Om nieuwe initiatieven voor elektrische deelauto’s een impuls te geven heeft Enpuls, onderdeel van netbeheerder Enexis, een Kennisgids & Actieplanner opgesteld.
De Kennisgids geeft startende initiatieven en andere betrokkenen meer inzicht in de ontwikkelingen, kansen en valkuilen. De Actieplanner is een praktische toolkit bedoeld om te helpen bij het starten of versnellen van een project. Alle inzichten worden gedeeld met iedereen die direct of indirect bij deze projecten betrokken is.Succesfactoren
Enpuls onderscheidt drie factoren die een project succesvol maken.- Lokale netwerken Een mix van mensen met ervaring en partners die kunnen zorgen voor veel mond-tot-mond reclame is essentieel om je project van de grond te krijgen. In de dorpen en wijken waar projecten voor elektrische deelauto’s goed op gang komen, ontstaat meer sociale binding. Een randvoorwaarde blijkt wel dat er lokale trekkers moeten zijn die samen een solide netwerk vormen. Die netwerken worden steeds sterker door ‘het delen zelf’, door de ritjes met chauffeurs en door bewoners, lokale bedrijven en de gemeente samen te laten werken.
- Samenwerken Een van de belangrijkste succesfactoren voor starters is het vinden van een goede combinatie tussen voldoende vaste klanten en losse gebruikers. Een goede richtlijn is dat de kosten voor 60 tot 70 procent gedekt moeten zijn met vaste klanten. Zakelijke gebruikers als bedrijven en de gemeente kunnen de auto’s bijvoorbeeld tijdens kantooruren gebruiken en daarbuiten beschikbaar stellen aan omwonenden. Maar ook klanten voor (zorg)ritjes met een chauffeur kunnen een vaste groep gebruikers zijn.
- Lokaal opgewekte energie Pioniers geven aan dat het krijgen van laadpalen nu geen bottleneck is. De doorlooptijden van de aanvragen zijn echter wel een issue: het duurt in sommige gemeenten tot een half jaar voor de aanvraag rond is. Er is daarnaast een groeiende vraag naar snelladers; als auto’s sneller geladen kunnen worden, kan de auto meer gebruikt worden. Steeds meer deelnemers van projecten hebben de wens om lokaal opgewekte energie van energiecoöperaties te koppelen aan de laadpalen. Zodat ze hun ‘eigen’ groene energie uit hun eigen laadpalen kunnen halen.