Hoe ziet het wagenpark eruit in 2014?

Het afgelopen jaar kende Nederland een historisch hoogtepunt als het gaat om vergroening van het wagenpark. In 2014 echter zal het centrale thema de forse lastenverzwaring zijn, zowel voor het bedrijfsleven als voor de leaserijder. Dat blijkt uit de jaarcijfers die Leaseplan Nederland vandaag publiceert.

In de tweede helft van 2013 bleek eens te meer welke rol het fiscale beleid speelde in de keuze voor nieuwe leaseauto’s. De beperkte beschikbaarheid van bepaalde modellen was er mede verantwoordelijk voor dat de populariteit per kwartaal sterk wisselde.

Maar terwijl de merkvoorkeur in hoog tempo wisselde, liet de keuze voor het soort brandstof wel een structurele verschuiving zien. De afgelopen drie jaar verloor de benzinemotor in hoog tempo populariteit van zuinige dieselmotoren en de (plug-in)
hybride. In 2011 had 42 procent van alle nieuwe leaseauto’s die Leaseplan leverde een benzinemotor.

Eind 2013 gold dit nog slechts voor een kwart van de bestelde auto’s, in tegenstelling tot het aandeel dieselauto’s dat doorgroeide naar 60 procent. Bijna 15 procent van de in 2013 bestelde leaseauto’s had een (plug-in) hybride motor.

Verschoning

“De verschoning van het wagenpark is indrukwekkend te noemen”, zegt Berno Kleinherenbrink, directievoorzitter van Leaseplan Nederland. “We kunnen niet anders dan concluderen dat de fiscale stimuleringsmaatregelen succesvol zijn gebleken. Maar deze prestaties ten spijt staan we nu wel voor eenaantal uitdagingen. Het aanbod van voor leaserijders aantrekkelijke auto’s met 14 procent bijtelling wordt steeds
beperkter.”

“Zo bieden op dit moment alleen Skoda en Seat een stationwagon in het populaire C-segment aan in deze categorie. Het is daarom afwachten welke modellen het komend kwartaal de top 10 gaan vullen en welke merken er in slagen om met aantrekkelijke modellen in de lagere bijtellingscategorieën te komen. Kiezen berijders uit het huidige 14 procent aanbod, of stappen zij toch over naar minder zuinige 20 procent bijtelling-modellen”, aldus Kleinherenbrink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.