Het Nederlandse wagenpark is het afgelopen jaar met 227.000 gegroeid tot een totaal van 12,7 miljoen wegvoertuigen. Daarmee stonden er op 1 januari 2019 1,8 procent meer voertuigen geregistreerd dan begin 2018. Het aantal personenauto’s steeg met 1,9 procent tot ruim 8,5 miljoen.
Dit meldt het CBS op basis van de nieuwste cijfers over het motorvoertuigenpark.
Personenauto’s
Begin 2019 bestond twee derde van de Nederlandse wegvoertuigen uit personenauto’s. Van de ruim
8,5 miljoen personenauto’s was
88 procent eigendom van een particulier. Het aantal auto’s van particulieren nam met
1,5 procent toe ten opzichte van een jaar eerder, terwijl het aantal auto’s op naam van bedrijven met
4,4 procent toenam.
De helft van de Nederlanders van
18 jaar of ouder had een auto op naam staan. De meeste autobezitters (88 procent) hadden één personenauto, de rest bezat er twee of meer. De gemiddelde leeftijd van personenauto’s is in de afgelopen tien jaar gestegen van negen jaar begin 2009 naar
elf jaar begin dit jaar.
Bedrijfsvoertuigen
Het wagenpark aan bedrijfsmotorvoertuigen is in één jaar tijd met ruim 3 procent gegroeid naar
1,1 miljoen voertuigen op 1 januari 2019. Hiervan vormen bestelauto’s met ruim
900.000 voertuigen de grootste groep (81 procent). Ten opzichte van een jaar eerder nam het aantal bestelauto’s, net als het jaar daarvoor, met
3,6 procent toe.
Van alle bedrijfsmotorvoertuigen groeide het aantal trekkers voor oplegger het laatste jaar het hardst, namelijk met
4 procent naar ruim
80.000. Trekkers voor oplegger vormen, na de bestelauto’s, binnen het bedrijfsmotorvoertuigenpark de grootste groep bedrijfsmotorvoertuigen.
Daling
Twee categorieën motorvoertuigen kenden een daling in aantal in 2018. Zo nam het aantal speciale voertuigen af met 0,4 procent en het aantal autobussen met 2,0 procent.