De zogenoemde dagrijverlichting bij nieuwe types personenauto’s leidt tot gevaarlijke situaties op de weg. Dat blijkt uit reacties van automobilisten die ANWB heeft binnengekregen.
ANWB denkt dat bestuurders zich niet realiseren dat zij zelf hun dimlicht aan moeten zetten bij slecht zicht of voordat zij een tunnel in gaan. Pas dan branden ook de achterlichten van de auto.
Dagrijverlichting is in 2011 ingevoerd op nieuwe automodellen. Deze verlichting – vaak bestaande uit led-lampen – verhoogt de zichtbaarheid voor het tegemoetkomend verkeer en levert zo een bijdrage aan de verkeersveiligheid. De verlichting gaat automatisch aan als de auto start. De achterlichten van de auto branden dan echter niet en daar zijn automobilisten onvoldoende op bedacht.
ANWB heeft diverse reacties ontvangen van leden die wijzen op het onjuiste gebruik van de autoverlichting overdag. Bij slecht zicht op de weg en in tunnels levert dagrijverlichting onvoldoende zichtbaarheid voor andere weggebruikers op. Als het donker wordt en bij slecht zicht moet de automobilist zélf alert zijn om ook de gewone verlichting (dus het dimlicht) aan te zetten. Naar schatting 750.000 auto’s zijn in Nederland voorzien van dagrijverlichting.