Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft in hoger beroep geoordeeld dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) ten onrechte een boete van 450.000 euro heeft opgelegd aan autofabrikant Volkswagen AG.
De ACM legde de bestuurlijke boete op wegens overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming. Volgens het CBb heeft de ACM de boete opgelegd in strijd met het beginsel dat niemand opnieuw mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij in de Europese Unie (EU) al onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld.
Oneerlijke handelspraktijken
De ACM vond dat Volkswagen zich in Nederland schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. Volgens de ACM heeft Volkswagen auto’s gefabriceerd en op de Nederlandse markt gebracht die waren voorzien van verboden manipulatiesoftware. Deze software zorgde in een testsituatie voor gunstigere uitstootresultaten van stikstof. De door Volkswagen in advertenties gebruikte milieuclaims strookten niet met het gebruik van deze software.
Verweer
In de bij de rechtbank aangespannen procedure tegen het besluit van ACM betoogde Volkswagen onder meer dat de boete in strijd is met het zogeheten ne bis in idem-beginsel, omdat het Duitse openbaar ministerie haar voor dezelfde en andere feiten al een boete had opgelegd van 1 miljard euro. De rechtbank volgde dat betoog van Volkswagen niet, oordeelde dat Volkswagen de wet heeft overtreden en liet de opgelegde boete in stand.
Beoordeling
In zijn beoordeling van de beide boetes is het CBb het met Volkswagen eens dat de feiten waarvoor de ACM haar heeft beboet dezelfde zijn als die waarvoor het Duitse openbaar ministerie haar heeft beboet. Het CBb schrapt daarom de door de ACM aan Volkswagen opgelegde boete.