Bij het onderzoekscentrum van de Europese Commissie was al in 2010 bekend dat diesels op de openbare weg aanzienlijk meer NOx uitstoten dan tijdens laboratoriumtests voor de eerste toelating. De commissie deed evenwel niets met die (twee jaar later herhaalde) meetresultaten.
Volgens de Volkskrant, die zich baseert op intern ambtelijk EU-mailverkeer, bleef de commissie erbij dat autofabrikanten geen software manipuleerden om te voldoen aan normen voor NOx-uitstoot. Zij greep dan ook niet in, terwijl dat volgens EU-wetten in dit geval wel had gemoeten.
Hoewel er duidelijke signalen waren van het eigen onderzoekscentrum koos de commissie ervoor een nieuwe testmethode te laten ontwikkelen. Dat was echter een langlopend proces. In de tussentijd liepen in Europa miljoenen diesels van de lopende band die in de praktijk meer vervuilden dan de wettelijke norm toestond. De nieuwe testmethode kreeg eind 2015 het groene licht, maar was in de tussentijd afgezwakt door met name landen met een grote auto-industrie.
In september 2017 wordt voor de meting van NOx een praktijktest van kracht in plaats van een test onder laboratoriumcondities. Er geldt vanaf dan een overgangsperiode van twee jaar, een termijn die volgens de Europese Commissie nodig is om autofabrikanten technisch in staat te stellen hun diesels voldoende schoon te krijgen. Maar ook tijdens een praktijktest blijft sjoemelen volgens de onderzoekscommissie mogelijk. Dat komt doordat autofabrikanten de algoritmen van hun systemen voor emissiereiniging niet bekend hoeven te maken.