Remanufacturing om milieudoelen te halen

De jaarlijkse uitstoot van 73.000 EU-burgers wordt gecompenseerd dankzij gebruik van remanufactured auto-onderdelen in plaats van nieuwe. Dat bleek tijdens de twaalfde jaarlijkse Aftermarket Conference van koepelorganisatie Clepa. Klimaatzorgen zetten reman in een gunstig daglicht.

De theorie is simpel: een onderdeel dat al eens werd gebruikt opnieuw inzetten spaart nieuw materiaal uit. In plaats van oud materiaal te recyclen wordt het daadwerkelijk in oorspronkelijke vorm opnieuw ingezet. Of het nu gaat om complete cilinderblokken, transmissies, turbo’s, startmotoren en dynamo’s, brandstof- en waterpompen of remklauwen: relatief grote volumes metaal die amper slijten en zeer bruikbaar zijn als bronmateriaal, core in jargon, voor reman. De opkomst van elektrische mobiliteit en het afkalvend aantal diesels beïnvloedt de reman-industrie. Het onderzoeksbureau dat Clepa inschakelde (Oakdene Hollins) berekende een Europese marktomvang in 2020 van 5,2 miljard euro op consumentenniveau en 3,7 miljard op niveau van het autobedrijf. Daar blijft anno 2030 nog respectievelijk 4,7 en 3,4 miljard van over.

Critici wijzen op het complex samenspel van statiegeld, ruilsystemen met bijbehorend transport en de liggende voorraden. Reman begint per definitie met beschikbaarheid van het component. Geen probleem als je kunt wachten, maar wel als de klant het versleten exemplaar wil omruilen voor een reman-exemplaar.

Nick van Kessel onderscheidt met zijn Rhenoy Group (waaronder ook MRT valt) vier gradaties. MRT Remanufactured staat voor volledige remanufacturing waarbij alle ‘zachte’ componenten worden vervangen door exemplaren met de nieuwste specificaties. Al het basismateriaal – kop- en blokgietstukken, krukas, nokkenas en stangen – wordt zorgvuldig geïnspecteerd, gecontroleerd aan de hand van de specificaties van de oorspronkelijke uitrusting op correcte maattoleranties en nauwkeurig bewerkt. Vervangende onderdelen zijn nieuw of opnieuw gekeurd om aan de strenge normen en toleranties te voldoen. Voor Green R producten geldt dat alleen de versleten of buiten de specificaties vallende elementen worden vernieuwd (rebuilt in jargon). Dit opnieuw conditioneren gebeurt door het reinigen, inspecteren en vervangen van ernstig versleten of kapotte onderdelen. Herbruikbare onderdelen worden hergebruikt binnen de door de fabrikant aanvaarde slijtagegrenzen. De Green N productlijn betreffen OE-delen die nieuw zijn, maar zonder de oorspronkelijke verpakking. Deze komen uit groothandelsorders en kunnen gemonteerd hebben gezeten voor testdoeleinden. De Green U delen zjin wel gebruikt maar altijd minder dan 50.000 km. Voor alle vier de lijnen geldt een garantie van 12 maanden, inclusief arbeid maar exclusief gevolgschade.

Kansen en bedreigingen

Tijdens het Clepa-event komen kansen en bedreigingen aan bod, vaak met aanbevelingen en wensen om het speelveld te vergroten en betere marktkansen te creëren. De bespaarde 490 kiloton aan CO2-emissies, gelijk aan die van 73.000 Europeanen, is er slechts één van. Jesper Moberg (Borg Automotive) geeft in zijn eigen presentatie cijfers per deelgebied. Reman zou 89 procent minder CO2-uitstoot veroorzaken aan de materiaalzijde en ruim 70 procent minder aan de kant van de chemicaliën, water en elektriciteit. De logistieke kant zorgt echter voor een ruime verdubbeling van CO2-emissie.

Het beperken van emissies en afvalstromen (circulaire economie) is gunstig voor de reman-sector, aldus Oakdene Hollins. Toegang tot voldoende bronmateriaal (het oude component, de core) kan een hindernis vormen. De breedte aan beschikbare referenties van een component (of het gebrek eraan) van een leverancier laat dit zien. Ook goedkope imitaties beconcurreren reman. En de transitie naar ev’s? Die biedt naast bedreiging ook kansen, zoals elektromotoren, inverters, e-assen en e-transmissies die zeker in aanmerking kunnen komen voor reman. Die markt schat het bureau voor 2030 in op zo’n 175 miljoen euro op werkplaatsniveau.

Bovendien hanteert niet iedereen gelijke definities voor hetzelfde. Plat gezegd: met de spuitbus het uiterlijk opfrissen is geen reman. Dergelijke cowboys vertroebelen het imago. In dit speelveld houden prominente namen met bewezen kunnen zich staande. We zeggen reman, maar in feite spreken we over drie opties voor hetzelfde component: reman, revisie of reparatie. Of dat verschil tussen reman en revisie bestaat, bijvoorbeeld, daar is al niet iedereen het over eens. De term remanufacturing impliceert een fabrieksmatig proces.

Een belangrijk verschil is dat bij reman een oud component wordt ingeleverd om een ander vernieuwd exemplaar te ontvangen. De klant krijgt dus een eerder verwerkt exemplaar en levert de zijne in om het proces te doorlopen voor een toekomstige klant. Bij revisie en reparatie is de doorlooptijd hoger want het specifieke component keert uiteindelijk hersteld terug. Tussen reparatie en revisie is nog een verschil: reparatie lost alleen het defect op, revisie en reman leveren een op alle fronten gecontroleerd en verbeterd eindproduct. Behalve verschil in prijs en kwaliteit is er verschil in doorlooptijd vanuit (eind)klantperspectief.

Uitgelicht: remklauwen
Zo’n vijf jaar geleden ontstond in Deens Jutland Tas Caliper, vernoemd naar de eerste letters van directeur Tage Søberg. Hij ging met enkele gelijkgestemden verder met de activiteiten die op die plek al twee decennia werden uitgevoerd door een grote multinational. De voorgenomen sluiting van de faciliteit door de toenmalige moeder leidde uiteindelijk tot de verzelfstandiging. Momenteel ligt de focus op remklauwen speciaal voor youngtimers en klassiekers; grofweg dus alles ouder dan vijftien jaar. Voor beide categorieën hebben ze zo’n 750 referenties. Net als in bijgaand artikel hanteert Tas ook het onderscheid tussen revisie met statiegeld en reparatie of renovatie van een remklauw die terug gaat naar dezelfde klant. Het bedrijf werkt alleen met originele cores, oftewel van een OE-fabrikant. Het proces bestaat onder meer uit een eigen powdercoatingfaciliteit en veel handwerk door ervaren vaklieden. Op het eindresultaat krijgt de klant 24 maanden garantie. In Denemarken bedient het bedrijf garagisten rechtstreeks. Voor Duitsland sloot het een samenwerking met distributeursgroep Temot. De Benelux moet de volgende halte worden. Gezien de specialistische doelgroep zijn er vaak weinig alternatieven voor handen, zegt Hans Eric Destrée, die Tas Caliper vertegenwoordigt in de Benelux. “De bekende grossiersgroepen zijn sterk in die modellen waar nog grote volumes van in het park aanwezig zijn. Youngtimers zijn al vaak te oud voor ze, om over klassiekers maar te zwijgen. Voor die doelgroep is tijd niet altijd een drempel dus ze kunnen ook wachten op reparatie of renovatie als er geen gereviseerde core beschikbaar is. Het alternatief is vaak een gebruikt exemplaar of goedkope imitatie. Tas Caliper wil een betrouwbaar alternatief bieden: origineel maar niet voor de originele prijs.”

Verbetering

In gesprekken die we naar aanleiding van het event voerden met verschillende reman-partijen wordt ‘verbetering’ vaak genoemd. Terwijl het product gebruikt werd en slijtage opliep, is de stand van de techniek en materialen verder doorontwikkeld. Voeg daarbij lessen uit het verleden over die specifieke toepassing en eventuele praktijkmanco’s en je hebt een basis voor verbetering. Of zoals een van de gesprekspartners formuleerde: als je een voortijdig falend product reviseert naar de oorspronkelijke specificatie dan zal het weer voortijdig falen, een verbeterde niet.

In zijn sessie signaleert Jesper Moberg nog een pijnpunt voor de sector: vanuit Europese regelgeving bezien valt reman tussen wal en schip. “Onafhankelijke werkplaatsen hebben recht op toegang tot technische data van autofabrikanten, remanufacturers niet. Het opnieuw flashen van controlemodules of het resetten van het VIN zoals dat is opgeslagen in het component wordt zo tegengewerkt. Bovendien kan de core in basis hetzelfde zijn, terwijl de software bepaalt hoe die zich in de auto gedraagt. De remanufacturer zou toegang moeten hebben tot die originele software.”


De belangrijkste concurrent van reman is niet altijd het nieuwe component, maar ook een goedkope imitatie. Die wint het op prijs, oogt vergelijkbaar maar is het absoluut niet.


Ook Gaël Escribe, topman van distributeurs-groep Nexus, heeft zo zijn gedachten over een meer duurzame aftermarket vanuit een circulaire gedachte en de rol van reman daarin. Binnen Nexus hebben ze verschillende initiatieven ontplooid om de eigen negatieve footprint op het milieu te verkleinen, op het vlak van training en leveranciersselectie bijvoorbeeld. Escribe benadrukt het belang van eenduidige definities van wat een groen product of een groene dienst inhoudt en hoe die genoemd wordt in bijvoorbeeld TecDoc.

Voor de grossiers als intermediair tussen de onderdelenfabrikant en de monterende garagist geldt dat reman met retourstromen van product en geld een stuk ingewikkelder is dan het traditionele ‘dozenschuiven’. Toch is het door ecologisch bewustzijn aan het kantelen, getuige ook de inspanningen zoals Escribe die schetst. Yorien de Ruiter (directeur Remanufacturing Events bij RAI Amsterdam) herkent ook dat de grote distributeurs aangeven meer te willen doen aan reman. Er actief op sturen, is wel een ander verhaal: “Ik zie nog geen groei in afzet.” Behalve de distributeurs zijn ook de autofabrikanten zelf de reman-inspanningen aan het opschroeven. De leveringstekorten die momenteel gevoeld worden in de maatschappij sterken volgens De Ruiter de blik op reman als alternatief. “Dat gebeurt vaker dan we denken, alleen wordt het niet gepromoot.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.