranderen. Deze trends zijn positief voor de rijveiligheid, maar kunnen voor de aftermarket op langere termijn negatieve consequenties hebben. Ontegenzeggelijk zal vooral het schadeherstelsegment kleiner worden en zullen auto’s minder slijtage gaan vertonen. Aan de andere kant zal er voor werkplaatsen een kans zijn zich te onderscheiden, door zich te richten op de noodzakelijke kalibraties aan ADAS.
1-LKQ Europe
Met het interne programma 1-LKQ Europe wil Arnd Franz de diverse overgenomen ondernemingen in Europa verenigen tot één LKQ-familie. De kracht van de nationaal sterke ondernemingen gebruiken om de positie van LKQ Europe als marktleider in de Europese aftermarket verder te versterken. Uiteraard met respect voor elkaars nationale culturen, want landen hebben hun eigen identiteit. Het gaat bij 1-LKQ vooral om te leren van elkaars best practices. Dan ontstaan kansen die de groei van LKQ Europe ten goede zullen komen. Daarbij zijn IT, marketing en logistiek belangrijke onderwerpen.
Evolutie
De trend die ten slotte wat groei betreft enige vertraging oploopt, is die van autodelen. Branche-experts gaan ervan uit dat in 2030 ongeveer tien procent van het wagenpark een deelauto zal zijn. Carsharing is volgens LKQ echter wel een factor die de branche en zeker de aftermarket zal beïnvloeden. Belangrijk is namelijk dat het autobezit in deze niet bij de gebruiker ligt, maar bij een leasemaatschappij of andere fleetowner. Zij kijken met een veel zakelijkere blik naar mogelijke partners voor de aftersales van deze deelauto’s. Bovendien zullen zij in af te sluiten SLA’s ook voorkeursbehandelingen ten aanzien van de ROB gaan eisen. Hun breakdowntijd willen ze namelijk zo kort mogelijk houden.
Topman Arnd Franz benadrukt wel dat inspelen op trends niet overhaast moet gebeuren. En ondanks dat het programma 1-LKQ Europe (zie kader) bedoeld is om de organisatie zoveel mogelijk als een sterke, uniforme eenheid in Europa te laten opereren, ziet hij de organisatorische transitie vooral als een evolutie. Veranderen moet een proces van gewenning zijn, van leren, van samen de kansen zien. Uiteindelijk zijn regionale en nationale culturen bepalend voor de individuele businessmoraal. Daar moet je rekening mee houden. Binnen de kaders van 1-LKQ blijft flexibiliteit belangrijk.