Toetreders in schadeland, krimpend volume ten spijt

Steeds meer spelers begeven zich op het terrein van schadeherstel, nota bene een krimpend segment. Intussen blijven te veel betrokkenen op hun handen zitten, want sommige antwoorden liggen al jaren ergens onderin een la te verstoffen. Deze conclusie kan worden getrokken na het nieuwsrijke tweede Nationaal Schadecongres in Bunnik, waar tweehonderd branchegenoten op af kwamen.

De toon werd meteen gezet toen Jos Veldhuisen vanuit het organiserend vakblad Aftersales Magazine de jongste ontwikkeling onthulde: het universele garagebedrijf begint zich te roeren als regisseur in de schadestroom. Ook zij hebben, gestimuleerd door Bovemij, de verkoop van autoverzekeringen ter hand genomen en dat geeft ze net als de dealer, een sturende functie richting het (lokale) schadeherstelbedrijf. Een aantal Bosch Car Service autobedrijven gaat zich actief richten op schadeherstel. Eerder gaf ook Kwikfit al aan samen op te trekken met een schadepartner om deze dienstverlening aan hun klanten te kunnen aanbieden: dus naast de universeel als relatief nieuwe schaderegisseur, komt de schadefitter eraan.

Denis Maessen, Focwa

Stappen gezet bij Focwa

Achter dergelijke initiatieven schuilt samenwerking en dat is een term die tijdens het congres veel is gebezigd. Zo ook door Denis Maessen, interim-voorzitter van Focwa. Natuurlijk ging de voorman in op de plannen van medebrancheorganisatie Bovag om ook het schadesegment te gaan bedienen. Maessen schilderde twee varianten: een apenrots en een dome. Een apenrots is het laatste wat hij wil, die dome staat voor samenwerkende maar onafhankelijke brancheorganisaties.

Tijdens het eigen congres in november zullen de piketpaaltjes voor het ‘nieuwe’ Focwa aan de markt gepresenteerd worden, beloofde Maessen. Tegelijkertijd onderstreepte hij dat een aantal schadeherstellers de toekomstvisie wel degelijk scherp heeft maar dat er ook een groep is die bij de hand genomen dient te worden. Ook het woord saneren viel daarbij, maar niet in combinatie met de term ‘warm’. Verder dan ‘lauw’ is niet mogelijk, maar sanering is onvermijdelijk.

Peter Bleumer, Volvo

Omzet schadedelen halveert

Dat die markt kleiner wordt valt misschien niet iedereen direct op, totdat je bedenkt dat het wagenpark weliswaar naar acht miljoen is gegroeid, maar dat het schadevolume constant bleef. Heel concreet is dat te zien bij Volvo dat actief inzet op het terugdringen van het aantal ongevallen richting 2020.

Peter Bleumer gaf inzage in de achterliggende cijfers, openhartig over de onverwacht grote teruggang in het geleverde volume van de schadedelen. “De schadedelen zijn goed voor een kwart van onze omzet. Sinds de implementatie van onze visie voor 2020 hebben we jaarlijks tien procent minder omzet in de schadedelen. Dat betekent dat in 2020 nog de helft van de omzet behaald wordt die we in 2010 maakten. De snelheid van die afname heeft ook het hoofdkantoor verrast”, aldus een openhartige Bleumer.

En de klant?

Een begrip dat in beginsel weinig benoemd werd, is de klant. Nu is dat voor het schadebedrijf ook lastig omdat het klantbezoek veel minder frequent is dan bij het reguliere auto- cq. dealerbedrijf. Dat, gekoppeld aan dalende rendementen en legere werkplaatsen bij laatstgenoemden, zorgt voor de interesse van dat segment om in ieder geval de aanname en ontvangst van de schade op te willen pakken. De vervolgstap is dat cosmetische schade ook in die werkplaats wordt hersteld, indien nodig gekoppeld aan de specifieke uitrusting en ervaring van het schadebedrijf. De komst van telematica verbindt de auto en daarmee de klant in beginsel nog meer aan het merkkanaal, wat voor het schadebedrijf betekent dat samenwerking met het dealerkanaal en merkerkenning van levensbelang wordt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.