De Bovag-RAI Aftersales Monitor 2013 laat zien dat het reparatie- en onderhoudsvolume van de Nederlandse aftermarket is afgenomen. Dat was al voorspeld, maar de daling valt desondanks behoorlijk tegen. Het aantal onderhouds- en reparatiemomenten is ten opzichte van 2012 met 7,6 procent gedaald.
Het aantal onderhouds- en reparatiemomenten daalde van 14,3 miljoen stuks in 2012, naar bijna 13,7 miljoen stuks vorig jaar. Een belangrijke oorzaak is uitgesteld onderhoud, maar ook een minder autogebruik speelt mee.
Binnen het gedaalde volume is het marktaandeel van de dealers gelijk gebleven, 37 procent. Het aandeel van de universele garages daalde van 36 naar 35 procent. Het aandeel van de fastfitters bleef met 8 procent gelijk. Het overige aandeel (20 procent) bestaat voor een belangrijk deel uit schadeherstellers en specialisten. Wordt de geldomzet gemeten dan is het aandeel van de fastfitters zes procent, van de universele garages 38 procent en van de dealers veertig procent. Zestien procent is voor de schadesector en andere specialisten.
Inhaalslag?
Dat het volume is gedaald is een gegeven, maar verwacht wordt dat dit jaar een lichte stijging zal optreden, omdat het uitgesteld onderhoud voor een inhaalslag zal zorgen. Maar daar is niet iedereen gerust op. Zorgelijk is echter de omzettrend in euro’s. Bij merkdealers daalde het in 2013 besteedde bedrag naar 457 euro. In 2012 was dat 464 euro. Universele garages zagen dit bedrag dalen van 464 naar 446 euro. De fastfitters ontkwamen ook niet aan een omzetdaling per auto. Zij zagen het gemiddelde jaarbedrag dalen van 249 naar 228 euro.
De jaarlijkse Aftersales Monitor komt tot stand door het analyseren van de reparatie- en onderhoudsfacturen van 5.000 auto’s uit een consumentenpanel van onderzoeksbureau GfK.