LKQ bouwt aan digitaal ecosysteem

“De komende vijf tot zeven jaar gaan wij voor het grootste deel van Europa uit van een groeiend wagenpark, dat in de Oost-Europese landen waarschijnlijk harder zal groeien dan in de relatief verzadigde markten in West-Europa. Wel zal in West-Europa het wagenpark verder verouderen. Voor de aftersales is dat allemaal goed nieuws.”

Deze woorden sprak Arnd Franz, ceo van LKQ Europe, bij de officiële opening van het LKQ Innovation & Service Center in het Poolse Katowice, de stad die zich graag presenteert als het Silicon Valley van Oost-Europa. Er is een jonge burgemeester – zelf logistiek ingenieur – die zijn stad vooraan de digitale wereld wil positioneren. Daarnaast is er een universiteit die nauwe contacten onderhoudt met het bedrijfsleven en werken er veel goed opgeleide, gemotiveerde jonge mensen met een ondernemersmentaliteit. Zeker 250 van hen gaan de komende tijd bij het Innovation Center aan de slag. “Die driehoek overheid-bedrijfsleven-educatie is de reden geweest om het digitale hart van LKQ Europe in Katowice te vestigen”, aldus Franz.

Ook over de doelstelling voor LKQ is hij duidelijk: “In 2030 willen wij in Europa de leidende marktpartij zijn als het gaat om de reparatie- en onderhoudsmarkt. En dan niet alleen maar met onderdelen en gereedschap, maar juist met een breed scala aan mobiliteitsdiensten die door het universele autobedrijf kunnen worden aangeboden.”

Arnd Franz, ceo van LKQ Europe.

Duurzaamheid

“Circulariteit is een must-have in je verdienmodel”, stelt Arnd Franz nadrukkelijk en LKQ neemt duurzaamheid zeer serieus. Zo demonteert LKQ in de VS jaarlijks rond de 800.000 auto’s, grotendeels voor de verkoop van gebruikte onderdelen, met name voor de schadeherstelsector. In de VS worden sowieso veel meer gebruikte onderdelen gemonteerd bij reparatie en onderhoud. Enige jaren terug nam LKQ Europe nog de Atracco-groep over, een groep demontagebedrijven in Scandinavië. Daar demonteert LKQ 25.000 tot 30.000 auto’s per jaar, voor een belangrijk deel om onderdelen te hergebruiken. Franz: “Wij verwachten dat die ontwikkeling in de rest van Europa zich ook zal manifesteren, dus minder focus op het herwinnen van basismaterialen, meer op hergebruik, circulariteit.”

Deze nieuwe activiteit krijgt vooral prioriteit in de landen waar in verhouding veel hybrides en elektrische auto’s rijden. “De Benelux, Noorwegen en Frankrijk zijn daar voorlopers in. Voor demontagebedrijven zullen naast reguliere onderdelen en plaatwerk vooral de batterijen belangrijk zijn. Die zullen gerepareerd en gerecycled moeten worden, een bron voor remanufacturing dus.”

In de VS heeft LKQ in dit segment al de ervaren Green Bean Company overgenomen. “De reden voor onze focus op batterijen is dat de technische ontwikkelingen in batterijen zeer snel gaan. Met een geschatte levensduur van zes tot acht jaar voor de huidige generatie batterijen zullen deze in 2027-2028 met moeite vervangen kunnen worden door een vergelijkbare nieuwe batterij. Fabrikanten zullen die batterijen waarschijnlijk niet eens meer willen produceren. Dan zal het autobedrijf een beroep moeten kunnen doen op het circulaire of reman-kanaal, waarin wij voor LKQ een strategische rol zien weggelegd, zowel in de VS als in Europa.”

Aansluiting

Daarmee is de agenda voor een onafhankelijke, digitale aftermarket opgesteld. Nu is de uitvoering aan de orde. “Een digitale samenleving vereist ondernemingen die daar hun verdienmodel op aanpassen”, stelt Arnd Franz. “Als de maatschappij, de mobiliteit en daardoor de aftermarket digitaliseren, moet je als onderneming in die transitie meegaan, anders mis je de boot. Ook het autobedrijf moet mee in die digitale transitie. Dit Innovation Center is er ook vooral om onze klanten, de garagebedrijven, te helpen om hun marktpositie te versterken. Wij zullen producten, systemen en mobiliteitsdiensten ontwikkelen die het universele autobedrijf moeten helpen aansluiting te houden bij de digitale consument, de werkplaatsklant. Eén van de prioriteiten van ons Innovation & Service Center is de ontwikkeling van een digitaal platform waar we al onze partners op aan kunnen sluiten. Onderdeel van dat digitale ecosysteem wordt een vlekkeloos werkend CRM-systeem. Dat is een onmisbaar onderdeel van een geïntegreerde digitale omgeving. Het innovatiecentrum zal daarbij de kennis en expertise van het Nederlandse Carsys en de reeds bestaande IT-specialisten van LKQ in het Indiase Bangalore maximaal inzetten.”

Achterstand

Uiteraard is het kunnen blijven bedienen van het autobedrijf ook in het belang van onderdelenfabrikanten en -distributeurs als LKQ. Met zijn aanwezigheid in 22 Europese landen is LKQ via zijn eigen logistieke netwerk onderdelengrossiers en de vele duizenden autobedrijven waar zij op hun beurt aan leveren goed voor het repareren en onderhouden van een kleine 100 miljoen personen- en lichte bestelauto’s. Dat is ongeveer een derde van het Europese wagenpark. Het Innovation Center zal deze klanten middels een scala aan diensten en services structureel willen binden aan de autowerkplaatsen die onderdeel zijn van het partnernetwerk, het ecosysteem van LKQ Europe. Franz: “Net als autofabrikanten met behulp van big tech-bedrijven hun dealernetwerken helpen een digitaliseringsslag te maken, moet het onafhankelijke kanaal kunnen rekenen op de ondersteuning van zijn distributeur. Bieden wij die niet, dan is de kans groot dat het universele autobedrijf op achterstand komt.”

Dat dreigt al te gebeuren op het gebied van de vrije toegang tot de datastromen uit de connected car. Het merkgebonden kanaal probeert hier zolang mogelijk de regie te behouden, reden waarom het onafhankelijke kanaal in Brussel fel strijdt om zich van die toegang te verzekeren. Franz: “Toch zie je dat het dealerbedrijf net zoveel moeite heeft om te schakelen als het universele autobedrijf. Het voordeel dat de dealers hebben, is dat zij weten dat hun merken hier snel aan het schakelen zijn. LKQ wil die slag maken voor de onafhankelijke markt, zorgen dat hun positie op het veranderende digitale speelveld eveneens wordt versterkt. Zelfs als dat zou betekenen dat we op de korte termijn lijntjes zouden moeten leggen met de servers van de autofabrikanten. Voor de middellange termijn zullen voertuigdata via onafhankelijke serviceplatforms als Caruso en Carmunication hun weg naar het universele autobedrijf vinden. Echter, daar zullen eerst nog wat discussies in Brussel voor moeten worden afgerond.”

Eigen keuken

Roepen dat het milieu verbeterd moet worden en dat de CO2-uitstoot naar beneden moet, verplicht tot het zelf ondernemen van actie. Daarom kijkt LKQ Europe ook naar de eigen CO2-voetafdruk. Arnd Franz: “Onze eigen voertuigen leggen bijvoorbeeld per maand 5,2 maal de afstand af van de aarde tot de maan. Ze verbruiken daarmee ongeveer 20 miljoen liter brandstof. Door te investeren in waterstof en elektrische voertuigen, zeker in de last-mile-distributie, kunnen we een serieuze bijdrage leveren aan de verlaging van de CO2-uitstoot. Dat is nog maar één, relatief klein voorbeeld.”

Elektrificatie

Wat betreft de elektrificatie van het wagenpark, daar kijkt LKQ met de nodige scepsis naar. “Mobiliteit moet voor de gewone consument wel betaalbaar blijven. Je moet oppassen dat complexiteit en bijvoorbeeld de EV-transitie wel mooie producten en diensten opleveren waar dan onvoldoende klanten voor zijn. Dat is niet handig en zal zelfs de haalbaarheid van klimaatdoelen in de weg zitten. Iedereen is ervan overtuigd dat de klimaatdoelen goed zijn voor onze aarde en de maatschappij, maar de manier waarop men die doelen wil realiseren is aan veel verschillende en soms tegenstrijdige visies onderhevig. De politiek kiest voor de reductie van de CO2-uitstoot voor een battery only-strategie. Wij denken dat je met synthetische brandstoffen eveneens een duurzame oplossing hebt. Aan de andere kant zien wij ook dat de elektrificatie doorzet. Het is alleen niet echt duidelijk in welk tempo. Er is grote onzekerheid over de haalbaarheid van sommige doelstellingen. Veel autobedrijven zien elektrificatie ten aanzien van hun aftersalesactiviteiten als een bedreiging. Uit onze berekeningen blijkt dat in 2050 hoogstens een derde van het wagenpark uit volledig elektrische auto’s zal bestaan. De aftermarket heeft dus nog voldoende tijd om zich voor te bereiden op die EV-transitie. Daarvoor moeten de bedrijven nu al wel investeren in kennis en equipment.”

Professionele training

Dat is bovendien noodzakelijk omdat de aftermarket in toenemende mate verzakelijkt. “We zien dat de klantenbasis van het autobedrijf breder wordt, zeker bij de werkplaatsconcepten, die steeds meer leasemaatschappijen, andere fleetowners, verzekeraars en op termijn ook serviceplatforms als klanten erbij krijgen. Die kun je alleen tegen de juiste voorwaarden aan je netwerk binden als je aan de achterkant alles op orde hebt, niet in de laatste plaats wat betreft de benodigde kennis en competenties op de werkvloer. Daarom starten we op Europese schaal met de LKQ Academy. Opleiding en training zijn een voorwaarde voor succes. Je zult in staat moeten zijn om nieuwe activiteiten te ontplooien, zoals het onderhouden en repareren van batterijpakketten uit EV’s. De Automotive Academy van Fource in de Benelux is het voorbeeld voor LKQ Academy. Zowel virtuele als fysieke trainingen worden ontwikkeld of in samenwerking met bijvoorbeeld onderdelenfabrikanten aangeboden. Die fysieke trainingen kunnen heel lokaal bij een grossiersvestiging of op een meer centrale, regionale plek worden gegeven. Belangrijk is dat dit op een professionele manier gebeurt.”

Ondanks alle grote aanstaande veranderingen in de aftermarket en de aftersales wil Franz benadrukken dat het universele autobedrijf een mooie toekomst tegemoet gaat. “Een belangrijke reden voor dat optimisme is dat dealernetwerken bij de huidige retailstrategieën van autofabrikanten nog kleiner zullen worden. Die netwerken kunnen richting klant alleen succesvol zijn op het gebied van aftersales in een goede samenwerking met succesvolle universele autobedrijven.”

Jos Veldhuisen

Hoofdredacteur Aftersales Magazine met als persoonlijk motto: 'I am Aftersales'

Van Jos Veldhuisen zijn er nog 1691 artikelen verschenen. Meest recente artikelen van Jos Veldhuisen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *